Ze is pas 35, maar helaas heeft ze al meerdere negatieve ervaringen in de zorg, dus wil ze, voor ze weer investeert in een relatie met een arts en zich kwetsbaar opstelt, eerst kennismaken om te kijken of het wel klikt.
Ze vertelt dat ze bij artsen vaak op onbegrip en starheid is gestuit. Ze is al jaren extreem moe, maar dankzij een health coach, die ze na een lange teleurstellende zoektocht in de medische wereld heeft gevonden, gaat het nu redelijk met haar. De coach heeft haar een mix van supplementen gegeven. En omdat de coach constateerde dat ondanks normale bloedwaarden haar schildklier toch uit balans is, is haar geadviseerd ook schildklierhormoon te nemen. Een vriendin met schildklierproblemen had haar wat gegeven en ze voelde zich meteen stukken beter.
Maar om zelf schildklierhormonen te krijgen moet ze een doktersrecept hebben. En een aantal van de supplementen die ze slikt kunnen ook op recept, en dan worden ze vergoed, tipte haar coach, dus daar wil ze ook een recept voor. Of ik bereid ben haar te helpen? Ik hoef alleen maar de recepten uit te schrijven, de coach monitort haar verder.
Rinske van de Goor is huisarts. Ze schrijft om de week een wisselcolumn met Danka Stuijver.
In het verleden had ik gedacht: oké, wat schildklierhormoon, als zij zich daar nou goed bij voelt. En die supplementen, nou ja, ze gebruikt ze toch al, het gaat alleen om de vergoeding en als de zorgverzekering ze vergoedt, moet ik dan pillenpolitie gaan spelen? Dus ik schreef in het verleden gewoon toch vaak voor. Alles voor de band met de patiënt. Ik wilde niet dat iemand zich afgewezen zou voelen, of zou denken dat ik niet wil helpen. Ik hoopte door mee te bewegen goodwill te kweken, zo van: ik geef gehoor aan jouw wensen, dan ben je een volgende keer vast ook bereid naar mijn ideeën te luisteren. Maar ik bleek daarmee juist de verwachting te wekken dat ik altijd de zorgvraag van de ander zou inwilligen. En ik voelde me steeds ongemakkelijker bij het regelen van zorg waar ik niet volledig achter sta.
Dus leg ik tegenwoordig uit dat ik alleen medicatie voorschrijf waar ik verstand van heb en dat dan niet een andere behandelaar de regie kan hebben. Omdat als ik medicatie voorschrijf, ik daar ook verantwoordelijk voor ben.
Ze zegt dat veel dokters weinig kennis hebben van schildklierbalansstoornissen. Haar coach heeft dat wel. Alleen kan die helaas geen recepten voorschrijven. Maar ze wil best een paar keer langskomen en het uitleggen, zegt ze. Je schrijft toch vaker schildkliermedicatie voor?
Natuurlijk, zeg ik. Maar zullen we elkaar eerst eens leren kennen en praten over de klachten – de moeheid? Dan kan ik daarin meedenken, bekijken wat eerdere behandelaars allemaal al uitgezocht en geprobeerd hebben en kunnen we samen een plan maken. Als de moeheid dan door een te trage of snelle schildklier blijkt te worden veroorzaakt, is medicatie natuurlijk een optie. Maar ik houd me wel aan de richtlijnen over schildklierbehandeling.
Ze schudt haar hoofd en verzucht dat de richtlijn star is en geen rekening houdt met haar situatie. Dus, concludeert ze, je wil mij, als huisarts, geen medicatie voorschrijven? Het kan toch niet zo zijn dat ik medicatie nodig heb maar artsen weigeren het te geven?
Regelmatig hoor ik van patiënten hoe ze soms door artsen overdonderd worden: ze horen in een kort gesprek wat de diagnose en het behandelplan zijn en voor ze de kans krijgen het door te laten dringen en vragen te stellen, staan ze alweer buiten. Ze voelen zich dan logischerwijs buitenspel gezet, terwijl het hun lijf en hun leven betreft. Maar soms zetten patiënten de dokter buitenspel: ze laten geen ruimte voor dialoog over de diagnose of behandeling. Ze ervaren dokters als een onredelijke horde, aangezien wij het monopolie op scans, bloedonderzoek en medicatievoorschriften hebben.
Ik heb de overtuiging dat medicatie voorschrijven zonder goed weten wat er speelt en zonder onderzoek of duidelijke diagnose geen goede zorg is. Maar zij heeft ook haar overtuiging, namelijk dat ze voor haar gezondheid die medicatie nodig heeft.
Ik zeg dat ik haar zoektocht naar een passende huisarts begrijp. Maar dat elke mens door zijn eigen bril naar de wereld kijkt en zijn persoonlijke geschiedenis en ervaringen daarin meeneemt. En dat wij dan gewoon ergens anders uitkomen in ons idee over wat de beste zorg voor haar is. Ik vertel haar dat ze welkom is, en dat ik graag met haar meedenk, maar dat ze andersom ook zal moeten respecteren dat ik er anders naar kijk en niet per se al haar wensen zal honoreren.
Als ze weg is, voel ik me toch lichtelijk schuldig, want ben ik nu de zoveelste dokter die haar voor haar gevoel in de kou laat staan?
Source: Volkskrant