Home

Exodus van CDA-Kamerleden uitzonderlijk? Dat blijkt reuze mee te vallen

Een klein bommetje was het wel, toen CDA’er Jaco Geurts donderdagavond laat bekendmaakte dat hij na tien jaar opstapt als Kamerlid om ‘vanuit een andere rol dienstbaar te blijven aan de samenleving’. Geruisloos was hij een dag eerder al benoemd tot waarnemend burgemeester van Maasdriel.

Eerder deze week kondigde het ervaren CDA-Kamerlid Agnes Mulder ook al haar vertrek aan. Eind januari verliet Kamerlid en oud-staatssecretaris Raymond Knops het Binnenhof om lobbyist te worden. En eind vorig jaar trok ook Kamerlid Harry van der Molen de deur achter zich dicht.

Van een leegloop bij zijn partij wil CDA-leider Wopke Hoekstra niet spreken. Hij erkent dat hij in een week tijd maar liefst twee ervaren krachten verliest, maar denkt dat er een goede mix van ervaring en jong talent overblijft. De CDA-vicepremier benadrukt vooral dat zowel Geurts als Mulder ‘heel veel’ voor het CDA heeft betekend, en dat zij dat allebei in hun nieuwe functie zullen blijven doen.

Toch kan het gevoel dat zij een zinkend schip verlaten niet helemaal worden onderdrukt. Na de voor de christen-democraten dramatisch verlopen provinciale verkiezingen houdt het CDA nog maar vijf van de negen zetels in de Eerste Kamer over. De peilingen voor de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen zijn op zijn zachtst gezegd ook niet hoopgevend voor het CDA.

Daardoor is het erg onzeker dat de vertrokken Kamerleden bij de volgende verkiezingen nog herkozen zouden worden. Vrij verklaarbaar dus dat een deel van hen alvast uitkijkt naar een andere baan.

Maar het CDA is niet de enige partij waar Kamerleden tussentijds opstappen. Het komt bij alle partijen voor en de aantallen zijn vrij constant door de jaren heen, vertelt hoogleraar parlementaire geschiedenis Bert van den Braak (universiteit Maastricht). ‘Tussentijds vertrek van Kamerleden is van alle tijden’, aldus Van den Baak.

In de periode 1989-1994 vertrokken bijvoorbeeld tussentijds 26 Kamerleden en schoven direct na de verkiezingen al 15 Kamerleden door naar het kabinet om minister of staatssecretaris te worden. Deze aantallen zijn – omgerekend naar een vierjarige regeerperiode – al die tijd min of meer gelijk gelijk gebleven. Het kabinet Rutte II en III kende respectievelijk 33 en 32 tussentijdse opstappers en 10 tot 12 Kamerleden die eerder al waren doorgeschoven naar het kabinet.

‘Van een alarmerende leegloop in de Kamer is vooralsnog geen sprake’, zegt Van den Braak. Wel anders: fracties waren vroeger veel groter, waardoor het vertrek van drie Kamerleden veel minder opviel. ‘Toen in 1966 bijvoorbeeld kort na elkaar drie Kamerleden van de vijftig leden tellende KVP-fractie verlieten, kraaide daar geen haan naar.’

In de regeerperiode van het huidige kabinet Rutte IV valt vooral op dat mensen vertrekken vanwege hun gezondheid en om persoonlijke redenen, zoals van Daan de Neef (VVD), Ockje Tellegen (VVD), Gijs van Dijk (PvdA) en Khadija Arib (PvdA). Afgelopen week gaf ook Maarten Hijink van de SP zijn Kamerzetel op. Het parlementaire bestaan ‘grijpt hard in op je privé- en gezinsleven’, aldus Hijink.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next