Als er woensdagochtend net na elven een raket inslaat in het ouderlijk huis van Dallia Abdelmoniem (37), weet ze meteen dat ze moet vertrekken. Er zit een gat in het dak, van de meubels in de slaapkamer is weinig meer over. Gelukkig zit zij met haar familieleden en personeel op de begane grond. Dit is verre van een veilige plek voor haar bejaarde moeder, neefjes en nichtjes, maar waar moeten ze naartoe?
Abdelmoniems moeder woont in de Al Almarat-buurt, die direct grenst aan de luchthaven van de Soedanese hoofdstad Khartoem. De afgelopen week is er meerdere keren hard gevochten; het regeringsleger heeft een basis aan de rand van het vliegveld. De paramilitairen van de Rapid Support Forces (RSF) bestoken die met drones en gevechtsvliegtuigen. ‘De raketten vlogen letterlijk over onze hoofden’, zegt Abdelmoniem. ‘Het hele huis trilde als ze overkwamen en verderop insloegen.’
Over de auteur
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.
De strijd tussen de twee legers van bevelhebbers Burhan (die het Soedanese leger aanvoert) en ‘Hemeti’ (die aan het hoofd staat van de RSF) ontziet niemand. ‘De aanvallen zijn grootschalig en onnauwkeurig’, zegt Abdelmoniem. ‘Het maakt ze niet uit dat er burgers worden geraakt. Dat is het engste aan de huidige situatie: ze vechten hun strijd uit in een dichtbevolkte stad als Khartoem. Dat kun je je toch niet voorstellen? Stel je voor dat Amsterdam afbrandt omdat twee legers elkaar uitmoorden. Het is een bizarre situatie.’
Na koortsachtig overleg besluit Abdelmoniem te vertrekken naar het huis van een neef in een nieuwbouwwijk net buiten de hoofdstad. Ze worden donderdag opgehaald door vrienden van haar neef. Het gezelschap heeft geluk: tijdens hun tocht wordt de auto nergens door een van de strijdende partijen gestopt. Wel ligt de kant van de weg bezaaid met doden, als ze langsrijden bedekt Abdelmoniem de ogen van haar neefjes en nichtjes. Ze probeert zich sterk te houden. ‘We proberen alles pragmatisch aan te pakken’, zegt ze. ‘Ik heb geen tijd voor emoties. We zijn in overlevingsmodus.’
Ten zuiden van de luchthaven probeert ook de 26-jarige Mohamed al dagen de stad uit te komen. De marketeer, die vanwege zijn veiligheid niet met achternaam in de krant wil, probeert met drie vrienden naar de deelstaat Al-Jazirah ten zuiden van Khartoem te vluchten, waar het naar verluidt rustig is. Ze hebben geen auto en moeten zich voornamelijk te voet bewegen. Op sociale media heeft hij contact met andere inwoners van Khartoem die hem de locaties van checkpoints vertellen. Op interactieve kaarten wordt bijgehouden waar er wordt gevochten.
‘Je kunt steeds maar kleine afstanden afleggen’, vertelt hij aan de telefoon, ‘want overal zijn militairen.’ Die strijders horen vooral bij de paramilitairen van de RSF, legt hij uit: ze zijn nog nergens mannen van het Soedanese leger tegengekomen. Tot voor kort leken die vooral hun bases te beschermen, zegt Mohamed, terwijl ze vanuit de lucht aanvallen uitvoeren. ‘Maar de soldaten van de RSF kom je in de stad regelmatig tegen, dus als het licht is, kun je ze redelijk makkelijk ontwijken. ’s Nachts is dat veel lastiger, dan zullen ze je beroven of neerschieten.’
Mohamed en zijn vrienden willen de stad zo snel mogelijk verlaten, zeker ook omdat veel van de appartementen waarin ze schuilen niet veilig zijn. Verdwaalde kogels zijn bijvoorbeeld levensgevaarlijk. ‘Die kunnen tot ver reiken’, zegt Mohamed. ‘We horen verhalen over mensen die door hun kamer liepen en plots in elkaar zakten. Toen hun familieleden poolshoogte namen, zagen ze de schotwond. Ze hebben niet eens gehoord dat het schot werd gelost.’
Dallia Abdelmoniem en Mohamed leven met de dag. Er valt niets te plannen. Wel zijn ze het over één ding eens: zeer binnenkort zal het leven in Khartoem onhoudbaar worden. Niet eens per se vanwege de gevechten, maar door het gebrek aan eten. ‘Nu de ramadan voorbij is, gaan mensen weer drie keer per dag eten’, zegt Abdelmoniem. ‘Maar er komt geen eten de stad meer in, de winkels zijn leeg.’ Volgens Mohamed maakt de stad zich daardoor op voor ‘een humanitaire ramp’.
Donderdag lukt het Abdelmoniem om met haar familie het huis van een neef aan de rand van de stad te bereiken. ‘Het is gelukt, alhamdulillah’, zegt ze Allah prijzend aan de telefoon. In de wijk is zelfs weer de oproep tot gebed te horen, een geluid dat ze al bijna een week niet heeft gehoord. ‘Dat geeft me een gevoel van geborgenheid en normaliteit. We hopen hier de komende dagen op adem te kunnen komen.’ Vrijdagochtend blijkt echter dat er ook in de nieuwbouwwijk wordt gevochten. Abdelmoniem overweegt opnieuw of ze moet verkassen.
Mohamed zit ondertussen vast in het zuiden van de stad. Zijn plan om op vrijdag de stad te verlaten is door een schijnbaar nieuw offensief – ondanks een door het RSF eenzijdig afgekondigd staakt-het-vuren – in het water gevallen. ‘Vanaf 3 uur ’s nachts wordt er hier continu gevochten’, zegt hij vanuit het appartement waar hij en zijn vrienden zich schuilhouden. Een van hen is vannacht zijn tante verloren. Hij stuurt een filmpje door dat hij voorzichtig uit het raam heeft gemaakt, waarop te zien is hoe een grote groep soldaten van het Soedanese leger door de straten trekt. ‘Overal om ons heen zijn nu militairen’, zegt hij, ‘er klinken hevige gevechten.’
Voorlopig zitten ze nog als ratten in de val.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden