Home

In deze intensieve zorginstelling zijn begeleiders er altijd voor de bewoners, ook als het misgaat

Vijf bewoners zitten deze maandagochtend om 7 uur beduusd in de huiskamer van een intensivecare-unit van ’s Heeren Loo. De avond ervoor is een medebewoonster in een psychose geraakt, opgehaald door een ambulance en naar een crisisplek gebracht. Een andere bewoonster, Jacqueline, ligt in de snoezelruimte – een kamer die eigenlijk bedoeld is om te ontspannen. Nu zit de snoezelruimte op slot, en binnen schreeuwt Jacqueline. Begeleider Frank Geutjes had zich een rustiger ochtenddienst voorgesteld. Hij neemt Jacqueline onder de arm en zet haar ter kalmering in bad.

Op Thedingsweert, een landgoed in Kerk-Avezaath in de Betuwe, heeft zorginstelling ’s Heeren Loo zes woningen voor mensen met een verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen. Op hun vorige adressen wist de begeleiding zich geen raad meer met hen, sommigen zaten min of meer opgesloten. Er zijn bewoners die al in meer dan tien instellingen hadden gewoond voordat ze naar Thedingsweert kwamen. Een woonde jaren op een crisisplaats, een ander verwondde zichzelf en wilde dood. Hier krijgen ze zoveel zorg, begeleiding en aandacht dat het leven weer kan worden opgepakt.

Jacqueline was op haar vorige adres om de vier weken manisch. Dat is op Thedingsweert teruggebracht tot vier keer per jaar. Tijdens die episoden slaapt ze in de snoezelruimte, het verst van de slaapkamers, zodat de andere bewoners geen last van haar hebben. Het incident van gisteren heeft haar ontregeld en ze schreeuwt onophoudelijk.

Het was de hele zondag onrustig. Door een opeenstapeling van rampspoed, veroorzaakt door personeelstekort in de hele zorg, duurde het meer dan elf uur eer de psychotische bewoonster werd opgehaald. De verpleegkundige die weekenddienst had was bij een crisisgeval op een andere locatie. De arts was niet bereikbaar. En de ambulance die via 112 was gealarmeerd, wilde haar niet meenemen omdat er geen arts naar haar had gekeken. ’s Avonds om half 8 kwam een psychiater, twee uur later was de ambulance er voor de tweede keer.

Dit weekend werkten er veel invalkrachten. Incidenten gebeuren in het gros van de gevallen als invallers op de groep staan, of daags daarna. Vaste gezichten zijn belangrijk, opdat de begeleiders en de bewoners een band krijgen en de begeleiders weten wat ze aan elkaar hebben. Begeleider Bas Verkerk: ‘Met sommige collega’s en bewoners werk ik al tien jaar. Daar kan geen medicatie tegenop.’

Van de begeleiders wordt veel gevraagd, ze moeten aan kleine signalen (oogcontact vermijden, schouders optrekken, een minieme verandering in intonatie) zien wat een bewoner bedoelt. Vaak kan die het zelf niet vertellen. Ze moeten continu alert zijn, de stemming van een bewoner kan onverhoeds omslaan. De begeleiders zijn er onvoorwaardelijk voor de bewoners, ook als het misgaat, júíst als het misgaat. Zorgmanager Quinten ten Brinke: ‘Als een begeleider gisteren een klap heeft gehad, staat hij er vandaag weer. Wat er ook gebeurt, ze gaan samen verder.’

Deze arbeidsintensieve aanpak kent een pijnlijke voorgeschiedenis. Frank Geutjes: ‘Vroeger werden de bewoners, die toen nog patiënten werden genoemd, in een kale ruimte gezet, de deur ging op slot en zoek het maar uit.’ In 1988 werd Nederland wakker geschud door de foto van Jolanda Venema. De naakt in een isoleercel vastgebonden vrouw werd het symbool van de onmacht van begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking met ernstig probleemgedrag. Jolanda bleek er een van velen met wie de zorg zich geen raad wist.

De publiciteit leidde tot nieuwe inzichten over behandelmethoden. ‘Het is nu pittiger en gevaarlijker, maar menselijker’, zegt Geutjes. ‘Het vertrouwen dat we met deze aanpak opbouwen is voor het leven.’ Wie op Thedingsweert woont, wordt min of meer continu begeleid bij zelfzorg, wonen, werk en in de vrije tijd. Uitgangspunt is dat de omgeving zich aanpast aan de bewoner. Hoe ziet een gemiddelde dag eruit? En hoe zorgen de begeleiders ervoor dat de bewoners, ondanks hun verschillende achtergronden en behoeften, toch samen kunnen leven?

De intensivecare-unit van Thedingsweert heeft twee begeleiders op zeven bewoners, de very-intensivecare-unit drie op vijf. De bewoners zijn tussen 30 en 60 jaar en hebben naast een verstandelijke beperking schizofrenie, adhd, een autismespectrumstoornis, een angststoornis of hechtingsproblematiek, soms een combinatie hiervan. De meesten functioneren sociaal-emotioneel op peuterniveau. Doordat ze tientallen jaren levenservaring hebben, corresponderen hun leefwijze en woordenschat daar niet mee. Ze weten en kunnen veel meer dan ze sociaal-emotioneel aankunnen. Met medicatie worden scherpe kantjes van extreem gedrag gevijld en heftige emoties gedempt. Voor allen geldt: zodra ze worden overvraagd, gaat het mis.

