Dat blijkt uit representatief onderzoek dat I&O Research in de afgelopen week deed. Ruim driekwart (76 procent) maakt zich zorgen over ‘de gevolgen van het teveel aan stikstof voor het klimaat, flora, fauna en de woningbouw’. Als het om de aanpak gaat zijn de kiezers grofweg verdeeld langs dezelfde lijnen als de Tweede Kamer. Ruim eenderde deel (36 procent) vindt dat het kabinet de stikstofmaatregelen na de provinciale verkiezingsoverwinning van de BBB moet afzwakken, maar exact hetzelfde percentage is het daar niet mee eens. De rest zit er tussenin of weet het niet.
Bijna de helft van de kiezers, 48 procent, zegt ja op de stelling dat de veestapel moet krimpen om het land van het stikstofslot te halen. Een groep van 26 procent is het daar niet mee eens. Anders dan vaak wordt verondersteld, zijn de verschillen tussen de regio’s niet zo groot: in de drie grootste steden zegt 61 procent ja op de stelling, in Oost-Nederland 50 procent. De verschillen zijn daarentegen wél groot als wordt gekeken naar opleidingsniveau. Van de hogeropgeleiden deelt 63 procent het streven naar een kleinere veestapel, van de lageropgeleiden slechts 36 procent.
Gedwongen uitkoop van boeren is voor veel Nederlanders een brug te ver. Slechts een kwart is van mening dat boeren gedwongen moeten worden als ze zich niet vrijwillig laten uitkopen. Onder lageropgeleiden is niet meer dan 13 procent voor dwang, onder de hogeropgeleiden 38 procent. Alleen kiezers van D66, GroenLinks, de Partij voor de Dieren, PvdA en Volt zijn hier in (nipte) meerderheid voorstander van.
Binnen de regeringscoalitie in Den Haag spitst het debat zich sinds de provinciale verkiezingen toe op de vraag of 2030 als harde deadline moet gelden voor de geplande stikstofreductie. Ook de kiezers zijn daar zeer verdeeld over. Een groep van 35 procent kiest voor ‘stikstofbeleid minder snel doorvoeren’ en nog eens 15 procent wil er helemaal mee stoppen. Samen de helft dus. Vooral kiezers van BBB, PVV, CDA, SGP en JA21 zitten in dat kamp. Opvallend detail: de BBB-kiezers hebben vaker een voorkeur voor ‘minder snel doorvoeren’ (61 procent) dan voor helemaal stoppen (30 procent).
De kiezers van GroenLinks en de Partij voor de Dieren zijn het meest vasthoudend en kiezen het vaakst voor handhaving of versnelling van het huidige beleid. D66-kiezers volgen op korte afstand. De kiezers van de VVD – de partij die in de coalitie de middenpositie inneemt in dit debat – zijn net zo verdeeld als hun vertegenwoordigers: 40 procent kiest voor vasthouden aan 2030, en 43 procent voor een wat soepeler tijdspad.
I&O-onderzoeker Peter Kanne ziet in het onderzoek aanknopingspunten voor de provinciale formaties. ‘Kiezers van partijen die nu onderhandelen, BBB, VVD, CDA, PvdA en GroenLinks, maken zich allemaal zorgen om de stikstofuitstoot en willen dat Nederland van het stikstofslot gaat, al is het dan om andere redenen. Als het rijk en de provincies uitkomen op beleid waarin dat gebeurt, misschien niet in 2030 maar in 2035 en zonder de boeren te dwingen, heb je een middenweg die kan werken.’
I&O Research deed onderzoek van 14 tot en met 17 april, onder een representatieve groep van 2197 Nederlanders van 18 jaar en ouder. De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de landelijke verkiezingen van maart 2021.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden