Home

Hoe kom je de overgang zo goed mogelijk door? Deze gids helpt je verder

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Hoe weet je dat je in de overgang zit? En hoe ga je om met daarmee gepaarde klachten zoals opvliegers? De overgang roept veel vragen op. In deze gids in de Week van de Overgang bundelen we relevante NRC-artikelen over het onderwerp; daarnaast geven we tips en delen ervaringsverhalen.

Ga naar een onderdeel naar keuze:

We beginnen bij het begin, want wat houdt de overgang eigenlijk in? We zetten vier veelgestelde vragen op een rij. Hier lees je welke overgangsklachten je kan hebben en hoe je überhaupt weet dat je in de overgang zit.

Tijdens de overgang gaan de eierstokken (elke vrouw wordt geboren met ruim 500.000 eicellen) langzaam ‘met pensioen’. Gemiddeld verliest een vruchtbare vrouw tijdens de overgang zo’n duizend eicellen per maand. Op een dag verlaat het allerlaatste eitje de eierstok. Na de overgang produceren de eierstokken alleen nog wat androgenen (ook wel ‘mannelijke’ geslachtshormonen genoemd).

De overgang begint met een steeds onregelmatiger wordende menstruatiecyclus en eindigt wanneer alle eicellen uit de eierstokken zijn verdwenen. Dus nee, de overgang begint of eindigt niet met je allerlaatste menstruatie, ook wel de menopauze genoemd – deze valt ergens in het midden. Dat maakt het ingewikkeld om vast te stellen wanneer de overgang bij jou begint. Vaak weet je pas dat je in de overgang zit als je last krijgt van overgangsklachten.

De overgang ziet er bij iedereen anders uit. Op basis van cijfers kunnen we een beeld geven van deze periode. Zo begint de overgang bij de helft van de vrouwen voordat ze 51 jaar oud zijn. Gemiddeld duurt de overgang zeven jaar, waarbij de overgangsklachten het hevigst zijn in het jaar na de laatste menstruatie (het eerste jaar na de menopauze). 80 procent van de vrouwen krijgt, ergens in de overgang, in meer of mindere mate last van klachten. Circa een derde van hen brengt hiervoor een bezoek aan de dokter.

Naast opvliegers – met blozen, (nachtelijke) zweetuitbraken en hartkloppingen tot gevolg – kun je tijdens de overgang last krijgen van een drogere vagina, die bijvoorbeeld jeukt of tijdens het vrijen minder snel vochtig wordt. Ook komen slaapproblemen, vermoeidheid, moeite met denken, onthouden, herinneren en concentreren (‘mistige hersenen’), minder zin in seks, depressie, angst en gewrichtsklachten voor. Verder loop je in de overgang een verhoogd risico op botontkalking (osteoporose) en hart- en vaatziekten. Dat komt doordat het lichaam minder oestrogeen produceert. De duur en hevigheid van de klachten zijn voor iedereen anders.

Zit jij in (de beginfase van) de overgang? Dan heb je wellicht veel vragen over wat er allemaal verandert. Welke invloed heeft de overgang bijvoorbeeld op jouw lijf en leven? We bespreken de lichamelijke en mentale klachten, en wat je op dagelijkse basis nog meer van de overgang kan merken.

De efficiëntste aanpak tegen overgangsklachten is een behandeling met hormonen, oftewel: hormoontherapie. Het aantal opvliegers neemt dankzij het slikken van hormonale medicijnen met 75 procent af, is de vuistregel. Ook is hormoontherapie het beste middel tegen nachtelijk zweten en een droge vagina. Hoewel het medicijn overduidelijk een winnaar is in de strijd tegen overgangsklachten, belandde hormoontherapie twintig jaar geleden in het verdomhoekje. Uit twee grote onderzoeken bleek destijds dat hormoontherapie op de lange termijn voor ernstige bijwerkingen kan zorgen, zoals hartziekten. Veel minder vrouwen besloten vervolgens om tijdens de overgang hormonen te slikken. Inmiddels is uit aanvullend onderzoek gebleken dat terughoudendheid met hormoontherapie meestal niet meer nodig is: voor wie korter dan vijf jaar hormonen slikt, zijn de langetermijnrisico’s beperkt.

Andere, niet-hormonale middelen tegen overgangsklachten bestaan wel, maar werken veel minder goed. Als je geluk hebt werken ze, maar ze worden niet aangeraden door medicijnbeoordelaars. Een niet-hormonale therapie die in opkomst is, is cognitieve gedragstherapie, waarbij je leert om opvliegers als minder ernstig te ervaren. Het effect is krap de helft van wat hormonen doen.

Ook mentaal kan er van alles gebeuren tijdens de overgang. Zo ervaren sommige vrouwen depressieve gevoelens of hevige angsten. Het is onduidelijk of dat door de hormonale veranderingen komt, of doordat nachtelijke zweetuitbraken en hartkloppingen (die wel een hormonale oorzaak kunnen hebben) tot stemmingsveranderingen leiden. Ook schamen veel vrouwen die in de overgang zitten zich voor hun symptomen én voor het ouder worden.

NRC vroeg tien vrouwen naar hun lichamelijke en psychische klachten. Van onzekerheid tot donkere gedachten en schuldgevoelens: mentale klachten tijdens de overheid kunnen flink uiteenlopen, blijkt uit hun verhalen.

De overgang kan op veel verschillende manieren je dagelijks leven beïnvloeden. Zo kunnen veelvoorkomende overgangsklachten als opvliegers, slaapproblemen en een minder goede concentratie invloed hebben op je werk, lichaamsbeweging en behoefte aan penis-in-vagina-seks. Hoe het komt dat veel vrouwen tijdens de overgang minder behoefte hebben aan penis-in-vagina-seks, is onduidelijk. Enerzijds kan het te maken hebben met een veranderende hormoonspiegel, anderzijds kunnen ook opvliegers en vaginadroogheid een rol spelen.

Vrouwen in de overgang kunnen daarnaast in het dagelijkse leven worstelen met hun gezondheid en hun werk. Hoe blijf je in deze periode gezond? En hoe ga je met de overgang om op de werkvloer? Verderop in deze gids reiken we je hiervoor tips aan.

We kunnen er kort over zijn: menstrueer je? Dan krijg je te maken met de overgang. Maar dat betekent niet dat de overgang je definieert: de overgang is niet de ondergang. In deze drie stappen leer je deze nieuwe levensfase te accepteren en er zo goed mogelijk mee om te gaan.

Rond je 51ste – bij de een vroeger, bij de ander later – word je voor de laatste keer ongesteld: de menopauze. De jaren daaromheen ben je in de overgang. Een lange tijd zag NRC-redacteur Joyce Roodnat hoe vrouwen de overgang beschouwden als ‘niet sexy’, en er het liefst overheen praatten. Maar, zo stelt ze, ontkennen heeft geen zin.

Uiteindelijk is het heel simpel: ook leuke meisjes worden vijftig, schreven gezondheidswetenschapper Maaike de Vries en gynaecoloog Manon Kerkhof in een opiniestuk. De overgang raakt vrouwen op allerlei vlakken, dus we kunnen het maar beter accepteren en een manier vinden om deze periode zo goed mogelijk door te komen.

Er wordt op de middelbare school aandacht besteed aan onderwerpen als menstruatie, puberteit en voortplanting, maar over de overgang leren we op jonge leeftijd niks. „Alsof we gaan menstrueren, dat voor altijd blijven doen en daarmee de kous af is”, zei Dorenda van Dijken, gynaecoloog en oprichter van de multidisciplinaire menopauzepoli in Amsterdam in een interview in NRC. „Onzin natuurlijk.” Kennis over de overgang is belangrijk om gezond oud te kunnen worden. En dus luidt de boodschap van Van Dijken: maak de overgang bespreekbaar.

De overgang is voor veel vrouwen een verwarrende periode, die gepaard gaat met mentale worstelingen zoals schaamte. Voor sommige vrouwen voelt de overgang als een periode waarin zij onzichtbaar verklaard worden. Ervaar jij deze gevoelens ook? Onthoud dan: iedere vrouw moet er doorheen. De overgang is niet de ondergang.

Is na de overgang je leven ‘in feite voorbij’? Dat is dan ook een rare vraag (lees liever deze zeventien vragen en antwoorden). De overgang eindigt meestal tussen je 55ste en 60ste. Nederlandse vrouwen hebben dan nog gemiddeld 25 of 30 jaar voor de boeg. En ook al komen er gebreken, er valt in al die jaren nog genoeg te beleven. En te genieten!

De overgang verdwijnt niet tussen 9 en 5 – die opvlieger kan je ook bij het koffiezetapparaat op kantoor overvallen. Hoe blijf je aan het werk als je in de overgang zit? Hoe praat je erover met je werkgever? En wat kun je als werkgever doen? Wij geven drie tips over hoe werknemers én werkgevers het best kunnen omgaan met de overgang op de werkvloer.

Wat kun je zelf doen om ervoor te zorgen dat je tijdens de overgang aan het werk blijft? Volgens Marja Beumer, eigenaar van personeelsbureau Projob en van Pro-Homeostase, een expertisecentrum voor werkende vrouwen van 40 tot 65 jaar, is het belangrijk om op een volwassen manier over overgangsklachten te praten – en dus „niet lacherig of kleinerend”.

Om de overgang en hinderende overgangsklachten beter bespreekbaar te maken, is actie vanuit werkgevers nodig. Maar ook vrouwen zélf moeten stappen zetten, stellen Beumer en psycholoog Petra Verdonk. Want: wie erover wil praten, zal de overgang toch moeten benoemen, benadrukt Beumer. Verdonk haalt in een ander NRC-artikel dezelfde boodschap aan. „Vrouwen zelf moeten ook NRC

Previous

Next