De Soedanese paramilitairen die sinds zaterdag in hevige gevechten zijn verwikkeld met het leger, zijn groot en machtig geworden dankzij de Golfstaten. De Rapid Support Forces (RSF) verdient goud geld door mee te vechten tegen rebellen in Jemen.
Paramilitaire eenheden worden zelden zo groot als de RSF in Soedan. De strijders, die worden aangevoerd door de steenrijke luitenant-generaal Mohamed Hamdan ‘Hemeti’ Dagalo, zijn zelfs een geduchte concurrent voor het nationale leger van het Afrikaanse land. De 100 duizend manschappen tellende militie stond altijd los van het leger, tot werd besloten dat de RSF deel uit moest gaan maken van het reguliere leger.
De onenigheid die daarover ontstond, mondde uit in de explosieve strijd die Soedan en hoofdstad Khartoem al sinds zaterdag in zijn greep houdt. Bij de gevechten zijn tot nu toe minstens 185 mensen gedood. Een staakt-het-vuren van 24 uur dat dinsdagavond zou ingaan, leek volgens de eerste berichten geen stand te houden: in Khartoem werden al snel weer schoten gehoord.
Over de auteur
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.
De RSF vindt zijn oorsprong in de brute ‘janjaweed’-milities, die in Darfur hardhandig een opstand neersloegen. In 2013 besloot dictator Omar al-Bashir de milities op de loonlijst van de Soedanese overheid te zetten, maar de soldaten van de RSF zouden wel ‘autonoom’ blijven, zo spraken ze af. De top van de RSF, onder wie Hemeti, werd overladen met geld en macht - ook om te voorkomen dat zij zich tegen Bashir zouden keren.
Hemeti en zijn mannen hebben die autonomie in de jaren die volgden optimaal benut. Toen Bashir in 2016 besloot dat Soedan troepen zou leveren aan een door Saoedi-Arabië geleide coalitie die in Jemen tegen Houthi-rebellen moest vechten, reisden tienduizenden Soedanese militairen (zowel van het leger als van de RSF) af naar het zuiden van het Arabisch Schiereiland. Naar verluidt werden de RSF-strijders, ook vanwege hun ‘autonome’ positie, rechtstreeks betaald door Golfstaten als Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten VAE).
De soldaten van het Soedanese leger beschermden de grenzen van Saoedi-Arabië, de RSF-soldaten vochten aan de frontlinie. ‘Je kunt in zes maanden vechten in Jemen meer geld verdienen dan in een heel leven,’ zeiden RSF rekruten die grotendeels vanuit Darfur voor de strijd werden geronseld. Ook voor de bankrekening van Hemeti en de rest van de RSF-top was de overeenkomst met de Saoedi's en Emirati een succes. De RSF is zelfs zo rijk dat Hemeti 1 miljard Amerikaanse dollar toezegde om de Soedanese Centrale Bank overeind te houden, toen deze wankelde na de afzetting van Bashir in 2019.
Ook voor de VAE en de Saoedi’s was de deal lucratief. Niet alleen vochten de Soedanezen hun oorlog uit, ook versterkte de overeenkomst de banden met de Soedanese regering van Bashir. De Soedanese legertop en de leiding van de RSF hadden naar verluidt meerdere ontmoetingen met functionarissen uit die landen, waarin zij zich volgens tijdschrift Foreign Policy presenteerden als ‘de mannen waar de Emirati, Saoedische en Egyptische regimes naar op zoek waren: Arabische militaire leiders die geen islamisten zijn, of bevriend met Qatar, Iran of de Egyptische Moslimbroederschap.’
Door de steun van de Golfstaten is de RSF uitgegroeid tot een militie die kan wedijveren met het Soedanese leger. Maar hoewel de Arabische Liga (waar ook de VAE en de Saoedi’s deel van uitmaken) zondag opriep om onmiddellijk een einde te maken aan het geweld en heeft aangeboden om te bemiddelen, wordt er niet gerept over die banden. Toch kunnen de landen die de paramilitairen hebben gesteund en van de inzet van hun troepenmacht hebben geprofiteerd, hun financiële invloed gebruiken om de strijdende Soedanese partijen onder druk te zetten. Of dat ook gaat gebeuren, valt te bezien.
Source: Volkskrant