De bewoners wandelen veel en doen mee aan activiteiten. Aandacht en waardering zijn het beste medicijn. Zo wordt het papier prikken geregeld onderbroken zodat de begeleiders met de bewoners kunnen knuffelen. Sommigen werken buiten het terrein in de groenvoorziening, anderen rijden paard, een gaat naar dansles, een ander naar een fitnessclub.

Joeri is het succesverhaal van de intensivecare-unit. De lijm voor zijn knutselwerk is op en hij fietst op zijn driewieler naar de winkel, een paar kilometer verderop. Op zijn vorige adres kwam hij amper zijn kamer uit en werd driemaal daags een maaltijd naar binnen geschoven. Hij spuugde en gooide met water. Elke dag was er strijd.

Door intensieve begeleiding, in het begin een op een, door hem mee naar buiten te nemen en telkens een stap verder te gaan, kan hij nu zelfstandig een boodschap doen buiten het terrein. Bas Verkerk: ‘Als ik voor hem ging staan, probeerde hij me te pakken. Dan rende ik naar buiten, hij erachteraan. Vervolgens schopte ik snel de deur dicht en gingen we wandelen.’

Frank Geutjes: ‘We gingen steeds verder, ook naar winkels. Het ging weleens mis, dan dreigde hij agressief te worden. Maar de volgende keer gingen we weer. Zo bouwden we vertrouwen op. Zoals hij is gegroeid, daar krijg je energie van.’

‘We doen alles voor ze, maar we stellen ook eisen’, zegt Bas Verkerk. ‘Als iemand geen zin heeft om naar de dagbesteding te gaan en zegt dat hij last heeft van zijn rug, dan zeg ik: ik loop wel even mee en zeg dat je het kalm aan moet doen.’ ‘Zo normaal mogelijk’, is het motto van Thedingsweert.

Dat geldt ook voor Marco, een bewoner van de intensivecare-unit, en Tamara, die op de very-intensivecare-unit woont. Marco en Tamara hebben zes jaar een relatie en zijn afgelopen juni getrouwd. Niet echt, maar wel plechtig: met ringen en een begeleider die voor trouwambtenaar speelde. Het was een groot feest met veel genodigden, mooi weer, een barbecue en een bandje. De bruid droeg een vuurrode trouwjurk en had een kroontje op, de bruidegom was gekleed in een driedelig pak en had een oranje vlinderstrik. Tamara: ‘Marco heeft me gevraagd en ik zag sterretjes. Ik ben nog steeds smoorverliefd op hem.’

’s Heeren Loo was aanvankelijk huiverig toen de twee steeds verliefder werden op elkaar, maar durfde het uiteindelijk aan. Marco en Tamara zullen nooit bij elkaar wonen en dat weten ze. Ze zijn grondig voorbereid en worden intensief begeleid. Ze hebben seksuele voorlichting gekregen, mogen eens per maand bij elkaar slapen en kunnen geen kinderen krijgen. Die willen ze ook niet. Op vaste momenten mogen ze elkaar zien in de recreatieruimte. Dan spelen ze spelletjes op hun tablet en luisteren ze naar muziek – Marco Borsato, Guus Meeuwis, Jan Smit en Frans Duijts zijn hun favorieten.

In de intensivecare-unit is de rust inmiddels teruggekeerd. Frank Geutjes helpt Jacqueline met eten, Brinta met yoghurt. Kauwen kan ze in haar huidige toestand niet, daarvoor is ze te gespannen. Daarna gaat hij met haar wandelen met de bedoeling haar moe te maken, zodat ze gaat slapen. Tijdens het wandelen wordt Geutjes gebeld door Joeri. Hij heeft de lijm gekocht en komt weer naar huis.

Terug op de groep gaat Jacqueline uitgeput op de bank in de huiskamer liggen. Joeri luistert muziek op zijn kamer. De muziektherapie gaat niet door, de muziektherapeut heeft tijdens een escalatie haar ribben gekneusd en zit thuis.

’s Middags is het spitsuur in de huiskamer annex open keuken van de intensivecare-unit. Sommigen komen terug van de dagbesteding en willen hun verhaal kwijt. Ondertussen dekt een bewoonster de tafel en vraagt wat iedereen wil drinken. Boerenkool met worst staat op het menu. Die heeft Bas Verkerk gisteren samen met haar gemaakt. Elke bewoner heeft eens in de week de kookbeurt en een keer de afwasbeurt. De een maakt daar meer werk van dan de ander. Soms bestaat het koken alleen uit het roeren in een pan. Sommigen helpen ook met boodschappen. Vooral Joeri is daarvoor te porren.

‘Ik ben niet meer manisch en heb allemaal goede ideeën’, zegt Jacqueline in de huiskamer. Joeri voert in zijn kamer een tweespraak met een van zijn poppen, die hij pakt als hij onrustig dreigt te worden. De begeleidster wacht tot hij klaar is voordat zij zijn tanden poetst. Bas Verkerk brengt Jacqueline naar bed. Ze blijft nog een nachtje in de snoezelruimte.

Aan de overkant, op de very-intensivecare-unit, verloopt de dag heel anders. Daar moeten de vijf bewoners voor alles bij de hand worden genomen. Drie begeleiders richten zich elk op een of twee van hen, gedurende hun hele dienst: bij het opstaan, de lichamelijke verzorging, de karweitjes, het wandelen, sporten, knutselen.

Drie keer per dag gaan de bewoners met de begeleiders het terrein af, meestal om te wandelen. Twee keer per week prikken ze papier in de omgeving, eens per week bezorgen Source: Volkskrant

Previous

Next