Home

De minister die af en toe ontploft

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Sociale veiligheid Buiten zijn departement is Wiersma geliefd, op het ministerie van OCW is hij volgens (oud-)medewerkers een driftkikker.

Er waren veel mensen bij, die 14de november in Den Haag. Ambtenaren van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), leraren, adviseurs, de directie en een bestuurder van basisschool CBS de Leyenburg in Den Haag. Minister Dennis Wiersma (VVD) was er op werkbezoek. Dit keer schoot een kritische opmerking van de basisschooldirecteur hem in het verkeerde keelgat. Ze vroeg om „vertrouwen” in de beroepsgroep. Wiersma ging uit zijn plaat, zegt een aanwezige. Begon hard tegen de directrice te schreeuwen. „Ze stond te trillen op haar benen.” Daarna riep hij ook tegen de bestuurder: „Een minister heeft ook zijn grenzen!”

Wiersma (36), minister van primair- en voortgezet onderwijs, schreeuwt tegen mensen. Op het departement waar hij sinds januari 2022 werkt, is dat bekend. Zelf heeft hij inmiddels, na berichtgeving in De Telegraaf vrijdagochtend, toegegeven dat hij „fel en scherp” kan zijn. Hij duldt, zeggen verschillende (oud-)medewerkers tegen NRC, geen tegenspraak. Hij kan ontploffen over berichten die hem niet bevallen of als vernieuwingen in zijn ogen niet snel genoeg gaan. Die 14de november vertoonde hij dat gedrag búiten het departement, tegen een basisschooldirectrice.

Zes dagen later, op zondag 20 november, zit Wiersma in de talkshow WNL op Zondag. Hij reageert op de berichtgeving in de Volkskrant over tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk en zijn brute omgang met medewerkers: „Iedereen heeft een keer een zwak moment. Maar daar hoort ook bij dat je een open cultuur hebt. Dat je, als je je een keer hebt afgereageerd, dat je dan kunt zeggen: dat was niet goed, dat had ik niet moeten doen.” Hij erkent dat mensen „naar zichzelf moeten kijken” – „zeker als ze de verantwoordelijkheid hebben voor medewerkers in zo’n programma. Daar hoort wel wat bij… Als je dan niet levert... dat is wel pijnlijk.”

Terwijl Wiersma praat, kijken ambtenaren van zijn ministerie thuis op de bank gegeneerd naar de uitzending. De interne appgroep begint te trillen: hun minister keurt gedrag af dat hij zelf heel vaak vertoont.

Vijf maanden later, op vrijdag 21 april, schetst het artikel in De Telegraaf een pijnlijk beeld van de minister, die buiten de muren van OCW juist op handen lijkt te worden gedragen. Leraren lopen met hem weg, omdat hij doet wat zijn voorgangers niet deden: problemen in het onderwijs benoemen, oplossingen bedenken en de machtige schoolbesturen aanspreken op hun verantwoordelijkheid.

Maar intern zou hij zich volgens anonieme bronnen als een driftkikker gedragen: schreeuwen tegen veelal jonge ambtenaren, met deuren slaan en medewerkers onder druk zetten.

De berichtgeving in De Telegraaf klopt, laat het ministerie vrijdag weten. Wiersma „is vanuit ambitie en gedrevenheid, veeleisend, scherp en soms fel geweest tegen ambtenaren” in de eerste periode van zijn ministerschap. „Hij heeft destijds onderkend dat dit niet goed was.” Het gedrag zou zich hebben afgespeeld in de „eerste driekwart jaar van zijn ministerschap”. Tot eind oktober 2022 dus.

Volgens het ministerie is die periode inmiddels achter de rug. De minister heeft „actie ondernomen” en er zijn „diverse gesprekken gevoerd tussen de minister, leidinggevenden en medewerkers” over samenwerking „gegeven de hoge druk en de veeleisendheid van het werk”.

De verklaring van OCW over het gedrag van Wiersma is „een eufemisme”, zegt een ambtenaar die anoniem wil blijven. In werkelijkheid zou het er nog veel harder aan toe zijn gegaan op het ministerie.

De ambtenaar noemt het „pijnlijk voor de mensen die Wiersma in een burn-out heeft gejaagd”. Een aantal woordvoerders en andere naaste medewerkers zijn in het afgelopen jaar vertrokken.

Wiersma, zegt een andere anonieme bron, heeft een dadendrang die „opvallend” is voor een minister. „Hij heeft het imago van een driftig mannetje en zoekt vaak de randjes op van wat kan. Dat is te prijzen, maar hij zaait door de manier waarop hij dit doet zijn eigen tegenwind.”

Eind vorig jaar leidt zijn dadendrang al tot een botsing met zijn ambtenaren, schrijft NRC op 1 december. Wiersma wil religieuze weekendscholen aanpakken en negeert daarbij de dringende adviezen van zijn ambtenaren over de onhaalbaarheid van zijn plannen.

Op zijn Instagram-account worden vrijwel dagelijks foto’s, filmpjes en selfies geplaatst van Wiersma die scholen bezoekt en met leerlingen praat. Op 8 november toont hij een filmpje ‘Respect!’, over fatsoenlijke omgang met elkaar op school.

Eén van de medewerkers uit zijn ‘social media team’, die hem volgen met een camera en alle berichten posten, zit nu met een burn-out thuis. En hij is niet de enige. Hoeveel mensen er ziek thuiszitten of bij OCW vertrokken vanwege Wiersma, kan het ministerie niet zeggen. In een schriftelijke reactie op vragen van de Telegraaf schrijft een woordvoerder: „Rondom de drie OCW-bewindspersonen zijn de afgelopen 15 maanden (sinds het aantreden van dit kabinet, red.) verschillende wisselingen geweest. Dat zien we vaker na een kabinetswissel, omdat er sprake kan zijn van wel of geen goeie ‘match’.”

Er zijn, volgens OCW, geen formele klachten over het gedrag van Wiersma ingediend. Maar het aantal meldingen binnen het ministerie over ‘ongewenste omgangsvormen’ steeg sinds de komst van Wiersma in januari 2022. In 2017 kregen vertrouwenspersonen binnen OCW 55 meldingen, in 2018 49, in 2019 82, in 2020 58, in 2021 29 en in 2022 112. Een ruime verdubbeling in zes jaar tijd.

Tegenover de verzamelde parlementaire verslaggevers ging Wiersma vrijdagmiddag diep door het stof. Hij vindt het „heel erg”, zei hij, dat ambtenaren tegen hem „niet durven zeggen wat ze willen” en dat zijn „woorden als minister soms harder aankomen dan wat ik gewend was, gewoon als Dennis.”

Zijn eerste jaar als minister was „best spannend”, zei hij, „maar ik moet het goede voorbeeld geven. Ik reken het mezelf aan dat ik dat niet gedaan heb”. Ook zei hij dat hij nog „leert” en dat hij nu aan medewerkers vraagt: „Wat heb je nodig om goed te functioneren?” Hij „kan niet garanderen” dat hij nooit meer fel of scherp zal zijn, „maar ik weet wel dat ik dat daarna op een goede manier probeer te bespreken”.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next