Trots is ongepast en onwenselijk, dacht filosoof Martha Claeys (28). Ze promoveerde op de emotie en pleit nu juist voor meer trots. ‘Trots, in de vorm van zelfrespect, is namelijk een motor van emancipatie, protest en sociale rechtvaardigheid.’
‘Zolang ik me kan herinneren, relativeer ik mezelf kapot’, schrijft de Vlaamse filosoof Martha Claeys in Trots – De filosofie van een emotie. Het boek, dat afgelopen maand verscheen, is gebaseerd op haar proefschrift.
In het voorwoord beschrijft Claeys de cynische stem in haar hoofd die alles becommentarieert. Een stem die te pas en te onpas ‘aansteller’, ‘sell-out’ of ‘aandachtzoeker’ uitroept en die haar onafgebroken verzekert dat ‘het allemaal niet erg veel voorstelt’.
Over de auteur
Ianthe Sahadat is journalist bij de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor cultuur, literatuur en filosofie.
Dat is geen zelfhaat, dacht ze, maar een gezonde manier om niet in de val van trots te trappen. Het is tenslotte goed om jezelf niet op te blazen. Claeys was ervan overtuigd dat trots een onwenselijke emotie was, voorbehouden aan opscheppers en grote ego’s, en debet aan een hoop ellende in de wereld.
Claeys is ethicus, schrijver en spreker. Samen met filosoof en generatiegenoot Lotte Spreeuwenberg maakt ze de filosofische podcast Kluwen, waar ze met gasten spreken ‘over de knopen van het mens-zijn’. Een aanrader, al was het maar vanwege de diepwarme stem van Claeys, die het analytisch ontrafelen van een keur aan moderne kwesties – van porno tot kamerplant, van post-truth tot cancelcultuur – tot een genot voor het oor maken. Zelf houdt ze vooral ook van de podcast omdat ze zich stiekem comfortabeler voelt in de rol van vragensteller (‘Anderen de pieren uit de neus halen’) in plaats van bevraagde.
In het nieuws zag ze kleine mannen met grote ego’s oorlogen beginnen, hoe eigenbelang en prestige voorgingen op de rechten van mens en natuur. Is dat niet mede de schuld van trots, vroeg ze zich af. ‘Trots werkt toch polarisatie in de hand’, schrijft ze, ‘het zet meningen vast, motiveert geweld en extremisme? Het zorgt voor superioriteitsgevoelens en systematische onderdrukking van anderen.’
Zo startte Claeys redelijk stellig in 2017 haar promotieonderzoek in de ethiek aan de faculteit wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen, met de hypothese dat trots vaak – misschien zelfs altijd – irrationeel en gevaarlijk is. Het liep al snel anders. Al was het maar omdat ze bij zichzelf merkte dat hoe ze het ook probeerde, het wegredeneren van trots niet lukte.
‘De oude Grieken beschouwden trots als een deugd, onder het christendom werd trots juist een van de hoofdzonden’, zegt ze, zittend in een kamertje van het Vlaams cultuurhuis de Brakke Grond in Amsterdam, waar ze dezelfde avond zal spreken op de jaarlijkse Nacht van de Filosofie. ‘Dat bracht me op het spoor dat de vraag of trots goed of slecht is, wellicht geen kenmerk is van de emotie zelf, maar van wie trots is en welke redenen iemand daarvoor heeft.’
‘Van nature vind ik het moeilijk me ergens trots over te tonen, om trots te voelen, om niet bij voorbaat te zeggen: zo bijzonder is het niet. Ik ben opgegroeid in Antwerpen, maar mijn ouders komen uit West-Vlaanderen, een ruraal gebied in België, een beetje te vergelijken met de Achterhoek. De mentaliteit daar is: wees bescheiden, steek je kop niet boven het maaiveld uit. Dat heb ik sterk meegekregen.
‘Op maatschappelijk niveau zag ik zo veel negatieve varianten van trots: de machtslust en het narcisme van mannen als Trump of Poetin die hun ego willen uitspreiden over een zo groot mogelijk territorium. Bewegingen als de Proud Boys (de extreem-rechtse Amerikaanse groepering die enkel uit mannen bestaat, red.) en andere varianten van extreem nationalisme. Dat is trots die gaat over jezelf groter maken dan een ander, over een ander de grond in drukken. Ik dacht: als ik via de filosofie hard kan maken dat die emotie niet goed is, dan winnen we daarbij, want dan moeten we die vorm van trots op ethisch niveau afwijzen.
