N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Marijn Kruk schrijft om de week een column over de politiek en verbeelding van de Klimaattijd.
Marijn Kruk schrijft om de week een column over de politiek en verbeelding van de Klimaattijd.
Kruk studeerde geschiedenis in Utrecht en politieke filosofie in Parijs. Hij werkte lange tijd vanuit Parijs als journalist voor onder andere Trouw en De Groene Amsterdammer. Vanaf 2015 was hij voor Trouw enige tijd correspondent in Istanbul. Hij werkt aan een boek over opkomend illiberalisme en nationalisme in Europa. Hij schreef onder andere boeken over de Franse denker De Tocqueville, over het Parijse intellectuele leven en de over de Arabische Lente. In 2020 was hij fellow aan het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS).
Meer artikelen van Marijn Kruk
Het fail fast, learn faster was niet van de lucht toen vorige week de Starship-raket van ruimtebedrijf SpaceX vlak na de lancering explodeerde. In de zaal met technici ging gejuich op. Iedere meter die de raket – de krachtigste ooit gebouwd – aflegde nadat hij was losgekomen van het lanceringsplatform was icing on the cake, verklaarde een medewerker.
Het tekent de ambitie van het door techgoeroe Elon Musk geleide bedrijf. SpaceX wil naar Mars, en liefst nog verder het heelal in. Want hier wachten adembenemende schatten. Asteroïden als Psyche en Davida bevatten voor triljoenen dollars aan zeldzame metalen – metalen die op aarde zullen opraken, of die we winnen tegen een hoge menselijke prijs. Ook de maan is in beeld: er valt goud te halen, platina, en ze kan prima dienen als platform voor andere ruimtemissies.
In haar recent verschenen boekje Wat is de ruimte waard beziet schrijver en theatermaker Marjolijn van Heemstra deze ontwikkeling met grote scepsis. De retoriek en mission statements van bedrijven als SpaceX ademen de geest van het oude westerse kolonialisme. Net nu we op aarde stappen in de goede richting zetten om onder te ogen zien wat dit heeft aangericht, tuigen we het in nieuwe vorm weer op. Als het kolonialisme van destijds een manier was onszelf niet te hoeven veranderen; is ruimtemijnbouw dan niet tevens een manier om ons consumptiemodel hetzelfde te houden – ook al weten we dat dit onverantwoord is?
In een essay in De Groene Amsterdammer uitte de filosofe Lisa Doeland onlangs een vergelijkbare zorg. Ze schrijft over mijnbouw in het noorden van Zweden, waar grote hoeveelheden zeldzame metalen zijn ontdekt. Deze worden gebruikt bij de fabricage van zonnepanelen en windmolens. Tot dusver was Europa daarvoor goeddeels afhankelijk van het autoritaire China. Onmiddellijk beginnen met delven zou je zeggen. Nee, stelt Doeland, wijzend op het in het Noord-Zweden levende Sami-volk, dat zijn leefgebied bedreigd weet. „Het denken in termen van toegang tot land en tot grondstoffen, die niet verspild moet worden maar ontwikkeld en te gelde gemaakt; het is een koloniale manier van denken, die mensen en niet-mensen reduceert tot ontginbare delfstoffen.”
Anders gezegd: hier is geen sprake van een politieke keuze (vervelend voor de Sami; maar het grotere belang is ermee gediend), maar de voortzetting van een verwerpelijke koloniale mentaliteit. Het is een echo van het vorige maand in vertaling verschenen De vloek van de nootmuskaat van Amitav Ghosh. De Indiase schrijver herleidt de klimaatcrisis tot het kapitalisme, en uiteindelijk tot westers kolonialisme. Kom niet aan met ‘zucht naar avontuur’ of ‘wetenschappelijke nieuwsgierigheid’, zegt Ghosh. Daaronder tref je steeds toch weer dezelfde hebzucht en overheersingsdrift.
Het gevaar van deze benadering is een soort alles-of-nietsdenken. Immers, wie stelt dat de klimaatcrisis eigenlijk de uiting is van iets anders, namelijk van een pervers en verwerpelijk systeem, zal niet geneigd zijn te denken in oplossingen voor die klimaatcrisis alléén. Dit houdt het consumentisme, kapitalistische systeem of de neokoloniale mindset eronder immers in stand.
Er valt van alles in te brengen tegen kernenergie, exploitatie van naburige hemellichamen of de oogst van mangaanknollen op de bodem van de oceaan. Toch bespeur ik bij bovengenoemde auteurs óók een zekere onwil om in praktische oplossingen te denken om de uitstoot van CO2 – de kern van het klimaatprobleem – te verminderen. Het is de spirituele omwenteling of niets. De kans om álle onrechtvaardigheid op de wereld via het klimaatprobleem op te lossen mag niet worden gemist. Die gok lijkt me niet minder groot dan het blinde vertrouwen in een technologische fix.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC