N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Jörg Wuttke Voorzitter Europese KvK in China
Jörg Wuttke stopt na tien jaar als hét gezicht van het Europese zakenleven in China. „Het land vormt een bedreiging voor zichzelf.”
‘Voor deze functie moet je voldoende calcium in je ruggengraat hebben”, grapt de Duitse Jörg Wuttke, scheidend voorzitter van de Europese Kamer van Koophandel in China op zijn kleine werkkamer in het centrum van Beijing. Hij was in 2001 een van de oprichters van de Kamer. Hij vervulde het voorzitterschap al met al zo’n tien jaar. Dit voorjaar neemt hij afscheid. Hij blijft wel in China werken.
Wuttke (1958) is hét gezicht van het Europese zakenleven in China en de spin in het web dat Chinese en Europese overheden en bedrijven met elkaar verbindt. Hij woont al sinds 1994 permanent in Beijing.
Hij is zeer uitgesproken en direct in zijn kritiek op China, maar komt daar opvallend goed mee weg. Hij heeft toegang tot de hogere bestuurslagen binnen de Chinese overheid en de Communistische Partij. Hij kent de hoogste Europese leiders en de bestuurders van bedrijven. Toen voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen eerder deze maand in China was, sprak ze met Wuttke. Ook directeur Peter Wennink van ASML ging onlangs nog met hem uit eten in Beijing.
China wil steeds meer op eigen benen staan en steeds minder afhankelijk zijn van het Westen. Zijn Europese bedrijven dan nog wel welkom?
„Dat ligt eraan. Als het gaat om technologie die China nog niet heeft, dan is de rode loper heel pluizig, heel aangenaam. Overal waar ik kom in China gaat die rode loper voor me uit. Ze willen namelijk meer buitenlandse investeringen. Maar hoe krijg ik dat voor elkaar als er tegelijkertijd allerlei restricties gelden?
„Zo is er een zogeheten ‘negatieve lijst’ [van sectoren waarin buitenlandse investeringen niet toegestaan zijn]. Iets dergelijks hanteert Europa niet.
„Je kunt het zo zien: Europa is voor Chinese bedrijven die willen investeren net een buffet. Ze kunnen precies kiezen wat ze willen uit een heel gevarieerd aanbood. Maar omgekeerd kunnen wij hier alleen kiezen uit vier gerechten en een soep.”
Waarom is China zo terughoudend?
„Het grotere verhaal is dat China onafhankelijk wil worden van de rest van de wereld, maar de wereld wel afhankelijk wil maken van China. Dat heeft Von der Leyen heel goed gezegd in haar speech over de Chinees-Europese betrekkingen.
„We horen hier ook steeds vaker dat Europese bedrijven in China uitgesloten worden van het bieden op projecten, omdat China bijvoorbeeld voor ziekenhuizen en metro’s een bepaald percentage aan binnenlandse bedrijfsnamen wil. Dus als je Philips of Siemens heet, mag je niet meedoen.”
De techniek van ASML wil China wel graag hebben, maar Nederland heeft besloten de export van DUV-machines [chipmachines] te beperken. China heeft tot nu toe geen tegenmaatregelen genomen tegen Nederland. Waarom niet, denkt u?
„Als ze achter Nederland aan zouden gaan, dan denk ik dat ze het risico lopen dat er geen nieuwe leveringen en investeringen meer uit Nederland komen. ASML is bovendien niet uit de markt. Ze krijgen alleen te maken met beperkingen, maar ze kunnen wel aanvragen doen [om toch naar China te mogen exporteren]. En China heeft uiteindelijk natuurlijk vooral een probleem met de VS. Ze maken zich ook zorgen of Japan wel blijft leveren. Er blijven weinig hightechlanden over als Nederland zou afvallen.”
De Chinese economie is een planeconomie: de overheid bepaalt goeddeels wie wat wanneer produceert. Heeft dat ook voordelen?
„China heeft ons laten zien hoe belangrijk het is dat de staat fondsen ter beschikking stelt voor de ontwikkeling van bepaalde economische sectoren. Ik wijs Europese partijen er altijd op dat de Amerikanen puur en alleen op basis van marktprincipes geen man op de maan hebben gezet. Het gebeurde omdat J.F. Kennedy zei: ‘Dat gaan we doen.’ Daar heb je overheidsgeld en steun voor nodig.
„Maar het heeft ook nadelen. Als je als overheid te veel plant, ga je voorbij aan veranderingen in de markt, aan de wensen van consumenten en aan de flexibiliteit van bedrijven.
„Het maakt van China een land dat aan het handje van de staat loopt. Daar zit een heel donkere kant aan. Plannen van de overheid gaan vrijwel altijd gepaard met het beschikbaar stellen van veel geld. Dat creëert een enorme vraag. Er worden veel bedrijven opgericht, echte en niet echte, om wat van dat geld te krijgen. Die bedrijven worden ook weer veel gekopieerd. Bij ons zouden de niet-succesvolle bedrijven failliet gaan, maar hier niet. Dus telkens als China met een plan komt, ontstaat er enorme overcapaciteit. Dat schaadt de economie en de financiën.”
