Home

Snikhete zomers, verschuivende regenzones:Europa’s nieuwe klimaat in zeven grafieken

Gek eigenlijk. Doorgaans is klimaatverandering iets wat mensen niet direct waarnemen. Een geleidelijke verschuiving van gemiddelden, veel te langzaam om op te vallen.

Maar de laatste tijd is dat wel even anders. Voor hun ogen – en vanuit de ruimte, door de ‘ogen’ van hun meetapparatuur – zien wetenschappers van het Europese satellietproject Copernicus hoe hun continent op allerlei manieren verandert. ‘Unprecedented’ (niet eerder vertoond), zo omschrijft het nieuwe jaaroverzicht van de Copernicus Climate Change Service (C3S) het gebeurde.

De aarde mag dan gemiddeld ongeveer 1,2 graden zijn opgewarmd, in Europa is het inmiddels 2,2 graden warmer dan vroeger, in de 19de eeuw. Omdat landmassa’s nu eenmaal altijd sneller opwarmen. Omdat we wat noordelijk op de aardbol liggen. En, naar wetenschappers vermoeden, omdat de klimaatverandering bij ons zorgt voor verschuivende weerpatronen.

‘Hoewel we ook in Europa een geleidelijke temperatuurstijging zien, is het niet altijd zo snel gegaan als de laatste tien, twintig jaar’, zei C3S-wetenschapper Samantha Burgess woensdag op een besloten bijeenkomst voor de vakpers. Vorig jaar was het nota bene 0,9 graden warmer ten opzichte van het klimaattijdvak 1991-2020 – ‘klimaat’ wordt doorgaans berekend in brokken van dertig jaar.

Vooral in Zuid-Frankrijk, Italië en Spanje was het flink warmer dan anders. Maar let ook op die rode vlekken helemaal bovenaan, bij Lapland en de Baltische Staten. In de poolcirkel gaat de opwarming sneller.

Wie vorig jaar op zomervakantie was in Italië, op Corsica of op Sardinië, in Griekenland of in Spanje, kan het niet zijn ontgaan: het was er moorddadig heet. Bijna letterlijk, want in de paarse gebieden op de kaart besloeg het aantal extreem hete dagen (tussen 32 en 38 graden) bijna de gehele zomer. Bovendien koelde het ’s nachts nauwelijks af.

Vooral de uitschieters vielen op. Hittegolf na hittegolf, trok van zuid naar noord over het Europese continent. In West-Europa waren de heetste dagen liefst 10 graden warmer dan de maxima in eerdere jaren. In het Verenigd Koninkrijk kwam de thermometer voor het eerst ooit gemeten boven de 40 graden. In Nederland kwamen we tot 39,5.

Terwijl Europa zijn grote klimaatplan ontvouwde, steeg de concentratie warmtestraling vasthoudende broeikasgassen gewoon door, tot 417 ppm (deeltjes per miljoen) voor CO2, en 1894 ppb (deeltjes per miljard) voor methaan.

Frustrerend, want Europa is net zo aardig bezig. De afgelopen dertig jaar nam de uitstoot van broeikasgassen geleidelijk af, met ruim 30 procent, en het is de bedoeling dat we over zeven jaar zelfs uitkomen op een halvering. Intussen werden haast alle landen energiezuiniger, en nam de winning van zon- en windenergie overal in Europa toe.

Op dat punt – zonnecellen – werkt het klimaat zowaar een beetje mee. In 2022 waren er in Europa gemiddeld 130 uren méér zon dan voorheen, en waren er opvallend weinig wolken. Ook leuk om te weten, als u net zonnecellen heeft laten plaatsen: vooral in onze contreien was er weinig bewolking.

Van januari tot en met augustus was er in Europa minder neerslag dan gemiddeld, constateert het C3S. Vooral de Italiaanse Alpen plukten daarvan de wrange vruchten: liefst 60 procent minder sneeuw viel er in het voorjaar – en veel wintersportgebieden hadden tot wel 30 dagen minder sneeuw als anders.

Met de snikhete zomer er nog overheen, leidde dat tot een verlies van liefst 5 kubieke kilometer aan gletsjerijs, berekenen de satelliet-experts. Om het voor u te zien: denk aan een vierkant blok ijs boven op de binnenstad van Parijs, dat zo hoog is als vijf op elkaar gestapelde Eiffeltorens.

Al met al was 2022 het op een na droogste jaar van de afgelopen vijftig jaar, de periode waarover de klimaatwetenschap goede cijfers heeft. Hoe dat gebrek aan neerslag precies komt, is minder in steen gehouwen. Zo dringt in het zuiden de droge woestijnlucht zich steeds nadrukkelijker op aan Europa, en zijn er aanwijzingen dat West-Europa minder wolken vanaf zee krijgt aangevoerd.

Interessant is dat er vorig jaar ook plekken waren met méér neerslag. Noorwegen bijvoorbeeld, maar ook de oostkust van Spanje.

Nog vers in het geheugen: de campinggasten die moesten wijken voor de bosbranden in Frankrijk, Portugal en Spanje. Bezien vanuit de ruimte hebben zulke branden nog een ander aspect, signaleren de cijferverzamelaars van Copernicus in hun rapport: ze veroorzaken belachelijk veel broeikasgas.

Neem alleen al de maand juni. Haast vier keer zoveel koolstof als gemiddeld, ging er die maand – letterlijk – op in rook. Het is een uitstoot, die ongeveer overeenkomt met de uitstoot van heel Nederland in negen dagen tijd, om er wat gevoel voor te geven.

Pas in het najaar zakten de natuurbranden terug onder het langjarig gemiddelde, waarschijnlijk omdat de meest kwetsbare stukken natuur toen al in as waren gelegd.

‘We komen hier op nieuw terrein’, zei klimaatwetenschapper Carlo Buontempo van Copernicus, bij de presentatie van het rapport. ‘Onze collectieve herinnering aan hoe ons klimaat hoort te zijn, laat ons steeds meer in de steek.’

Een mooi voorbeeld zijn de rivieren. Voor het zesde jaar op rij waren de rivierstanden in Europa in 2022 lager dan gemiddeld. Liefst 63 procent van alle Europese rivieren had minder water dan gewoonlijk, met als dieptepunt de zomermaand augustus. Die maand noteerden talloze rivieren de stand ‘uitzonderlijk laag’, wat betekent dat hun stand bij de laagste 10 procent zit die ooit is waargenomen. Allemaal vanwege de combinatie van die andere factoren: hitte, uitdroging van de bodem, tekort aan regen, te weinig smeltwater uit de bergen.

‘Buitengewoon uitzonderlijk’ was een gebeurtenis die achter de horizon plaatsvond, op de met ijs bedekte landmassa van Groenland, zegt atmosfeerwetenschapper Rebecca Emerton van het Europese klimaatcentrum ECMWF. In september likte daar een brede band met relatief warme, vochtige lucht aan het continent. ‘Met maar liefst drie hittegolven als gevolg, regen in een tijd waarin je normaal sneeuw verwacht en een enorme smelt van ijs op het continent’, aldus Emerton.

Vervelend. De Groenlandse ijskap is toch al niet de meest stabiele ijsmassa ter wereld. Bovendien is hij in zijn eentje goed voor ruim 7 meter zeespiegelstijging, al zal het volledig smelten van de ijskap vele eeuwen duren.

Het noordpoolijs hield vorig jaar gelukkig redelijk stand. Aan het eind van de zomer was het poolijs ‘maar’ ongeveer 11 procent kleiner dan anders.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next