Home

Met de ‘gekke grapjes’ van de dalai lama gaat het steeds vaker helemaal mis

De 14de dalai lama functioneert al jaren in twee totaal verschillende werelden, die van de Tibetaanse ballingen en die van zijn westerse publiek – dat wreekt zich in het digitale tijdperk.

Als iets tijd- en cultuurgebonden is, dan is het wel wat je kunt maken in grappen. Een paar jaar terug trad de 14de dalai lama op in een afgeladen Ahoy samen met een toegewijde fan, oud-VVD-staatssecretaris Erica Terpstra. Toen het gesprek kwam op de merites van een ascetisch voedselpatroon, wierp de dalai lama een blik op het postuur van Terpstra en grapte: ‘Zo’n ascetisch dieet is ook wel iets voor jou.’ Een deel van Ahoy moest lachen, een ander deel zag je verstijven. Toen de dalai lama in 2019 in een BBC-interview grijnzend verklaarde dat, mocht de volgende dalai lama een vrouw worden, het wel een aantrékkelijke vrouw moet zijn, was de beroering op sociale media zo groot dat hij achteraf spijt betuigde. Toen deze maand een filmpje rondging waarop hij een jongetje plagend vraagt aan zijn uitgestoken tong te zuigen, werd daar zo massaal schande van gesproken dat excuses weinig meer hielpen.

Volgens een woordvoerder van de Tibetaanse regering in ballingschap is het filmpje in omloop gebracht door China om de dalai lama bij zijn grote westerse publiek in diskrediet te brengen. Dat is goed mogelijk. Een slimme tactiek ook. Er zit forse spanning tussen ‘gekke grapjes’ uit de oude Tibetaanse cultuur en moderne westerse gevoeligheden. Het is voorstelbaar dat ze bij de Chinese staatsveiligheidsdienst zeiden: laat we hem eens filmen als hij in Noord-India weer eens iets doet dat voor westerse mensen volkomen onacceptabel is.

Tenzin Gyatso, de 14de dalai lama, is sinds de dood van koningin Elizabeth II ’s werelds enig overgebleven leider die al voorpagina’s sierde in 1959. Dat jaar vluchtte de toen 24-jarige geestelijk leider van Tibet voor het geweld van Mao’s volksbevrijdingsleger over de Himalaya naar Noord-India. Deze leider kan met evenveel recht buitengewoon tragisch als uitzonderlijk succesvol worden genoemd. Dezelfde man die in 64 jaar ballingschap moest toezien hoe Tibet ten prooi viel aan Chinese verwoesting en repressie, groeide in de westerse wereld uit tot een held en voorbeeldfiguur van Nelson Mandela-achtige proporties.

De dalai lama belichaamde geweldloos spiritueel verzet tegen een ideologisch gedreven agressor. Hij verkeerde altijd in een gemoedstoestand die een westers publiek aanzag voor opgeruimd en monter. Wellicht nog belangrijker was dat het Tibetaans boeddhisme in de late 20ste eeuw een wetenschappelijk imago kreeg. Wat lang oosterse religiositeit was genoemd, kwam te boek te staan als een filosofie voor geestelijke gezondheid, een oude geluksleer waarvoor wetenschappelijk bewijs was, een antigif voor moderne kwalen. De omarming van het boeddhisme als gelukswetenschap dwong de dalai lama in een lastige spagaat. In Noord-India was hij de leider van een gemeenschap in ballingschap die nog vele archaïsche rituelen praktiseerde. In afgeladen westerse zalen begon hij een nieuw leven als leermeester in vreugde en compassie, er stonden neurowetenschappers naast hem, en Hollywoodsterren. Deze leider moest zich zowel gaan ontfermen over het lot van het Tibetaanse volk als over het geluk van westerse mensen. In 1989 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede. Sindsdien siert zijn beeltenis wereldwijd boeken met lessen over mededogen en het openen van ons hart.

De kunst van het geluk valt, zo lijkt het in die boekjes, samen met de strijd voor Tibet. De facto bedient de dalai lama twee heel verschillende werelden. Dat wreekt zich in een tijdperk van sociale media en veranderde opvattingen over grensoverschrijdend gedrag. De eerste westerlingen die in India gevluchte Tibetanen ontmoetten, waren hippies. Die konden ‘gekke grapjes’ met tongen zo interessant vinden dat ze die gingen nadoen. Dat was een andere tijd.

Source: Volkskrant

Previous

Next