Onlangs was ik getuige van een ongeluk in mijn buurt. Een dreumes werd aangereden door iemand op een scooter, die vervolgens doorreed. Commotie alom. De moeder was radeloos. Ze wilde een ambulance. Maar geen politie! Want ze waren dakloos en logeerden bij familie. En dan kon Bureau Jeugdzorg haar kindje wegnemen, het liefste wat ze had.
Ik moest aan dat tafereel denken toen ik een opiniestuk las van Marjolein Moorman en Arne Popma over de jeugdzorg, als reactie op staatssecretaris Maarten van Ooijen voor Jeugd en Preventie. Die gooide een fel bekritiseerde knuppel in het hoenderhok door te stellen dat ouders te veel beroep doen op jeugdhulp, waardoor de kosten onbeheersbaar worden.
Over de auteur
Harriet Duurvoort is publicist. Zij schrijft om de week een wisselcolumn met Heleen Mees.
Moorman en Popma betoogden terecht dat op hulp aan kinderen niet moet worden bezuinigd en ze constateerden bovendien dat ouders uit het rijke Amsterdam-Zuid een veel groter beroep op jeugdhulp doen dan ouders uit het arme Amsterdam-Zuidoost.
Dat verbaast me niets. Kwetsbare ouders uit arme wijken zijn vooral bang voor jeugdzorg. Alleenstaande en arme moeders, die oververtegenwoordigd zijn in de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap in Amsterdam-Zuidoost, hebben helaas wel degelijk wat te vrezen. Alleenstaand moederschap heeft binnen zwarte Caribische gemeenschappen diepe historische en culturele achtergronden, maar het wordt in de jeugdzorg, net als armoede, bij voorbaat beschouwd als risicofactor voor ‘pedagogische verwaarlozing’. Jeugdrechtadvocaten zullen beamen dat de allerduurste jeugdinterventies, ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen buitenproportioneel vaak dit soort gezinnen raken.
Dat is een probleem, want kinderen uit kwetsbare gezinnen hebben juist hulp nodig. Maar niet het soort overheidshulp die, bovenop alle zorgen die je hebt, je diepste angst aanwakkert die je als ouder kunt hebben: dat je je kind verliest.
Bij een uithuisplaatsing wordt een kind in een totaal nieuwe omgeving geplaatst – kinderen met een moslimachtergrond in een gereformeerd pleeggezin, zwarte kinderen in een volledig witte omgeving – terwijl het contact met de ouders verplicht wordt verbroken of geminimaliseerd. Alle debatten die zijn aangezwengeld door donorkinderen en geadopteerden ten spijt, wordt de grote rol die biologische en culturele wortels in een mensenleven spelen nog te makkelijk terzijde geschoven bij het gedwongen verbreken van familiebanden.
Een pleeggezin ontvangt daarbij, terecht, een bijdrage voor de opvoeding en verzorging van een pleegkind. Maar ouders voor wie armoedestress leidt tot te grote huiselijke spanningen, zouden evengoed geholpen zijn met zo’n bijdrage zodat ze hun kinderen, met verdere ondersteuning, een stabielere opvoeding kunnen geven. Al is het maar elke week een tas vol gezonde boodschappen, in een tijd dat het Rode Kruis geld moet inzamelen voor voedselhulp in Nederland.
Bij spanningen in het pleeggezin, door bijvoorbeeld gedragsproblemen van het pleegkind, komt het kind doorgaans in de residentiële jeugdzorg terecht, waar het vaak eindeloos wordt doorgeplaatst. Terugkeer naar de eigen ouders is vaak niet mogelijk.
Dat meer welvarende ouders een groot beroep doen op jeugdhulp is begrijpelijk. Ook voor kinderen uit rijk Amsterdam-Zuid is het geen makkelijke tijd om kind te zijn. Afgezien van sombere toekomstperspectieven, de dreiging van oorlog of een klimaatcatastrofe, groeien ze op in een samenleving die, om met psychiater Dirk de Wachter te spreken, borderline trekken vertoont. Zelfs als je een welvarende, stabiele thuisbasis hebt en pa en ma een gelukkig huwelijk hebben. De prestatiedruk op school ligt hoog, en hoogopgeleide, rijke ouders voeren die druk nog op. Wee je gebeente als je geen vwo-advies krijgt. De aandacht van leerkrachten laat te wensen over in grote klassen.
Het effect van pesten wordt exponentieel vergroot omdat alles, van wraakporno tot scheldpartijen, via appjes en sociale media wordt gedeeld. Jongeren die destructief of gevaarlijk met hun psychische problemen omgaan vinden elkaar makkelijker dan ooit en vormen geheime community’s op Instagram, TikTok of Facebook waarin ze elkaar aanmoedigen – of het nou over anorexia gaat of zelfbeschadiging. Niet meekomen of passen op school is een ander pijnpunt. De rol die de jeugdbescherming speelt in leerplichtconflicten is al jaren omstreden.
Maar de arme kwetsbare moeder uit Zuidoost kijkt dus wel uit om om hulp te vragen. Niet als haar kind ontspoort, niet als haar kind gepest wordt, of zichzelf pijn doet. Terwijl juist kinderen in dit soort gezinnen jeugdhulp nodig hebben. Maar dan jeugdhulp die echt helpt en steunt. Meevaller voor Van Ooijen: dergelijke hulp is veel goedkoper dan ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen.
Source: Volkskrant