Home

De koning als bijna niemand kijkt

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Tien jaar koning Willem-Alexander De populariteit van Willem-Alexander daalt, terwijl een monarchie alleen bestaat als het volk erachter blijft staan. Is hij wel zichtbaar genoeg?

De oude boer heeft tranen in zijn ogen. Hij staat midden in de sportzaal van het nieuwe buurthuis van De Krim, een dorp vlakbij Coevorden en de Duitse grens. Om hem heen zijn meisjes aan het turnen, kinderen aan het voetballen, ouderen aan het sjoelen en borduren.

De inwoners van De Krim hebben dit dorpshuis zelf gebouwd. Met naast de sportzaal ook een bibliotheek en een buurtkamer met bar en biljart. Tienduizend uur klussen, en heel veel „zweetdruppels” en inzamelingsacties zitten erin, zeggen ze trots.

Nu is de koning hier, op een januarimiddag, om het te openen. De boer schiet vol: „Wanneer komt de koning nou naar De Krim? Dat betekent dat we gezien worden.” Alle tweeduizend dorpelingen lijken te zijn uitgelopen om Willem-Alexander te zien.

Zo’n middag in De Krim valt misschien niet op als je het koningschap van Willem-Alexander beziet. Niet buiten het dorp in elk geval, misschien alleen in de omringende dorpen van de gemeente Hardenberg.

Volgende week is Willem-Alexander tien jaar koning, en als je die jaren beschouwt dan gaat het over Koningsdag, Prinsjesdag, staatsbezoeken. Misschien over de ramp met de MH17, toen de koning en koningin zichtbaar geëmotioneerd raakten toen in juli 2014 de kisten met slachtoffers aankwamen op vliegveld Eindhoven. Misschien gaat het over de toespraak van de koning op de lege Dam, tijdens de Dodenherdenking van 2020.

Het gaat zeker over de Griekenlandreis van oktober dat jaar, toen het koninklijke gezin met vakantie ging, enkele dagen nadat de premier iedereen had opgeroepen zo veel mogelijk thuis te blijven vanwege de coronapandemie. De ophef en het ongeloof waren groot. De excuses die volgden, lijken nauwelijks indruk te hebben gemaakt.

Koning Willem-Alexander bezoekt Overschild in het aardbevingsgebied in Groningen. Foto EPA/Koen van Weel

Vóór ‘Griekenland’ kreeg Willem-Alexander in de peiling rond Koningsdag, van Ipsos in opdracht van de NOS, elk jaar een rapportcijfer boven de 7, met in april 2020 nog een 7,7. Toen zei 76 procent van de ondervraagden veel of tamelijk veel vertrouwen in hem te hebben. Door ‘Griekenland’ kelderde dat vertrouwen, tot 46 procent nu. De daling is het grootst onder ouderen, traditioneel de trouwste monarchisten. Iets minder dan de helft van hen had nog veel vertrouwen in de koning. En hij krijgt nu een 6,5 als rapportcijfer. Nog wel een voldoende.

De vraag is of hij die dalende trend kan ombuigen. En een monarchie blijft alleen bestaan als het volk achter die staatsvorm blijft staan. Dat geldt volgens de Ipsos-peiling nog voor 55 procent van Nederlanders.

Als je hem er zelf naar vraagt, zoals RTL Nieuws deed op Koningsdag 2022 in Maastricht, dan antwoordt de koning: „Van peilingen heb ik me nooit echt iets aangetrokken, die zijn korte termijn.” Op de vraag of hij wat aan die peilingen gaat doen, zei Willem-Alexander: „Ik denk dat ik een langetermijnpositie heb in Nederland en de lange termijn zal bewijzen dat het allemaal in orde komt.”

Door mensen om hem heen wordt soms verwezen naar zijn moeder Beatrix. Ook zij was niet altijd even populair: bij haar twintigjarig jubileum als koningin in 2000 droeg 67 procent van de ondervraagden haar een warm hart toe, bleek uit een peiling van TweeVandaag. Dat werd toen erg laag gevonden. Het Historisch Nieuwsblad vroeg mensen de koningin te karakteriseren; ‘sympathiek’ werd slechts door 1,3 procent van de ondervraagden gezegd.

Dat veranderde, deels door gebeurtenissen waarbij Beatrix zich nadrukkelijk liet zien als moeder des vaderlands. Na de vuurwerkramp in Enschede in 2000 bijvoorbeeld, en na de cafébrand in Volendam in 2001. En er was de ‘zucht’ nadat een man in 2009 bewust op de stoet was ingereden tijdens Koninginnedag in Apeldoorn en zeven mensen doodde. De majesteit werd meer mens, was de conclusie bij haar abdicatie in 2013.

Willem-Alexander wilde vanaf het begin van zijn koningschap meer mens zijn dan majesteit. Toegankelijk zijn. Geen ‘protocolfetisjist’, zei hij vlak voor hij koning werd. Je ziet het in de manier waarop hij mensen langs de kant van de route begroet. Met twee handen tegelijk, high-fivend, van de linkerkant naar de rechter lopend. Vaak niet eens óp de loper, maar er naast.

Of hoe hij ergens binnenkomt. Dan maakt hij een grapje om het ijs te breken. Want mensen zijn, hoe hard ze dat van te voren ook ontkennen, vaak zenuwachtig als de koning komt. Dat merk je vooral als hij weer weg is, dan volgt opeens de ontlading. Zoals in De Krim, in het nieuwe dorpshuis. Als Willem-Alexander weg is, ploft iedereen neer op een stoel in de nieuwe bar. Ook de commissaris van de koning, met een alcoholvrij biertje voor zich.

Juist dat soort bezoeken als in De Krim wil Willem-Alexander afleggen, bij mensen die zich misschien niet gezien voelen, maar iets bijzonders doen. Of wier stemmen onvoldoende worden gehoord in het politieke en maatschappelijke debat.

‘Aanmoedigen’, is de term die hij er voor gebruikt. Hij noemde dat als opdracht aan zichzelf in zijn inhuldigingstoespraak in 2013: „Als koning wil ik mensen aanmoedigen om actief gebruik te maken van de mogelijkheden die ze hebben. Hoe groot de verscheidenheid ook is, hoe verschillend onze overtuigingen en dromen ook mogen zijn, waar onze wieg ook stond, in het Koninkrijk der Nederlanden mag iedereen zijn stem laten horen en op voet van gelijkwaardigheid meebouwen.”

Wie hem volgt, ziet hoe Willem-Alexander dat in de praktijk probeert te brengen. Waar zijn moeder Beatrix vooral veel inging op officiële uitnodigingen, voor een opening of een congres, gaat Willem-Alexander het liefst op werkbezoek. Mensen opzoeken op hun werk, bij hun vrijwilligerswerk, in hun buurt. Hoe kleinschaliger het bezoek, hoe inhoudelijker, hoe interessanter hij het lijkt te vinden.

Het gevolg is dat veel van wat de koning doet onder de radar blijft. De werkbezoeken vinden vaak plaats zonder al te veel aandacht, zonder aankondiging soms ook. Soms weten de mensen die hij bezoekt dat pas drie kwartier van te voren. Dan staan er geen zwaaiende dorpelingen, zoals in De Krim. Soms blijven omstanders alleen staan omdat ze een cameraploeg, wat fotografen en een handvol agenten zien en vermoeden dat er iets aan de hand is.

De paradox is dat de monarchie juist bestaat bij de gratie van zichtbaarheid. „Ik moet gezien worden om geloofd te worden”, zei de Britse koningin Elizabeth eens. Dat is de reden dat Willem-Alexander op Koningsdag naar het volk toekomt, in navolging van zijn moeder.

Hij heeft het er over tijdens een persgesprek tijdens de coronalockdown in 2020. Alle publieksevenementen zijn afgelast, en de koning en koningin zoomen dan veel. Dat moet een gevoel van nabijheid creëren, zegt Máxima. „Een van de belangrijkste elementen van de monarchie is aanraakbaarheid en tastbaarheid”, zegt Willem-Alexander.

Als een jaar later uit onderzoek van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) blijkt dat mensen eigenlijk niet goed weten wat de koning doet, en dat zij zelden lezen dat de koning en koningin bezoeken afleggen waarbij ze interesse tonen voor wat er in het land gebeurt, wijt hij dat tijdens een volgend persgesprek aan die lockdown. Aan zoomgesprekken waarvan alleen de deelnemers weten, en aan werkbezoeken die niet worden aangekondigd uit vrees voor een oploop.

De paradox is dat de monarchie juist bestaat bij de gratie van zichtbaarheid

Maar dat geldt óók vaak voor de bezoeken voor en na corona. Uit een soortgelijk onderzoek van de RVD in 2018 blijkt al dat mensen het meeste zien van de koning bij Koningsdag en de Dodenherdenking, of bij sportevenementen. Werkbezoeken worden minder zichtbaar gevonden. Uit de Koningsdagpeilingen blijkt dat rond de 40 procent van de ondervraagden vindt dat de koning zich meer moet laten zien.

Te weinig zichtbaarheid leidt tot vergetelheid, zei de negentiende-eeuwse Britse constitutioneel historicus Walter Bagehot ooit. Of tot onbegrip. De ondervraagden uit het RVD-onderzoek van 2021 gingen „er een beetje naar raden” wat de koning nu doet. Als men al sprak over de rol van het koningshuis leek het vooral naar aanleiding van incidenten te zijn. Die bleven wel hangen.

Bij zijn vijfjarig jubileum was de enige smet die toen werd benoemd het biertje met de Russische president Vladimir Poetin op de Olympische Winterspelen van 2014. Bedoeld om de verzuurde banden met Rusland aan te halen. Dat was kabinetsbeleid. De komst van de koning zou hebben bijgedragen aan de NRC

Previous

Next