Quentin Tarantino (60) is een groot cinefiel, maar ook die kunnen er weleens naast zitten. Of de regisseur, die met Cinema Speculation een aanbevelenswaardig boek schreef over de Amerikaanse cinema van de jaren zeventig, nog weet wanneer hij voor het eerst in aanraking kwam met de Nederlandse cinema van die jaren zeventig?
‘Ja’, antwoordt Tarantino, het zorgeloos wijn nippende en brokjes chocolade kauwende hoofd plots bedrukt. ‘En om eerlijk te zijn vond ik die Nederlandse films helemaal niet leuk. Dat waren de films met Pippi Langkous. Níét leuk. Maar ze bestonden.’
Bor Beekman is sinds 2008 filmredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en langere verhalen over de filmwereld.
En hier, precies hier, had de verslaggever van de Volkskrant moeten ingrijpen. Ho Quentin! Pippi gaat van boord (1969), Pippi in Taka-Tukaland (1970) – dat waren Zweeds-Duitse producties, géén Nederlandse. Maar de rap en geanimeerd pratende filmmaker laat zich niet zo makkelijk onderbreken.
Ook is de tijd beperkt: beneden het kantoor van Athenaeum Boekhandel vormt zich al een lange, de hoek van het Spui omkrullende rij van fans met later deze middag te signeren boeken. En die ene topografische Pippi-dwaling valt hem te vergeven: Tarantino weet heus het een en ander van onze cinema. ‘De Nederlandse golf begon met Paul Verhoeven en Turkish Delight. En ook Soldier of Orange was een hit in Amerika. Een arthousehit, maar wel een hit. Daarna kregen ál zijn films een bioscooprelease in de Verenigde Staten: The Fourth Man, Spetters. Maar weet je wat ik pas net heb ontdekt? Het werk van Pim en Wim! My Nights With Susan, Sandra, Olga and Julie. Echt heel goed!’
Het door Pim de la Parra geregisseerde en door Wim Verstappen geproduceerde Mijn nachten met Susan, Olga, Julie, Piet en Sandra (1975) stond als ‘adult drama’ in het schap van de videotheek Video Archives. Daar adviseerde medewerker Tarantino in de jaren tachtig klanten over meer of minder geschikte films. Lokkende hoestekst: ‘a pair of sex murderesses become strange and enticing bedfellows’. Na de sluiting van het filiaal in Manhattan Beach (Los Angeles) kocht de toen al wereldberoemde regisseur de complete collectie VHS-banden op, waaruit hij tegenwoordig wekelijks de cultparels opdiept. Die bespreekt hij met zijn oude videotheekcollega en Pulp Fiction-coscenarist Roger Avary, in hun Video Archives podcast.
My Nights With Susan, Sandra, Olga and Julie komt voorbij in aflevering 15, waarin onder meer hoofdrolspeler Willeke van Ammelrooy wordt bejubeld. ‘Willeke verdient echt een shout-out’, zegt Tarantino. ‘Wat een goede actrice! En Pim en Wim, ik ben groot fan van ze. Ik heb ook een blu-ray van Frank and Eva. En ik hoorde dat Scorsese met Pim en Wim optrok in Amsterdam. Niet alles kwam uit in Amerika, maar in de jaren tachtig – mijn videotheektijd – kregen we wel VHS-banden van nieuwe Nederlandse films met Rutger Hauer en Jeroen Krabbé. Dat was de eerste echte Nederlandse cinema waarmee ik in aanraking kwam. Alleen de Flodder-films, die heb ik nooit gezien.’
Tarantino grinnikt: ‘Ik weet ook niet of dat iets voor mij is.’
Maar hij ként ze dus wel, die Flodders?
‘Natuurlijk. De Flodders zijn een grootmacht, in dit land.’
De cineast gaat nog één film maken, daarna is het klaar. Hij – net een paar dagen 60 – wil zijn oeuvre niet verzwakken door te lang door te regisseren. En nu is Tarantino op boektournee door Europa, waar hij in theaters voordraagt uit zijn werk en vertelt over zijn favoriete films. Het weerzien met Amsterdam bevalt: hij woonde er ooit enkele maanden, om te schrijven aan het script van Pulp Fiction, die zo bepalende film uit de jaren negentig vol magistrale dialoog, waarin crimineel Vince Vega de Amsterdamse gewoonten besprak. Van de in mayonaise te verdrinken frietjes en de agenten die je joint willen aansteken tot het glas bier dat je zomaar de bioscoopzaal in mag nemen (‘and I don’t mean just like no paper cup’). Dat was dus in Bellevue Cinerama (Calypso) aan de Marnixstraat. ‘Die grote bioscoop voorbij het American Hotel, waar de trams komen. Bestaat niet meer, toch?’
Weekendgids Tarantino heeft één allesomvattende (film)tip: die jaren zeventig. ‘Het is ook nostalgie: het zijn de jaren dat ik opgroeide. Maar als je naar de films kijkt: die waren toen ook écht geweldig. In de jaren vijftig en zestig bleef de Amerikaanse cinema standvastig onvolwassen, terwijl de cinema in de rest van de wereld opgroeide. Wij raakten achterop: waren vooral bezig met het maken van films voor het hele gezin. In de jaren zeventig kregen onze regisseurs eindelijk de kans te maken wat zij echt wilden, zonder zich de hele tijd te hoeven verloochenen. Elk boek mocht verfilmd, zonder het einde aan te passen. Ineens hoefden personages in het laatste kwartier niet meer hun leven te beteren, zich te verontschuldigen voor hun gedrag eerder in de film. De poort ging open. En Amerikaanse filmmakers sprongen er met twee benen doorheen.’
‘Mijn favoriete film aller tijden is The Good, The Bad and the Ugly van Sergio Leone. Ik kan er een uur over praten, maar laat ik dit zeggen: de perfecte film. Wat die western nóg perfecter maakt dan Once Upon a Time in the West? Hij is grappiger. Er is dat enorm krachtige spel van Eli Wallach, een van de grootste komische rollen ooit (als ‘The Ugly’).
‘Een film die ik uitvoerig bespreek in mijn boek Cinema Speculation is Rolling Thunder. In Amerika is die film vrij bekend onder genrefans en filmliefhebbers, maar wereldwijd verdient hij meer erkenning.’
In de wraakfilm Rolling Thunder, naar een drastisch herschreven script van Taxi Driver-scenarist Paul Schrader, beweegt een in Vietnam gevangen gehouden en thuis als held onthaalde veteraan (William Devane) richting een geweldsexplosie, nadat criminelen zijn gezin hebben vermoord. ‘Je kunt Rolling Thunder zien als gewoon een film voor een doordeweekse avond: prima te genieten, alles werkt. En tegelijkertijd schuilt er een ongelofelijke hoeveelheid van het verhaal onder de oppervlakte: het blijft ongezegd, het is er voor jou om naar te graven. En hoe meer je graaft, hoe meer je ook krijgt. Bij die film begon ik, voor het eerst, te speculeren over alles wat niet letterlijk in de film zit.
‘Ik heb een kopie van Rolling Thunder in mijn collectie, heb ’m ook al vaak in mijn bioscoop vertoond (Tarantino is eigenaar van het historische New Beverly Cinema theater in Los Angeles, red.). Bezit het Nederlandse filmmuseum ook een kopie? O, nou misschien willen ze ’m nog eens vertonen?’
‘Anders dan mijn vrouw kijk ik mee als de kinderen tv-kijken. En het verraste me wel, dat Peppa Pig. Hé, dit is behoorlijk grappig! Hé, hier zit zelfs satire in! De karaktertjes zijn ook zo leuk. Je snapt meteen dat kinderen zo van papa pig houden, of van mevrouw konijn. Mijn zoon kijkt de ene na de andere aflevering. Ze duren iets van tien minuten, een heel geschikte aandachtsspanne voor een kind van 2. Sinds kort kijkt mijn zoon Leo wel ietsje minder Peppa Pig dan voorheen. Hij is net 3 geworden en zijn aandacht verschuift naar superhelden.
‘Op welke leeftijd ik de kinderen naar mijn films laat kijken? Nou, mijn dochter Adriana is pas acht maanden oud, dus Leo is de eerste die straks de wereld ingaat. Hmm, ik denk zo rond 8 of 9 jaar: dan is hij er wel klaar voor, áls het hem interesseert. Welke titel eerst? Dat is aan Leo, laat hem maar kiezen. Als ik moet gokken: waarschijnlijk Kill Bill. Dat is de film die ík zou willen zien, als ik een klein jongetje zou zijn.’
‘Het is altijd bijzonder om kennis te maken met het werk van een groot denker, een grote stem, een groot persoon. Maar als dat zo rond je 15de of 16de gebeurt, kan het je wereld op z’n kop zetten. Voor de een kan het Bob Dylan zijn, voor de ander een schrijver als Thomas Pynchon, of Thomas Mann. Voor mij was het Pauline Kael. Ik zag When the Lights Go Down in de boekwinkel liggen, een bundeling van haar kritieken uit The New Yorker. Geld om het te kopen had ik toen niet, wekenlang las ik steeds weer even in dat boek voor ik naar de bioscoop ging. En ook als ik uit de bioscoop kwam ging ik weer even naar die boekhandel, om verder te lezen. Het was zo verkwikkend en meeslepend geschreven, dat het lezen van haar recensies iets dwangmatigs voor me werd, zo had ik dat nog nooit ervaren. Daar hamerde Kael ook op: geef je lezer een reden om door te lezen. Het ging er niet om dat ik het altijd met haar eens was, het is hoe ze schreef. Ik zie Pauline Kael als een van de beste schrijvers ooit – eentje die zich toevallig specialiseerde in filmkritiek.’
‘Ik ben gek op Tel Aviv. De omstandigheden brachten me ernaartoe, (Tarantino huwde de Israëlische zangeres Daniella Pick, met wie hij twee kinderen heeft, red.) maar inmiddels heb ik het gevoel dat ik een Israëli ben. Ik leef daar, mijn familie is daar. En als ik het over de Israëli’s heb, zeg ik tegenwoordig ‘wij’, al ben ik nog steeds een Amerikaan. Los Angeles en Tel Aviv liggen dicht bij elkaar, wat betreft de fun. Het nachtleven is vergelijkbaar, de bars en restaurants. En de dag eigenlijk ook, als je iets leuks gaat doen. Het verschil is het formaat: Tel Aviv is een postzegel vergeleken bij Los Angeles. Source: Volkskrant