Home

‘Discipline helpt je een relaxed leven te leiden’

Door een scheur in zijn aorta scheerde journalist Koen Haegens langs de rand van de afgrond. Het zette hem aan het denken over hoe achteloos we omgaan met de tijd – en hoe hij dat niet wil. ‘Mijn tijd ervaar ik nu als schaarser, dus waardevoller.’

Wanneer hij op een doordeweekse dag, 11 november 2019, na een werkdag rondjes op de schaatsbaan draait, is er nog niets aan de hand. Als bijna-veertiger met een gezonde leefstijl en zonder medische voorgeschiedenis, vader van drie jonge kinderen en Volkskrant-journalist, voelt hij zich midden in het leven staan. Kerngezond.

Op de terugweg schrikt Koen Haegens van een klemmend gevoel op zijn borst. Dat trekt aanvankelijk weg, maar keert ’s nachts terug. Terwijl hijzelf het voor medische hulp nog te vroeg vindt, dringt zijn vriendin daarop aan. Dankzij haar belandt hij in het ziekenhuis. De volgende ochtend ondergaat hij een spoedoperatie aan een centimeters lange scheur in zijn aorta. Hij scheert langs de rand van de afgrond.

Kort voor de vijftien uur durende operatie voelt hij zich verbazingwekkend kalm: ‘Ik kon me aan de mogelijkheid van sterven overgeven.’ De doodsangst bevangt hem erna. Ruim drie jaar later is hij fysiek hersteld, maar heeft hij nog last van ‘fases van nachtmerries’. Een positief gevolg van zijn ziekte is zijn boek Op zoek naar de verstrooide tijd. Verbazing over de nonchalante omgang van de mens met zijn tijd vormt daarin zijn vertrekpunt.

Haegens, inmiddels redacteur bij De Groene Amsterdammer, verwondert zich, na zijn confrontatie met zijn sterfelijkheid, over ons gedrag ‘alsof we over het eeuwige leven beschikken’. Dat toetst hij aan de filosofie, zijn kennis van de economie (het terrein waarop hij zich als journalist heeft toegelegd), de literatuur en zijn persoonlijke ervaringen. Zijn inzichten monden uit in een pleidooi voor ‘toegewijde tijd’.

In zijn eerste achttien jaar, opgroeiend in het Noord-Limburgse dorp Horst, is de omgang met tijd ook al een thema. Hij maakt deel uit van een ‘zeer hechte’ vriendengroep, die avond aan avond ‘lange gesprekken over het leven zelf’ voert, onder het genot van biertjes, jointjes en The Doors. Die leerschool brengt hem tot de overtuiging dat hij zijn leven anders wil aanpakken dan zijn vader, een aannemer die lange werkweken maakt: ‘Al je tijd spenderen aan een enkel domein van je leven, ik vond dat geen aantrekkelijk vooruitzicht.’

Dat voornemen brengt hij in de praktijk tijdens zijn studie politicologie in Leiden. De helft van zijn tijd studeert hij, de andere helft gaat op aan een ‘activistisch bestaan’, onder meer in de dan populaire beweging van ‘andersglobalisten’. Wanneer na zijn studie de journalistiek op zijn pad komt, blijft hij in Leiden wonen. De intussen 42-jarige Haegens is daar ook weer op de schaatsbaan te vinden.

‘Het clichébeeld wil dat als je dit op betrekkelijk jonge leeftijd treft, je tot een soort inkeer komt: hardwerkende journalist ziet opeens in dat andere dingen in het leven veel belangrijker zijn. Dat klopt in mijn geval helemaal niet.

‘Toen ik na de operatie mijn goede voornemens teruglas die ik in de zomer ervoor had opgeschreven, kon ik me daarin nog altijd goed vinden. Ik wilde mijn vrienden vaker zien en openstaan voor nieuwe ervaringen. Dat is niet anders geworden. Tijdens de eerste dagen in het ziekenhuis gingen al mijn herinneringen over de kinderen en vakanties. Er kwam niets bij me op over mijn werk. Dat maakte voor mij nog eens extreem helder wat belangrijk is in het leven. Maar dat verraste me niet. Het grote verschil zit niet in de inhoud van mijn voornemens, maar in de urgentie die ik voel om ze ook echt uit te voeren.’

‘Absoluut, want mijn tijd ervaar ik nu als schaarser, dus waardevoller. Mijn onuitgesproken aanname was dat ik, net als mijn opa’s en oma’s, minstens 80 zou worden. Nu vind ik vijf of tien jaar erbij al mooi. Dat andere perspectief heeft me ook ongeduldig gemaakt. Ik wil niet meer uitstellen: als ik iets anders wil doen, dan moet ik nú veranderingen aanbrengen.

‘Heb je het idee over zeeën van tijd te beschikken, dan jaag je die er met gemak doorheen – ik noem dat tijdinflatie: hoe meer uren ons ter beschikking staan, des te minder ze waard worden. Thomas Mann heeft dat mooi beschreven in De Toverberg, het is een tijdloos menselijk iets. Kennelijk heeft de mens een eindpunt nodig. De dood zie ik als een centrale bank, maar dan niet voor geld, maar voor onze tijd. Zij maakt de tijd krap waardoor we ons best doen er alles uit te halen.’

‘Ik heb gemerkt dat ik die houding nodig heb om overeind te blijven in het leven. Bewust zijn van je sterfelijkheid is belangrijk, in onze maatschappij doen we dat te weinig. Het heeft een heel mooie kant, mijn eerste dagboekaantekeningen na de operatie gaan daarover: hoe ik het blauw van de lucht als extra blauw ervaar en niets meer vanzelfsprekend is. Mijn sterfelijkheidsbewustzijn laadde mijn leven op. Maar het had ook een keerzijde, namelijk doodsangst. Door de operatie kreeg ik last van hartritmestoornissen. Mijn hersenen interpreteerden die als groot gevaar. Ik kreeg daardoor doodsangst. Op zulke momenten voelde ik me uiterst eenzaam, ook al lag mijn vriendin naast me. Ik zag mijn leven als een achtbaan waarbij ik niet kon zien op welk punt ik weer naar beneden zou gaan.

‘Die fase gaf me een sterke behoefte aan zijnsvergetelheid. Filosofen minachten dat, omdat je dan met oogkleppen op leeft. Maar ik heb ervaren dat het niet te doen is, almaar je sterfelijkheid doorvoelen. Van mensen met depressies of met kanker kun je niet verlangen dat ze die altijd maar voor ogen houden.’

‘Die tegenstelling tussen sterfelijkheidsbewustzijn, het sein zum Tode zoals Heidegger het noemt, en zijnsvergetelheid moet je op spanning houden. De mens is een vat vol tegenstellingen, schreef Kierkegaard. Die moet je niet willen oplossen, zoals Hegel deed met zijn dialectiek, en je moet ook niet naar een gulden middenweg zoeken, zoals Aristoteles aanraadde. Dan krijg je vlees noch vis: niet de vitaliserende kracht van de sterfelijkheid, maar ook niet de zorgeloosheid van de zijnsvergetelheid. In plaats daarvan, zegt Kierkegaard, moet je de tegenstelling gebruiken om de pees van de boog te spannen. Dus leven met het besef dat het niet vanzelfsprekend is dat je hier rondloopt en tegelijk op gezette tijden je sterfelijkheid weer vergeten. Die beide polen waarderen om hun spanningsveld. Voor mij is dat praktisch gebleken.’

‘Soms word ik bevangen door zorgen: een berg artikelen die ik nog moet uitwerken, een boze blik die me werd toegeworpen, een ruzie met mijn vriendin, gevoelens van sleur. Dan wandel ik in mijn buurt en bedenk: ‘Drie jaar geleden lag ik bibberend in mijn bed en dacht ik er nu niet meer te zijn, kijk eens hoe je ervoor staat.’ Dat helpt los te komen van die zorgen en de sleur. Teruggaan naar wat echt belangrijk is en inzien welke zorgen niet nodig zijn, omdat het leven te kort is om je erover druk te maken.’

‘Zeker, alleen raad ik die niet aan. Ik heb zo nauwgezet mogelijk onderzocht wat er gebeurt wanneer ik uren van mijn leven met een grote greep uitgeef door op mijn telefoon of laptop te zitten. Die uren vervliegen, alsof je over eindeloos veel tijd beschikt. Het is verstrooide tijd, ongrijpbare confetti, zonder duidelijk begin of einde, zonder hoogtepunten en in feite betekenisloos. Je vergeet vrijwel alles wat je in die tijd doet. Is het niet de volgende dag, dan is het wel de volgende week.

‘In die verstrooide tijd komen we terecht, heb ik gemerkt, wanneer we in een bepaalde stemming verkeren. Als we ergens tegenop zien en dus uitstelverdrag vertonen, als we ons onzeker of slecht ergens over voelen, of als we gewoon moe zijn. Kortom: als je minder grip hebt op je leven en daardoor geen autonomie ervaart.’

‘In het begin had ik ‘verprutste tijd’ als werktitel, maar dat vind ik te moralistisch. Ik wil ervoor waken dat ik alle menselijke activiteit leg langs de meetlat van het nut, dat doen we in onze prestatiemaatschappij al genoeg. Dat maakt niet gelukkig. Maar ik waak ook voor moralisme, omdat mensen me zeggen van het verstrooien te genieten, na een lange werkdag. De prestatiemaatschappij waarin ze functioneren, schept omstandigheden waarin verstrooide tijd kan gedijen. Apps en sociale media zijn erop afgestemd dat ze geen enkele instapenergie van je vergen. Hoe vermoeider ik thuiskom, des te groter is de verleiding eraan te doen.’

‘Als dat je bewuste intentie is, zie ik het niet als verstrooide tijd. Dan neem je een actieve beslissing en is dat wezenlijk anders dan wanneer je in de stemming van verstrooiing bent. Dan ben je in wezen op de vlucht, omdat het leven je tot last is.’

‘Dat is voor mij inderdaad het spiegelbeeld: tijd die wel is gebaseerd op een bewuste keuze, die wel een blijvende herinnering creëert, waarmee je een verhaal kunt vertellen en die daardoor betekenisvol is. Het is tijd waarin je toewerkt naar een voor jou belangrijk doel, het gaat ergens heen. De dood voor ogen houden is een manier om hem te ervaren. Dat is weliswaar een paardemiddel, maar het werkt wel goed.’

‘Ja. Discipline heeft een slechte naam gekregen. We denken dan al snel aan kadaverdiscipline, met de meute achter foute dingen aanlopen, of aan: zonder nadenken in iets blijven volharden. Terwijl in mijn ogen juist discipline de kans op vrijheid biedt. Want als ik daarmee gedaan krijg wat ik wilde doen, kan ik vervolgens met een voldaan gevoel voluit vrij zijn. Discipline is een belangrijk middel waarvan het belang Source: Volkskrant

Previous

Next