Beloven om een boom níet om te hakken, is in sommige gevallen al milieuwinst. Bosbezitters kunnen er mooi geld mee verdienen. Cynisme is op zijn plaats.
Sinds de opkomst van de landbouw 12 duizend jaar geleden is bijna de helft van de bomen op aarde verdwenen. Er zijn er nu nog 3.000 miljard, becijferden wetenschappers enkele jaren geleden in het tijdschrift Nature. Elk jaar hakt de mens 15 miljard bomen om. En dat terwijl ze een bewezen technologie zijn om bovengronds CO₂ op te slaan.
Zakenkrant The Wall Street Journal publiceerde deze week een opmerkelijk verhaal over Weyerhaeuser, een houtbedrijf dat in zijn 163-jarig bestaan meer bomen heeft gekapt dan welk ander Amerikaans bedrijf dan ook. Het is dus niet verrassend dat milieuactivisten Weyerhaeuser geen warm hart toedragen. Al doet de kop van het artikel in de WSJ anders vermoeden, want die spreekt over ‘een milieuvriendelijke weldoener’.
Over de auteur
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. In Van Kapitaal Belang duikt hij in boeiende en opmerkelijke economische gebeurtenissen.
Het venijn zit echter in de onderkop, waarin staat dat Weyerhaeuser nieuwe klimaatberekeningen gebruikt om groene investeerders aan te trekken. Dat heeft alles te maken met koolstofemissies. Weyerhaeuser bezit 10,6 miljoen hectare Amerikaans bosland, dat fungeert als een gigantische koolstofspons. Volgens het bedrijf compenseert dit meer dan genoeg voor de broeikasgassen die vrijkomen bij het kappen van bomen, het zagen van hout en het distribueren van houtproducten.
Weyerhaeuser beweert dat zijn netto-koolstofvoetafdruk negatief is, wat betekent dat het zijn ‘overtollige opslagcapaciteit’ van CO₂ kan verkopen aan andere bedrijven die hun emissies willen compenseren. Dit zou tegen eind 2025 jaarlijks 100 miljoen dollar (91 miljoen euro) aan winst genereren. Zo verdient Weyerhaeuser dus zowel geld aan het kappen als aan het niet-kappen van bossen. ‘Ik denk niet dat er veel bedrijven in de wereld zijn met een beter milieuverhaal dan wij’, verklaarde ceo Devin Stockfish.
Hij bedoelde dat voor alle duidelijkheid niet cynisch, en geheel onterecht. Weyerhaeuser rekent zelfs met de CO₂ die is opgeslagen in het hout dat tot planken is gezaagd. De redenering is dat deze CO₂ vrij zou zijn gekomen als het hout zou rotten op de bosgrond. Dit impliceert dat we in het licht van de klimaatverandering alle volgroeide bomen moeten omzetten in planken, en vervangen door jonge exemplaren. Tel uit je winst! Vergeet dan wel dat de CO₂ in die planken toch ooit in de atmosfeer terechtkomt, omdat ook houten huizen uiteindelijk rotten of in rook opgaan.
Weyerhaeuser wordt terloops vermeld in Barkskins , een historische roman van Annie Proulx over de teloorgang van de Noord-Amerikaanse wouden gedurende een periode van driehonderd jaar. Het boek, dat in het Nederlands is vertaald als Schorshuiden, is een krachtig pleidooi voor natuurbescherming en -herstel dat geen lezer koud zou mogen laten.
Weyerhaeuser is echter zeker niet de enige opportunist in deze sector. Andere bosbezitters laten zich betalen door bedrijven zoals Microsoft en Shell om bomen een jaartje langer te laten staan, zodat ze CO₂-emissies kunnen compenseren. Het gaat vaak om bomen die sowieso niet zouden worden omgehakt, bijvoorbeeld omdat ze op moeilijk bereikbaar plekken staan, of onder overeenkomsten vallen die vellen verbieden.
Onlangs nog heeft de Autoriteit Financiële Markten in een rapport ernstige kanttekeningen geplaatst bij de onderbouwing van veel groene claims van bedrijven die hun vervuilende uitstoot compenseren met carbon credits. Dit kan ten koste gaan van inspanningen van bedrijven om hun uitstoot radicaal te verminderen. Met bovenstaande voorbeelden is makkelijk te begrijpen hoe dat kan.
In de praktijk krijgen houtkappers dus betaald om iets niet te doen, en het is lastiger om te meten wat niet is gebeurd, dan wat wel is gebeurd (bijvoorbeeld het aantal gekapte bomen). Daarom is het ook lastig om dat eerste correct te beprijzen. Misschien moeten we het niet moeilijker maken dan nodig, en enkel CO₂-compensatie toestaan bij netto-uitbreiding van bossen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de biodiversiteit (je wil niet alleen snelgroeiende eucalyptusbomen bijvoorbeeld).
Gezien de klimaatverandering is het belangrijk om zoveel mogelijk bomen te behouden en bij te planten, en liever vroeger dan later, zoals de Franse maarschalk Hubert Lyautey honderdvijftig jaar geleden al wist. Toen zijn tuinman hem waarschuwde dat hij een traaggroeiende boomsoort wilde planten die pas binnen een eeuw tot volle wasdom zou komen, antwoordde Lyautey: ‘In dat geval is er geen tijd te verliezen, plant hem nog deze namiddag!’
Source: Volkskrant