‘Maar hoe meer ik las, hoe verwarder ik raakte, want waar plaatste ik dan de trots van gaypride of Black Lives Matter, protestbewegingen die zich in mijn ogen terecht inzetten voor emancipatie en juist voor gelijkheid? Parallel daaraan ontdekte ik dat het in de academische wereld belangrijk is om jezelf af en toe wél op de voorgrond te plaatsen. Om gezien, gelezen of gehoord te worden. Ondanks mijn intuïtieve afkeer van trots, snakte ook ik naar erkenning en waardering. Ik realiseerde me dat het me misschien toch niet zou lukken om trots helemaal af te wijzen.’
‘Ik denk dat ik begon met een definitie van trots die tegen zelfwaardering aanhangt, ik linkte het aan het behalen van prestaties of het doen van een inspanning. Dat is vaak de vorm van trots die mensen noemen als je hen vraagt: waar ben je trots op? Het is ook een vorm van trots die, hoewel meestal impliciet, een verschil tussen jouw kunnen en dat van een ander benadrukt. Een vorm van trots die ik met ijdelheid en narcisme associeerde. Het hele spectrum van trots in de functie van een gelijke plaats benadrukken, zat er nog niet in.
‘Door de verschillende vormen van trots, die we ook anders waarderen, te ontrafelen, kwam ik tot drie varianten van trots: zelfwaardering, zelfrespect en zelfliefde.
‘Zelfwaardering gaat over prestaties en jezelf ‘groter’ maken dan anderen, je benadrukt in zekere zin het verschil met anderen.
‘Zelfrespect gaat over het opeisen van een gelijke positie. Deze vorm van trots gaat over trots op een toevallige eigenschap waarvoor we niet zelf verantwoordelijk zijn, zoals huidskleur, seksuele geaardheid of uiterlijk, maar die wel de basis kan vormen voor uitsluiting.
‘Trots in de vorm van zelfrespect staat aan de basis van emancipatiebewegingen, het is een wapen van empowerment en protest. Queer activisten of Black Lives Matter-activisten zeggen niets anders dan: ik doe er net zoveel toe als de ander. Zelfrespect gaat over jezelf op waarde schatten, puur en alleen omdat je mens bent, je hoeft daar niets voor te doen of kunnen. Vanuit die erkenning van gedeelde menselijkheid heb je als mens recht op een niet-discriminerende behandeling. Als die behandeling ontbreekt, mag je in opstand komen.
‘Respect, ook zelfrespect, gaat over de basiserkenning van menselijkheid. Of wanneer je het uitbreidt: het leven in het algemeen, dus ook dieren en de natuur. Alle mensen verdienen respect in even grote mate. Het gaat over het benadrukken van gelijkheid tussen mensen.
‘Maar er ontbrak nog een houding, die in de literatuur over trots vaak wordt vergeten: het vieren van verschillen die niet gaan over prestaties, maar puur op basis van het feit dat mensen allemaal anders zijn.
‘Die houding noem ik zelfliefde. Helaas is deze term gekaapt door de commercie, waardoor het een associatie met geurkaarsen en zelfhulpboeken oproept. Met die interpretatie van zelfliefde leg je de verantwoordelijkheid voor structurele maatschappelijke problemen bij de individuen die er onder lijden, waardoor grotere systemen en de mensen met meer macht in die systemen de dans ontspringen. Zo van: er bestaat racisme, maar als jij nou gewoon genoeg van jezelf houdt, dan raakt al dat racisme je niet. Alsof we met therapiesessies alle ‘ismes’ de wereld uit kunnen helpen.’
‘Filosoof Iris Murdoch zegt dat liefde betekent dat we de ander zien zoals hij echt is. Vanuit die opvatting kun je zelfliefde begrijpen als aandachtig naar jezelf kijken. Het gaat niet om het zien van eigenschappen die lof verdienen, want dan neemt het de vorm aan van zelfbewondering. Je moet jezelf in volledigheid bezien, dus ook de facetten die je wellicht genant of minder leuk vindt.
‘Het is ook niet ‘lekker zijn wie je bent’, zonder poging zaken te overstijgen of te ontgroeien. Zo van: ik be Source: Volkskrant