Home

Tien jaar na de ‘9/11 van de kledingindustrie’: wat is er over van alle beloften aan textielwerkers?

Tien jaar geleden, op 24 april 2013, schreeuwde de wereld: ‘Nooit meer!’ In de vroege ochtend was in Dhaka het acht verdiepingen tellende Rana Plaza in elkaar gezakt. Meer dan 1.130 textielwerkers kwamen om. De ramp was zo enorm dat de wereld er niet meer omheen kon. Na ‘Rana Plaza’ zou er eindelijk iets gedaan moeten worden aan de werkomstandigheden van textielwerkers in Bangladesh, aan hun loon dat te laag was om van te kunnen leven, de intimidatie van vakbonden, de onveiligheid in de fabrieken, de corruptie die dat allemaal mogelijk maakte en vooral: aan de grote internationale modemerken die de ogen sloten voor wat er bij hun leveranciers gebeurde.

Een maand na de ramp werd er al een ‘Bangladesh-akkoord’ getekend, dat door internationale organisaties nog steeds alom wordt toegejuicht. De organisatie Schone Kleren Campagne noemt het een ‘baanbrekende juridisch bindende overeenkomst’ tussen vakbonden, producenten en meer dan 190 kledingmerken die het hebben ondertekend. In het akkoord, dat vorig jaar in aangepaste vorm nog eens werd bevestigd, staan afspraken over de veiligheid in de fabrieken die juridisch kunnen worden afgedwongen.

Over de auteur
Michel Maas is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij oorlogsverslaggever en correspondent in Oost-Europa en in Zuidoost-Azië.

Na ‘Rana Plaza’ werd ook afgesproken dat in Bangladesh voortaan elke vijf jaar een loonherziening wordt doorgevoerd. Dat is al veel meer dan voor 2013 het geval was. Dit jaar moeten de lonen opnieuw worden vastgesteld. Vakbonden vragen een verdrievoudiging van het minimumloon, wat volgens fabriekseigenaren veel te veel is, maar volgens de bonden nog altijd maar de helft van wat zij een ‘leefbaar loon’ noemen.

Een ander succes is een nieuwe pensioenwet die onlangs door het parlement van Bangladesh werd aangenomen. Dankzij die wet krijgen alle werknemers in Bangladesh recht op een pensioen, en niet alleen ambtenaren, zoals nu het geval is. Ook dat wordt door internationale organisaties beschouwd als een mijlpaal.

De vakbonden en internationale vakbondsfederaties als ITUC en ILO zijn echter nog verre van tevreden. Vooral de vakbondsvrijheid, waarover in het verdrag afspraken zijn gemaakt, staat nog altijd onder druk. Textielwerkers zijn nog al te vaak onmondig en niet in staat iets te doen tegen hun uitbuiting, of ‘nee’ te zeggen als hun fabriek te onveilig is om in te werken. Als ze een vakbond willen oprichten hebben ze nog te vaak te kampen met intimidatie door eigenaren en corrupte overheden.

De organisatie ActionAid Bangladesh heeft een onderzoek gedaan naar de vorderingen die in de tien jaar na de ramp zijn gemaakt, en daaruit blijkt dat de situatie in Bangladesh nog steeds niet genoeg is verbeterd: ongeveer 60 procent van de ondervraagde arbeiders klaagt nog altijd over veiligheidsrisico’s in de fabrieken. Ruim 50 procent van de 2.500 overlevenden van Rana Plaza is volgens ActionAid nog steeds werkloos, en velen van hen gaan nog altijd gebukt onder fysieke en psychische klachten.

De organisaties dringen er nu bij westerse landen op aan om wetten aan te nemen die de kledingmerken verantwoordelijk moeten houden voor wat er gebeurt in het hele productieproces. De kledingmerken moeten zo gedwongen worden zich meer om het lot van de werkers in productielanden te bekommeren.

‘Rana Plaza’ was het ‘9/11’ van de grote kledingmerken die zonder scrupules gebruikmaakten van goedkope landen als Bangladesh. In één klap werd op 24 april 2013 duidelijk wat er mis was in het land, en in de internationale textielindustrie. Het was ook nog eens een ramp van superlatieven: het was de grootste ramp die de textielindustrie ooit had getroffen en het dodelijkste industrie-ongeluk aller tijden in Bangladesh. Bovendien was het een ramp die voorkomen had kunnen worden. Het pas in 2006 gebouwde Rana Plaza bleek niet bestand tegen de textielfabrieken die er op elkaar waren gestapeld.

In de vijf fabrieken werkten vijfduizend mensen voor luxe wereldmerken als Benetton, Gucci, Prada, Versace, Moncler, Zara en Mango. ‘Het gebouw had geen bouwplan. Het schudde heen en weer als machines werden aangezet’, zei openbaar aanklager Sheikh Hemayet Hossain begin vorig jaar tegen persbureau AFP.

Eigenaar Sohel Rana staat met ruim 36 andere verdachten terecht. Hem hangt de doodstraf boven het hoofd. Hij wist dat het gebouw gevaarlijk was. Op 23 april, een dag voor de instorting, was Sohel Rana gewaarschuwd: na enkele harde knallen waren die dag dreigende scheuren in het beton verschenen. Het gebouw werd haastig ontruimd, deskundigen werden erbij geroepen en die hadden geadviseerden sluiting. Verder werken was veel te gevaarlijk.

Rana en de fabriekseigenaren eisten echter dat de arbeiders de volgende dag gewoon aan het werk gingen. Een van de bedrijven dreigde zelfs een maand loon in te houden van iedereen die op 24 april niet kwam werken. Ze durfden niet ‘nee’ te zeggen.

Door een stroomstoring moesten op 24 april de dieselgeneratoren op het dak worden aangezet. Het getril van de machines was genoeg om het wankele gebouw als een kaartenhuis in elkaar te laten zakken.

De textielindustrie is voor Bangladesh van levensbelang. De sector levert zo’n 13 procent van het totale bbp, en exporteert voor zo’n 35 miljard dollar (bijna 32 miljard euro) per jaar. Dat is meer dan 84 procent van de totale export van het land. In Bangladesh werken zo’n vier miljoen mensen in vierduizend textielfabrieken. Ruim 1.500 van die fabrieken zijn aangesloten bij het veiligheidsakkoord.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next