Home

Minister Wiersma maakt radicale ommezwaai: ‘Klas moet weer centraal staan, toezicht wordt strenger’

Het zijn de conclusies die Wiersma trekt naar aanleiding van een rapport dat hij dinsdagavond naar de Tweede Kamer stuurde. In dat Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) roepen het Sociaal en Cultureel Planbureau, het Centraal Bureau voor de Statistiek en experts van betrokken departementen het kabinet op de leerdoelen en eisen voor basisvaardigheden in het onderwijs eindelijk te concretiseren en meetbaarder te maken. Het curriculum, kortom, moet worden aangescherpt.

Het is niet voor het eerst dat die roep klinkt, en daarom is het volgens Wiersma tijd voor onorthodoxe maatregelen. Zijn boodschap staat haaks op de weg die de overheid in de jaren tachtig is ingeslagen: die van deregulering en een steeds grotere autonomie voor schoolbesturen. De gedachte daarachter is dat op die manier het best kan worden ingeschat welk type onderwijs past bij leerlingen. De overheid stuurt slechts indirect bij.

Maar die afstandelijke rol heeft ook een keerzijde, constateert Dennis Wiersma. Leerlingen leren steeds minder, de kansenongelijkheid neemt toe en leraren lopen sneller weg. ‘Wat autonomie en vrijheid heet, is eigenlijk de boel aan zijn lot overlaten. Dat vind ik niet langer verantwoord.’

Verrassend is het advies van de werkgroep om de zogeheten lumpsum-financiering tegen het licht te houden. Via deze regeling, die onder het eerste paarse kabinet in 1996 in het voortgezet onderwijs is ingevoerd en in 2006 in het primair onderwijs, krijgen scholen jaarlijks budget van het Rijk toegekend aan de hand van hun leerlingenaantallen. Het geld mag vervolgens vrij worden besteed aan materiaal en personeel.

De overheid kan geen voorwaarden verbinden aan de besteding van dat geld. Om toch een vinger in de pap te houden, heeft het Rijk de afgelopen decennia tal van subsidies en andere ondersteuningstrajecten in het leven geroepen, waar wél regels voor gelden. Maar deze manier van ‘indirecte sturing’ is inefficiënt en te tijdelijk, stelt de werkgroep vast. Er zijn meerdere partijen zoals gemeenten en publieke organisaties bij betrokken, scholen moeten steeds weer plannen schrijven en het beleid wisselt nogal eens. Dit alles heeft een verlammend effect op de sector. ‘Het leidt tot verwarring, sturingsoverload en beleidsresistentie’, luidt de harde conclusie.

Om het tij te keren, is het volgens Wiersma noodzakelijk dat de overheid weer ‘een betrokken rol’ inneemt, waarbij de klas centraal komt te staan. ‘Iedereen in het onderwijs werkt keihard en leraren en schoolleiders hebben ongelofelijk veel op hun bordje’, zegt hij. ‘Wat ik wil, is dat de overheid hen op één heeft staan. Dat begint met vaststellen wat er in die klas van waarde is om door te geven aan de leerlingen. Het is nu te vaag.’

Met name kwetsbare scholen zijn volgens Wiersma gebaat bij een helpende hand, bijvoorbeeld met het invullen van vacatures, het faciliteren van een schoolbibliotheek of extra huiswerkbegeleiding. Momenteel bieden basisteams op zo’n 150 basis- en middelbare scholen praktische hulp bij het verbeteren van de basisvaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Het kabinet trekt jaarlijks 1 miljard euro uit om de onderwijskwaliteit in Nederland te verbeteren. Ook is er een miljard beschikbaar voor het thema kansengelijkheid.

Maar ook op scholen die er beter voorstaan wil Wiersma er dichter bovenop zitten. Hij wil dat er strenger op wordt toegezien dat leraren aan de bal zijn en dat scholen de leerdoelen nakomen die de overheid stelt – en straks ook meetbaar concretiseert. De Onderwijsinspectie zal vaker naar scholen gaan en ook onverwachte bezoeken afleggen; nu gaan inspecteurs meestal in gesprek met schoolbesturen, die in de praktijk vaak op afstand van de klas staan omdat door schaalvergroting meerdere scholen onder hun koepel vallen.

Speerpunt van de inspectie is toezien op het niveau van basisvaardigheden. Als de inspectie constateert dat de kwaliteit niet voldoende is, dan zal er volgens Wiersma sneller worden ingegrepen. ‘We zullen bij wijze van spreken tegen een school zeggen: jullie moeten dit volgende week hersteld hebben en niet over drie jaar pas, want die drie jaar zijn ongelofelijk bepalend voor de toekomst van een leerling.’

Om de lumpsum-financiering te kunnen aanpassen wil Wiersma wettelijk een mogelijkheid creëren om voorwaarden te kunnen stellen aan de bekostiging vanuit het Rijk. Het aanpassen van de lumpsum is hiervoor een van de mogelijkheden. ‘Dan kan ik bijvoorbeeld tegen een school zeggen: je kunt het geld krijgen, maar wel alleen als jullie werken met bewezen effectieve methodes’, zegt Wiersma. ‘Bovendien gaan we sneller geld terugvorderen dat niet goed is besteed.’

Die stap voelt wat ‘ongemakkelijk’, zegt Wiersma, omdat hij hiermee op de stoel van de schoolbestuurders gaat zitten. ‘Maar de vraag is dan: moeten we die stoelen niet herdefiniëren? Bestuurders zijn nu formeel het aanspreekpunt en werken heel hard aan alle opgaven, maar schoolleiders hebben juist een sleutelpositie: zij bepalen het pedagogische klimaat.’

Wiersma ziet om zich heen veel goede voorbeelden van besturen en scholen die heel actief bezig zijn met het verduidelijken van die rollen. ‘Op die weg moeten we door, want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: het best mogelijke onderwijs voor onze kinderen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next