Minister Adriaan König van Waterstaat – een katholieke Limburger met een enorme snor – gaf de KLM in 1919, vlak na de oprichting door Albert Plesman, een subsidie van 75 duizend gulden. Dat was toen een enorm bedrag. ‘Deze regering zal nooit nalaten haar steun te verlenen aan de Nederlandse luchtvaart’, zei hij daarbij. En hij heeft gelijk gekregen.
Sindsdien bungelt de KLM namelijk aan het elastiek van de staat. Hoewel de luchtvaartmaatschappij een particulier initiatief was, had de staat na talloze reddingsplannen in 1926 al bijna alle aandelen in handen. De staat bepaalde de aanschaf van vliegtuigen, de tarieven en de nieuwe routes. De regering zag KLM als cruciale luchtbrug naar de koloniën, zoals Nederlands-Indië. Pas in 1957 stootte de overheid aandelen af, omdat KLM een beursnotering in New York wilde. De staat hield 70 procent. En als de minister van Verkeer en Waterstaat de blauwe zwaan niet liefkozend omarmde, was daar altijd nog prins Bernhard. Want de KLM was al bij de oprichting ‘Koninklijk’ geworden.
In de tijd van de neoliberale privatiseringsgolf onder de kabinetten-Lubbers en -Kok werd het belang in KLM desondanks verkleind tot 5 procent. Echte afstand schiep dat niet. Bij het honderdjarig bestaan in 2019 besloot minister Wopke Hoekstra van Financiën voor 744 miljoen euro een groot belang in het fusiebedrijf Air France KLM te kopen in een vergeefse poging evenveel zeggenschap te krijgen als de Fransen. En toen corona kwam en het vliegverkeer stil kwam te liggen, kreeg de maatschappij nog eens 1 miljard aan krediet en 2,4 miljard aan bankgaranties van Den Haag. De blauwe zwaan moest ook in deze tijd van CO2-reductie worden gekoesterd. Ze mocht geen stervende zwaan worden.
Die lening is afgelost. En de garanties zijn niet meer nodig, nu het volk weer reist zoals vanouds. Staatsagent Jeroen Kremers, die zich na het steunplan mocht bemoeien met de duurzaamheidsplannen, salariëring van de top en saneringen (zonder dat de KLM zich er veel van aantrok), is als lastpak aan de kant geschoven. De KLM kan weer doen wat ze zelf wil: ‘Zonder steun ondernemen’. De vlag ging dinsdag uit, aldus De Telegraaf, het huisblad van de KLM-bazen. Financieel directeur Erik Swelheim noemde het fantastisch.
Er is echter meer reden voor argwaan dan voor feest. Het zou beter zijn geweest als het omgekeerde was gebeurd: volledige nationalisatie. Als de overheid geen vinger aan de pols houdt, draait de machtige lobbymachine van KLM op volle toeren. Politici, omwonenden en milieuactivisten weten wat dat betekent. Ze worden vermorzeld.
En als er opnieuw iets misgaat (schadeclaims, milieueisen, politieke onrust of een volgende pandemie) zal de KLM zonder twijfel opnieuw op de stoep staan in Den Haag. In slechte tijden wordt een vleugellam KLM met het elastiek weer naar de staatsruif getrokken. In goede tijden wordt het elastiek losgelaten en mag de KLM voor eigen gewin de vleugels uitslaan.
De moral hazard die de banken sinds 2008 wordt verweten, geldt al 104 jaar voor ’s lands nationale luchtvaartmaatschappij.
Source: Volkskrant