Home

Het tv-nieuws in Oekraïne krijgt kritiek: ‘Je ziet de realiteit van de oorlog niet’

Een ‘verenigde marathon’ van zes zenders is in Oekraïne de dominante nieuwsvoorziening op televisie. Het is een initiatief van de regering, die het een ‘wapen tegen Rusland’. Critici vinden dat de zenders te positief zijn over het verloop van de oorlog.

Terwijl op de schermen de Oekraïense tweekleur wappert en het volkslied klinkt, wordt in de geluidsdichte glazen kubus van televisiezender Soespilne afgeteld. De autocue loopt, in een aparte kamer geven redacteuren camera-aanwijzingen, op de redactievloer klinkt het geratel van toetsenborden. De presentator komt in beeld. ‘Goedendag! Dit is Soespilne Nieuws. En dit is de verenigde nieuwsmarathon.’

Welkom bij de marafon, een televisiemarathon die sinds het begin van de invasie 24 uur per dag nieuws de Oekraïense huiskamers in stuurt. Met vijf andere televisiezenders verzorgt Soespilne de programmering, vanuit hun studio vlak bij het Maidanplein in Kyiv. Iedere zender krijgt een blok van zes uur en ze wisselen elkaar af als in een estafette. Volgens de regering voorzien de uitzendingen in ‘objectieve’ en ‘begrijpelijke’ informatie.

Over de auteur

Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

President Zelensky prees de marathon als ‘een wapen tegen Rusland’ in deze oorlog, waarbij zowel met granaten als met desinformatie wordt geschoten.

Er verschijnen nieuwsbulletins, interviews en langere videoreportages. Zet op een doordeweekse avond de televisie aan en je ziet drie mannen, gebogen over digitale landkaarten van de frontlinie, hartstochtelijk debatteren. Zap verder en de rest van de programmering blijkt vooral uit amusement te bestaan. Door de samenvoeging van de zes zenders is het televisielandschap kaler dan voorheen. Oekraïners met een satellietverbinding hebben toegang tot ander nieuws, maar zij zijn in de minderheid. Een monopolie heeft de marathon dus niet, maar het is wel de meest dominante nieuwsvoorziening op televisie.

In Oekraïne is niet iedereen daarover te spreken. De marathon zou niet kritisch genoeg zijn op de regering en een te rooskleurig beeld schetsen van het verloop van de oorlog. Deskundigen en onafhankelijke journalisten verwijten de deelnemende zenders zelfcensuur. Tegelijk worstelen media zelf ook met hun verhalen: wat als het onthullen van bepaalde informatie Rusland in de kaart speelt of gebruikt kan worden voor Russische propaganda?

Nieuwslezer Roman Soechan kan zich het begin van de invasie niet meer scherp voor de geest halen. ‘Het was moeilijk te begrijpen wat er allemaal gebeurde.’ Ook zijn collega’s bij Soespilne, de publieke omroep van Oekraïne, herinneren zich vooral chaos. Een van de gebouwen die de omroep gebruikt, werd geraakt door een Russische raket. Redacteuren vluchtten naar Lviv, waarvandaan een deel van de redactie de eerste weken van de oorlog zou werken. Midden in die chaos kwamen de omroepbazen binnen, vertelt Soechan, met de mededeling dat Rada, het televisiekanaal van de regering, de uitzending overnam.

Hij plaatste een bezorgd bericht op zijn Facebookpagina, waarin hij de gang van zaken beschreef als een overval. ‘Staatspropaganda is niet oké, zelfs niet in tijden van oorlog.’ Nu beziet hij die dag met een mildere blik. ‘Ik vond het gevaarlijk dat enkel de regering zich met de informatievoorziening bemoeit. Die vrees bleek ongegrond.’ Kort daarop riep de regering samen met de zenders de nieuwsmarathon in het leven. De juiste beslissing, vindt Soechan nu. ‘We kunnen dit alleen gezamenlijk doen, het is een onmogelijke opgave voor één zender.’

Bij anderen blijft het ongemak hangen. ‘De marathon heeft zijn missie aan het begin van de oorlog vervuld’, zegt Oksana Romanjoek. ‘Maar ze hadden na twee maanden moeten stoppen.’ Romanjoek is directeur van het Instituut voor Massa-informatie (IMI), een mediawaakhond die zich inzet voor persvrijheid in Oekraïne. Overigens viel op de Oekraïense televisie voor de oorlog ook het nodige aan te merken, zegt Romanjoek. ‘De meeste televisiezenders zijn in handen van oligarchen, die het inhoudelijke beleid van de redacties mede bepaalden.’ In de huidige berichtgeving ziet ze de hand van de regering, bijvoorbeeld in de optimistische toon over het verloop van de strijd.

Ihor Koeljas van Detector Media, een onlinepublicatie die onder meer de inhoud van de marathon monitort, is het daarmee eens. ‘Ook schendt de marathon journalistieke basisregels, zoals het goed controleren van bronnen en feitelijke verslaggeving.’ Hij hekelt het pathos waarmee de verslaggeving soms gepaard gaat. ‘Dan gaat het over ‘fort-steden’, ‘helse gevechten’ en een ‘waardige strijd’. Kijkers hebben behoefte aan feiten.’ Het zijn deels structurele problemen, zegt Koeljas. Gezwollen taal en overname van slecht betrouwbare bronnen zijn voor sommige journalisten ingesleten gewoonten, zegt Koeljas. ‘Daar is geen inmenging van bovenaf voor nodig.’

Voor de invasie stond Oekraïne op plek 97 van de 180 landen op de Press Freedom Index van de ngo Reporters Without Borders. Sinds de invasie is het land gezakt naar plek 106, wat vooral komt door het inperken van persvrijheid in bezette gebieden en Russische aanvallen op journalisten. Sinds de Maidanrevolutie in 2014 neemt de persvrijheid in Oekraïne toe. Maar de meerderheid van het medialandschap bleef in handen van oligarchen. Sinds de invasie heeft juist de overheid grotere invloed, wat ook tot zorgen leidt. In december werd een nieuwe mediatoezichthouder opgericht, die publicaties kan tegenhouden zonder tussenkomst van een rechter. Leden van de instelling worden voor de helft benoemd door Zelensky en voor de helft door het parlement, waar zijn partij een meerderheid heeft.

Bij de marathon ziet Koeljas de invloed van de regering in het gebrek aan harde kritiek op de overheid en de hoopvolle toon die de zenders van bewindspersonen overnemen. ‘Het is belangrijk om niet te wanhopen, maar te veel optimisme kan ook slecht zijn. We moeten daar een balans in zien te vinden. Een situatie als deze hebben we natuurlijk nooit eerder meegemaakt.’ Van open censuur is overigens geen sprake, zegt Koeljas. ‘Maar omdat zenders afhankelijk zijn van de regering voor hun plek in de marathon bestaat het risico van zelfcensuur.’

Kritiek lijkt ook bij de zenders zelf gevoelig te liggen. Het station Wij zijn Oekraïne hield de boot af voor een ontmoeting met de Volkskrant. Freedom, dat los van de genoemde marathon een eigen telemarathon in het Russisch maakt voor een buitenlands publiek, zegde een bezoek toe. Maar bij bevestiging zag het daar toch van af. De reden: ‘We denken dat het een kritisch artikel wordt.’ Soespilne, dat als publieke omroep de minste kritiek oogst bij deskundigen als Ihor Koeljas, gunde uiteindelijk een kijkje in de keuken. Wel onder begeleiding van een persvoorlichter, die redacteuren tijdens de gesprekken met de Volkskrant geen moment alleen laat en alle gesprekken opzichtig opneemt.

Ihor Krymov, eindredacteur bij Soespilne, weerspreekt dat regeringsstandpunten te sterk naar voren komen. ‘Er is meer ruimte voor de regering dan eerst’, zegt Krymov, die een vlinderdas en een button van Darth Vader op zijn revers draagt. ‘Maar wat ze nu te zeggen hebben is ook belangrijker dan voor de invasie.’ Bij Soespilne is ruimte voor kritiek, zegt Krymov. ‘We hebben discussie over het beleid, met onafhankelijke experts.’ Collega en nieuwslezer Oleksandr Dichtjarenko sluit zich daarbij aan. ‘De regering heeft soms de neiging misbruik te maken van de situatie. Maar ik denk dat we kritisch kunnen zijn.’

De regering verdedigt de marathon vurig. ‘Het is nog steeds oorlog en het verstrekken van goede informatie is daarin een essentiële taak’, zegt minister van Cultuur en Informatiebeleid Oleksandr Tkatsjenko in zijn kantoor. ‘We voeren ook een informatieoorlog tegen Rusland.’ Tkatsjenko werkte in het verleden als producer bij 1+1, waar president Zelensky een deel van zijn televisiecarrière doorbracht voor hij de politiek in ging. Voor zijn neus ligt een stapel paperassen met percentages en taartdiagrammen. Peilingen, zegt Tkatsjenko, die het belang van de marathon onderstrepen. ’75 procent van de kijkers vertrouwt de marathon, wat ongelooflijk hoog is.’ 45 procent kijkt de hele tijd naar de uitzendingen en nog eens 45 procent meerdere keren per week.

Maar deze percentages slaan op het smaldeel van de bevolking dat überhaupt naar de marathon kijkt: tussen de 13 en 15 procent van de Oekraïners. ‘Het vertrouwen in televisie is door de marathon om zeep geholpen’, zegt Romanjoek van het IMI. Ondertussen neemt het vertrouwen in andere media toe. Dit geldt voor het sociale medium Telegram, onontbeerlijk voor veel Oekraïners, maar ook voor onafhankelijke onlinemedia. ‘Het aantal mensen dat tv kijkt keldert. Een logische ontwikkeling als mensen online nieuws lezen dat anders is dan wat ze op televisie zien’, zegt Romanjoek.

Minister Tkatsjenko bezweert dat de regering geen invloed heeft op journalistieke keuzen. Evenmin ziet hij grote verschillen tussen de verslaggeving in de marathon en die van andere journalisten. Die laatste groep is het daar niet mee eens. Zo zegt Nastja Stanko van het onafhankelijke Hromadske, dat via YouTube zijn publiek vindt: ‘Je ziet de realiteit van de oorlog niet. Het is een soort propaganda. Het lijden van burgers komt aan bod, maar van wat er aan de frontlinie gebeurt zie je weinig. Misschien hoort propaganda maken bij oorlog, maar het Source: Volkskrant

Previous

Next