Home

Meer dan reflecteren op het verleden doet Auschwitz je ergeren aan het heden

Iedere familie kent voor buitenstaanders moeilijk begrijpbare punten van woede en trots. Zo vertelde mijn moeder me niet alleen vaak over de oorlog, waar vrijwel geen enkele Lakmaker uit terugkeerde, maar voegde ze daar met regelmaat geïrriteerd aan toe dat ‘niemand van ons in dat hele jodendom geloofde’ – wat het in haar optiek dubbel onzinnig maakte met hoevelen we waren omgekomen. Mijn nichtje daarentegen gaf me een aantal jaar geleden stralend Is dit een mens cadeau, een getuigenverslag uit Auschwitz, met de fiere woorden dat ‘wij’ erin stonden. ‘Lakmaker’, zo bleek de eervolle vermelding te luiden, ‘die in het bed onder het mijne lag, was een ellendig menselijk wrak.’

Auteur Primo Levi schreef wereldliteratuur over het kamp dat hij overleefde, een kamp dat ik vlak voor het lezen van het boek toevallig bezocht had. Het is een bezoek dat ik anderen niet per se aanraad: meer dan reflecteren op het verleden doet het voormalig vernietigingskamp je ergeren aan het heden, dat vooral gekenmerkt wordt door selfies. Iedereen stond foto’s van zichzelf te nemen onder de beroemde poort, die waarop Arbeit macht frei staat, en was de rest van de tour hoofdzakelijk bezig met het uitkiezen van zijn of haar meest gunstige kiekje.

Toch was er één, op het eerste oog insignificant detail dat me sindsdien is bijgebleven. Het gebeurde in de trein, waar ik vanuit mijn raam een bordje zag: ‘Oświęcim’. Dat is de Poolse benaming voor Auschwitz – op zichzelf iets weinig bijzonders. Maar op een vreemde manier deed het me denken aan mijn moeder, die een jaar eerder voor het eerst met kanker werd gediagnosticeerd. Tot die tijd dacht ik telkens dat mensen je zouden vertellen dat je kanker had, wanneer je kanker had. Een paar ziekenhuisbezoeken later ontdekte ik het tegendeel: termen als kwaadaardig en progressief vielen, maar niemand gebruikte dat ene woord.

Op een veel lichtere noot was ik als tiener nogal teleurgesteld toen ik een uitnodiging ontving om selectie te doen voor Oranje onder 15, en in de brief nergens het woord ‘Oranje’ of ‘Nederlands elftal’ te vinden was; ze hadden het over ‘nationaal’. Langzaam maar zeker ben ik gaan begrijpen dat er woorden zijn voor het hier en woorden voor het daar – termen voor buitenstaanders en termen voor intimi. Dankzij het zien van dat ene bordje voelde ik hoe Auschwitz, met al zijn gruwelijkheden misschien wel het daar pur sang, in meer of mindere mate hier werd.

Die spanning tussen het hier en daar loopt als een rode draad door Levi’s boek: wat voor hem Oświęcim was, zal voor ons lezers altijd Auschwitz blijven – iets op afstand. Behalve onvermijdelijk is die afstand ook gekmakend, niet in de laatste plaats omdat Levi ons ervan probeert te doordringen dat het hier en daar niet eens zo ver uit elkaar liggen: ‘Het is gebeurd en kan dus weer gebeuren, dat is de kern van wat we te zeggen hebben.’

Zo besluit hij zijn verhaal, dat voor buitenstaanders vermoedelijk lijkt te gaan over leven en dood, maar voor wie goed gelezen heeft juist over het gebied precies daartussen: over levende doden, schimmen en slachtoffers die paradoxaal genoeg één eigenschap delen met hun daders, namelijk dat ze ontdaan zijn van hun menselijkheid. Wie die terug wil winnen moet spreken: over hoe het daar was, en hier kan gebeuren.

Source: Volkskrant

Previous

Next