China wil steeds minder afhankelijk zijn van andere landen. Is dat erg?
„In onze position paper van september 2021 staat een afbeelding waarop we vier economieën met elkaar vergelijken: die van Taiwan, Zuid-Korea, Japan en die van de Volksrepubliek China. We kijken naar de groei van het bbp per persoon, aangepast voor koopkracht.
„Als je kijkt vanaf het jaar dat die economieën opengingen voor de rest van de wereld – dat is voor elk land een ander jaar – dan zie je dat ze de eerste dertig, vijfendertig jaar precies dezelfde ontwikkeling doormaken. Maar na die vijfendertig jaar, voor China was dat 2012, raakt China achterop. Taiwan doet het goed. Korea doet het goed. Japan zit er tussenin. Het betekent dat China sinds dat jaar minder goed presteert dan zou kunnen. Er is nu dus al sprake van onderprestatie.
„We tonen ook een toekomstprojectie, uitgewerkt door de Wereldbank, met drie scenario’s voor China. In één scenario hervormt China snel en internationaliseert het ook snel. In één scenario maakt China niet echt een duidelijke keuze. En in één scenario kiest China voor onafhankelijkheid van de buitenwereld.
„In dat laatste scenario presteert China veel slechter dan zou kunnen, nog slechter dan Japan. Als China doormoddert, dan haalt het op den duur Japan wel in, maar blijft het ver achter bij Korea en Taiwan. Maar als China echt zou globaliseren en zich zou openstellen, dan schiet het volgens de Wereldbank als een raket omhoog. Dan haalt het in twintig jaar alle drie de andere landen in. Er is dus nog veel onbenut potentieel in China.”
Dat zal de Chinese overheid zelf toch ook inzien? Waarom kiest de overheid op dit moment dan toch voor een zo groot mogelijke zelfvoorzienendheid?
„Controle. Je moet alles in je macht houden. Daarom heeft de Communistische Partij een hekel aan de volatiliteit van markten. Ik denk dat de president zelf twee interessante ervaringen heeft gehad.
„Eén was in 2015. Op de aandelenmarkt gingen de koersen toen eerst snel omhoog, daarna kelderden ze. De tweede keer was in 2016 toen er veel kapitaal van China naar het buitenland stroomde. In anderhalf jaar verdwenen er honderden miljarden dollars uit China. Ik denk dat de conclusie in beide gevallen was: we kunnen volatiliteit niet toestaan. We moeten het beheersen. We moeten de markt beheersen.
„Xi vindt politiek belangrijker dan de economie. Hij is veel meer Marx dan markt. Tijdens het Partijcongres van afgelopen oktober noemde hij Marx ook veel vaker dan de markt.”
Vindt de benadering van Xi navolging in andere landen?
„Ontwikkelingslanden willen het economische succesverhaal wel kopiëren, maar niemand wil een politiek systeem zoals nu onder Xi Jinping.
„Ons systeem is gebaseerd op bondgenootschappen. Dat betekent dat we met verschillende meningen kunnen leven, omdat we fundamentele waarden met elkaar delen. In China is dat anders. Het is opvallend dat China wel vrienden heeft, maar geen bondgenoten. China ziet de noodzaak namelijk niet in van bilaterale, gelijkwaardige relaties. Ze zien zichzelf als het centrum, als de as van een wiel, met spaken die naar buiten reiken. Dat is geen multilaterale kijk op de wereld, het is die van een keizerrijk, met ondergeschikte koninkrijkjes om zich heen.”
Is een systeem waarbij China stuurt op zelfvoorzienendheid op den duur wel houdbaar?
„Natuurlijk betekent het dat je groei opoffert. Het is houdbaar in de zin dat je één groot Japan wordt [waar sprake is van stagnatie], maar dan op een veel lager niveau. Daar zien we nu al de tekenen van. Daar maken we ons als westerse bedrijven in China zorgen over. Niet alleen over de gebrekkige markttoegang, maar over dat China onder zijn niveau presteert.
„China gaat ook de consequenties voelen van de overcapaciteit in appartementen, in bruggen en wegen en in hogesnelheidstreinen. Ze hebben veel te veel gebouwd in hun planeconomie. Daarmee hebben ze wel economische groei geschapen, maar wat is het sociale fundament daaronder? Ze hebben te veel infrastructuur gebouwd, maar weinig geïnvesteerd in sociale infrastructuur, zoals verzekeringen, gezondheidszorg en dergelijke.
„Daarom denk ik dat China niet snel een bedreiging voor ons zal vormen. Ze vormen op den duur waarschijnlijk veel meer een bedreiging voor zichzelf. Ze zijn de laatste paar jaar ook een beetje overmoedig geworden. Net zoals het Duitse Keizerrijk eerder.”
Jörg Wuttke (Ulm, 1958) was begin deze eeuw een van de oprichters van de Europese Kamer van Koophandel in China. Hij studeerde business manag Source: NRC