Soms, op een moment van bedrieglijke helderheid, vaak voor ik in slaap val, meen ik in de nieuwssmurrie waarin ik gedurende de dag ben weggezakt een gemene deler te ontwaren. Ik heb gelezen over ouderenzorg in de handen van private equity, over de commerciële bijlesbedrijfjes die onderwijstaken overnemen, over buslijnen die worden geschrapt omdat ze niet rendabel meer zijn. Even denk ik dan dat de oorzaak van dat soort problemen minder complex is dan-ie wordt voorgesteld, dat het een kwestie is van een overschot aan rendementsdenken en een tekort aan gevoel van verantwoordelijkheid voor de ander, van goedkoop die op lange duur vaak duurkoop blijkt. Dat ‘geen geld voor’ bijna altijd ‘geen zin om geld aan uit te geven’ betekent. Zo’n helder moment duurt nooit lang. Heb ik er onverhoopt de volgende ochtend nog last van, dan vraag ik mijn vriendin mij even met de vlakke hand in het gezicht te slaan. Daarna zie ik het leven weer ingewikkeld in.
Dit weekend las ik in deze krant het verhaal over Denise Holtkamp en Peter Toxopeus en hun zoon, een van de 300 duizend mensen die in Nederland lijden aan een combinatie van psychiatrische problemen en verslaving. Door de meervoudige problematiek zijn deze mensen moeilijk te helpen: de verslavingszorg zegt dat eerst de psychische problemen moeten worden aangepakt, de ggz meldt dat er eerst afgekickt moet worden.
En dus gebeurt er: niks.
300 duizend mensen… Overal wachtlijsten, maar tussen wal en schip is in Nederland altijd nog wel een plekje vrij. De mensen die dit betreft, zijn complexe mensen, voor wie vaak geen voor de hand liggende oplossing of snelle genezing bestaat. Een groot deel van de opvangplekken voor deze mensen is de laatste jaren gesloten. Dat schijnt een hoop geld te besparen, want de zorg voor mensen met veelomvattende problemen is prijzig. Geef je die zorg niet meer, dan bespaar je geld. Briljant. Spijtig wel dat een deel van die mensen op een zeker moment een ‘persoon met verward of onbegrepen gedrag’ wordt. Van incidenten met die groep, las ik in NRC, werden er in 2022 140 duizend geregistreerd. Pas als mensen een gevaar voor zichzelf of anderen vormen, wordt er ingegrepen.
In de tussentijd worden talloze ‘voortgangsrapportages, actieprogramma’s, verbeterprogramma’s en kwaliteitskaders’ uit de grond gestampt. In dat woud van jargon en stuurgroepen en nodeloze onbegrijpelijkheid tref je af en toe een snipper verantwoordelijkheid: voor elk probleem een instantie, voor één ingewikkeld mens talloze verantwoordelijken. Ergens in die lange rij duiken er altijd wel een paar ministers op, die in Kamerbrieven bezorgd reppen van ‘taaie en complexe maatschappelijke vraagstukken’.
Volgens mij is dat vraagstuk helemaal niet zo complex: er is hulp nodig, en die hulp is prijzig. Wat het taai en complex maakt, is de wezenlijke onwil om te doen wat nodig is: geld besteden aan de zorg voor mensen buiten je zicht, buiten je begripsvermogen, buiten je efficiencyoverwegingen; mensen die die investering mogelijk niet gaan terugverdienen.
Vroeg of laat belandt het gewicht van de verantwoordelijkheid op de schouders van ouders, broers, zussen, geliefden. Als die er al zijn, als die nog niet het contact verbroken hebben, uit wanhoop of zelfbehoud, lopen ze gratis de gaten dicht die de overheid laat vallen. Tot ze niet meer kunnen, tot er iets onherstelbaar kapot is. Mogelijk had dat eenvoudig voorkomen kunnen worden, maar voor eenvoud is in een ingewikkeld gemaakte wereld niet veel plek meer over.
Source: Volkskrant