Home

Een tick pic ten afscheid

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Ook de natuur maakt zich soms schuldig aan ongewenste intimiteiten. Zaterdag ontdekte ik bij het ontwaken dat ik de nacht ongewild had doorgebracht met een teek. Schaamteloos had hij zich vastgebeten in mijn navel en zijn speeksel met mijn bloed laten vervloeien. Grensoverschrijdend, zonder meer, en toch weerklonken in mijn hoofd lasterende stemmen. „Je hebt erom gevráágd. Tick magnet. Wat had je dán verwacht, met je wandelschoenen en je outdoorbroek en je grasgroene shirt? Te uitdagend!”

Het Zuid-Limburgse hotel waar ik logeerde had geen pincet op voorraad. „Wel kruisbessenvlaai”, zei de receptionist. Op internet zocht ik naar alternatieve manieren om me van mijn logé te ontdoen, maar ik werd afgeleid door een close-up van het hypostoom: de bijtsnuit, die verdacht veel weghad van een kettingzaag.

Het tekenspeeksel was volgens het fotobijschrift ‘een soort cement, waarmee de snuit extra vast komt te zitten, zodat de teek drie tot tien dagen lang bloed kan zuigen’. Ik schrokte mijn vlaai naar binnen en toog naar de dichtstbijzijnde apotheek – hoe sneller ik de zaag uit mijn huid verwijderde, des te kleiner de kans op de ziekte van Lyme.

Op een bankje langs de weg haalde ik het tekenpincet uit de verpakking. Talloze wielrenners passeerden; de amateurtoertocht van de Amstel Gold Race was in volle gang. Jaloers keek ik naar het glanzende lycra. Daar zou geen teek zich aan hechten.

Met een ferme ruk trok ik mijn belager uit mijn navel. Zijn acht pootjes bewogen nog. Geen wonder, voor een dier dat erom bekendstaat extreme omstandigheden te overleven: een dertig minuten durend vacuüm, dagenlange onderdompeling in water… Zelfs 99 miljoen jaar geleden waren teken al succesvol, blijkt uit fossiele barnsteenvondsten: ze zogen zich vol met het bloed van gevederde dinosauriërs.

En nu zat ik daar, met dit wonder der natuur. Hoe bracht ik een teek om zeep? Verdrinken in alcohol, als ik me goed herinnerde, maar in de verste verte was geen whisky, wijn of bier te herkennen – zelfs geen Amstel. Besluiteloos zette ik hem terug op een graspol, en maakte ten afscheid een foto. Op een rare manier had de teek zich niet alleen aan mij gehecht, maar ik mij ook aan hem.

Later die middag hoorde ik twee mannen van middelbare leeftijd op luide toon vrouwelijke renners becommentariëren. „Lekker strak.” „Dat broekje had wel korter gemogen.” „Manwijf.” „Die mag mij vanavond eens uitgebreid soigneren.” Ik huiverde, maar was niet dapper genoeg om ze aan te spreken.

„Je had gewoon die tick pic kunnen showen”, zei een vriendin naderhand. „En dan erbij zeggen: ‘elk van die -vrouwen heeft nog liever dit aan haar lijf dan jullie kleffe pootjes!’”

NieuwsbriefNRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next