Hij is er niet bij, in de collegezaal op de campus van de Erasmus Universiteit, maar toch hangt zijn aanwezigheid voortdurend in de lucht. Want waar is eigenlijk Willem Engel, dansleraar en coronademonstrant des vaderlands, zo luidt vrijdagmiddag de eerste vraag uit het overwegend academische publiek. Engel stond toch op de lijst met sprekers?
Vlug grijpt de woordvoerder van het college van bestuur in. Ja, Engel was aanvankelijk uitgenodigd om te komen meepraten, op deze middag over complotdenken. ‘Maar werknemers van deze universiteit hebben zich in het verleden door hem bedreigd gevoeld.’ Dus stak het hoofdbestuur van de Erasmus Universiteit een stokje voor de uitnodiging: ook academische vrijheid kent grenzen.
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.
Begrijpelijk, zegt hoogleraar criminologie René van Swaaningen later in de pauze. ‘Maar of ik er als wetenschapper moeite mee heb? Natuurlijk. We hebben als academische wetenschap ook een probleem als maatschappelijke kwesties niet van alle kanten kunnen worden belicht. We stonden in Nederland altijd bekend om onze poldercultuur. Maar het lijkt wel of we met de toegenomen polarisatie die kunst van het polderen een beetje zijn verloren.’
De vraag over de afwezigheid van Engel blijkt een treffende metafoor voor het thema van de dag: hoe moeten instanties zoals universiteiten en overheden omgaan met complotdenkers? Ze wantrouwen en in de gaten houden? Of met ze in gesprek gaan en vragen wat ze eigenlijk willen?
De AIVD zette vorige week vol in op het eerste. Nederland telt inmiddels zo’n honderdduizend mensen die denken dat de overheid, wetenschappers, journalisten en rechters met elkaar samenspannen om het volk te onderdrukken en zelfs uit te dunnen, signaleert de dienst in zijn jaarrapport. ‘Anti-institutioneel extremisme’, vindt de AIVD dat. Het kan leiden tot geweld.
Maar dat is veel te kort door de bocht, vinden vooral sociaal-wetenschappers die het fenomeen bestuderen. ‘De kwestie wordt gepresenteerd als: kijk, hier is een lastige groep, zij vormen het probleem’, analyseert criminoloog Fiore Geelhoed. ‘Zo creëer je suspect communities, verdachte groepen. Terwijl je je moet afvragen: waar komt het wantrouwen vandaan? Denk aan de toeslagenaffaire: er zijn altijd dingen die niet zo netjes gaan als zou moeten. Dat moet je niet wegstoppen.’
In een pas verschenen themanummer van het wetenschappelijke Tijdschrift voor Cultuur en Criminaliteit, aanleiding voor de bijeenkomst, is dat dan ook de boodschap. Complotdenken is geen vanuit het niets opgestoken storm, maar een complexe, maatschappelijke stuiptrekking, die wel vaker opspeelt in tijden van onzekerheid. Complotdenken is vooral in trek als groepen mensen zich buitengesloten voelen, of het idee hebben dat hun kritiek niet wordt gehoord.
Een gistend onbehagen, dat zich steevast vertaalt naar dezelfde basisideeën, schetst Geelhoed. Er is een geheim genootschap, een ondermijnende bevolkingsgroep, een elite van rijke en machtige mensen die het volk onderdrukt, zo gaat men dan geloven. Gevaarlijk. ‘Maar complotdenken serieus nemen, betekent ook: verder kijken dan het gevaar’, vindt Geelhoed. ‘Kijk ook naar de context waarin complotdenken totstandkomt, en hoe we daar als maatschappij op reageren. We gooien complotdenkers nu bijvoorbeeld van internet af. Dat kan het complotdenken juist voeden.’
Socioloog en complotonderzoeker Jaron Harambam (UvA) bekent zelfs ‘werkelijk niets’ te snappen van de overwegingen van de AIVD. Snerend: ‘Met welk doel brengt de AIVD deze boodschap in het publieke debat? Om groepen tegen elkaar op te zetten? Wordt hier überhaupt wel over nagedacht?’
Ook hoogleraar Van Swaaningen denkt dat de AIVD de complotdenkers beter niet tot gevaar voor de samenleving had kunnen bestempelen. ‘De AIVD signaleert iets, zij zijn gevaarlijk: zo maak je het dubbel zo erg. Het lijkt wel of de AIVD de onbedoelde effecten die beleid kan hebben even is vergeten.’
Hoe het wel moet? Saai eigenlijk: het gesprek aangaan, menen de experts. Vanuit het besef dat complotdenkers geen vastomlijnde groep vormen, maar een ‘complex verschijnsel’ van ideeën en opvattingen. En vanuit het besef dat achter complotdenken soms terechte maatschappijkritiek zit. ‘Die kritiek moeten we hoorbaar en bespreekbaar maken op een voor iedereen acceptabele manier’, vindt Geelhoed. ‘Niet om het altijd eens te zijn met elkaar, maar om net genoeg gemeenschappelijke grond te vinden om nog een samenleving te vormen.’
De veiligheid kan ook op een heel directe manier baat hebben bij zo’n dialoog. Veiligheidsadviseur en oud-agent Joost Valk herinnert zich hoe hij tijdens de coronacrisis op een gegeven moment signalen kreeg dat sommige coronademonstranten zich aan het bewapenen waren. ‘Dat hoorde ik van andere coronademonstranten, die zich oprecht zorgen maakten. En tegen die mensen moeten we dan zeggen: met jullie praten we niet?’
Voor Willem Engel is de kans in elk geval weer even verkeken. Na afloop van de bijeenkomst blijkt hij aangifte te hebben gedaan tegen de universiteit. Voor smaad en laster. ‘Wederom word ik beticht van strafbare feiten’, staat in de aangifte te lezen. ‘De indruk wordt gewekt dat ik gevaarlijk ben en dat elk contact met mij moet worden vermeden.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden