Op de begraafplaats in Assen, naast het oudste monument voor de Armeense genocide in Nederland. Twee stenen: een zwarte Armeense kruissteen met ragfijn snijwerk, daarnaast een steen met tekst.
De man die het monument hier in 2001 liet plaatsen, Nicolai Romashuk, wijst naar het woord ‘genocide’ op de rechtersteen. Tot een paar jaar geleden ging deze tekst verborgen onder een metalen plaatje. Anders vond de gemeente het te gewaagd.
Maandag is de jaarlijkse herdenking van de volkerenmoord op circa anderhalf miljoen Armeniërs. Het is gemakkelijk om rake woorden te kiezen wanneer het verleden ver weg ligt – denk aan slavernij. Maar de genocide op de Armeniërs is nog niet zo lang geleden, pas 108 jaar. De Nederlandse regering houdt vast aan omfloerste taal. De ‘kwestie’. De ‘verschrikkelijke gebeurtenissen’.
Je kunt Nicolai Romashuk, 70 jaar, zien als een slachtoffer van de derde generatie. Praat met hem, geholpen door zoon Nicolai junior (‘Zeg pa, ik weet dat je hier niet graag over vertelt, maar...’) en ineens sta je niet meer op een grasveld in Assen, maar in de woestijn van Deir al Zor, Syrië, rond 1915.
Zijn toen piepjonge oma, verdreven uit Turkije, vocht in de woestijn voor haar leven. Vaders en zoons waren vermoord. Vrouwen en meisjes werden betast door mannenhanden. Ze overleefden door te eten van de lichamen van lotgenoten die het niet haalden.
Nicolai Romashuk groeide op bij zijn oma. En zo wierp het drama ook een schaduw over zijn leven. Decor van zijn jeugd: een grot onder het Armeense klooster in de Oude Stad van Jeruzalem, opeengepakt tussen andere getraumatiseerde vluchtelingen en hun nageslacht. Dekens van het Rode Kruis fungeerden als muren. In de verhalen was het elke avond 1915.
Als jongeman ontmoette Romashuk een Nederlandse vrouw. Ze trouwden en kregen kinderen. De verhalen uit zijn jeugd achtervolgden hem in het Drentse Assen.
Ik spreek met hem af vanwege een stapel documenten die het ministerie van Buitenlandse Zaken onlangs openbaar maakte. De documenten laten zien hoe de Nederlandse overheid zich in bochten wringt om de Armeense genocide niet te erkennen, tegen de wens van de Tweede Kamer. De regering vreest de reactie van Turkije, een Navo-lidstaat.
Veel documenten gaan over Joël Voordewind, voormalig Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie. Hij pleitte voor erkenning van de genocide. Rond Voordewind was sprake van ‘sondering’. Als in een goedkope Stasi-thriller probeerden ambtenaren van Buitenlandse Zaken zijn plannen te achterhalen.
Dit ‘goede werk ten spijt’ verraste Voordewind de ambtenaren met een ‘specifieke twist’ – de details zijn zwart gelakt. Het ministerie hoopte op ‘een zachte landing’ in de Kamer.
Een cynische wending ontstaat in april 2020. Voor het eerst zou een Nederlandse minister de officiële staatsherdenking bijwonen in Armenië, een wens van de Kamer. Buitenlandse Zaken was ongelukkig met het plan. Als compromis zou Arie Slob gaan, de minister van basis- en voortgezet onderwijs. Een gekke, maar veilige keuze: hij had geen zeggenschap over het dossier.
Prompt begon de coronapandemie. Een ambtenaar deelde zijn ‘enthousiasme’ met een collega. Dankzij Covid-19 kon Nederland onder het gevoelige bezoek uit. Het was belangrijk om de zaak ‘netjes af te handelen’. Buitenlandse Zaken stuurde een brief. Daarin staat geen woord over de genocide. Wel over ‘this terrible virus’.
Toen de Amerikaanse president Biden in 2021 de Armeense genocide wél erkende, zat de schrik op het departement aan de Rijnstraat er goed in. De Belgen, die erkennen de genocide zelf al jaren, vroegen wat Nederland gaat doen. De Nederlandse ambassade in Ankara waarschuwde dat Turkije ‘zeer scherp’ kan reageren.
En dus zoekt Den Haag het in uitstel. Nicolai Romashuk voorziet: erkenning van de genocide gaat er niet komen. ‘Nederland wil Turkije niet kwijt.’
Maandag zullen Armeniërs zoals elk jaar een stille tocht houden in Assen en een krans leggen. Een minister is daar niet bij aanwezig. Nederlandse ministers vertonen zich op de herdenkingsdag van de genocide nog altijd niet in de buurt van Armeense monumenten.
Nicolai Romashuk wijst naar de gedenkstenen. Wist je dat ze op elkaar horen? Maar zo’n hoog bouwsel vond de gemeente te veel aandacht trekken. Twee stenen naast elkaar, dat valt minder op.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden