Home

De sympathie van CDA en VVD ligt bij de bezittende klasse, niet bij de huurder

Het is volkomen terecht dat de tijdelijke huur wordt verboden. Maar CDA en VVD stribbelen tegen.

Het voorstel om tijdelijke verhuur van woningen te verbieden, is op het allerlaatste moment getorpedeerd door CDA en VVD. Ze dreigden een amendement in te dienen waarmee het voor huiseigenaren mogelijk zou worden huurders uit hun huis te zetten. 220 duizend huurders zouden door dit amendement ineens moeten vrezen elk moment op straat te kunnen worden gezet. Met deze ingreep tonen CDA en VVD eens temeer aan dat hun sympathie vooral uitgaat naar de (huizen)bezittende klasse.

De indieners van het verbod op tijdelijke verhuur, ChristenUnie en PvdA, zagen hierop geen andere uitweg dan het uitstellen van de stemming over hun voorstel zodat er tenminste eerst over het nieuwe voorstel gedebatteerd kan worden.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De mogelijkheid om woningen tijdelijk te verhuren werd in 2015 gecreƫerd door toenmalig minister van Wonen Stef Blok. Hij hoopte hiermee de verhuur van woningen te stimuleren, waardoor het aanbod zou groeien. Ook goed voor de huurders, was de gedachte, maar in de praktijk bleek de wetswijziging vooral goed voor de verhuurders. Die kregen de mogelijkheid om na afloop van elk contract de huur fors te verhogen. De verhuurders betaalden de prijs in de vorm van een hogere huur en een grotere onzekerheid.

Het is dus volkomen terecht dat de tijdelijke huur verboden wordt. Niettemin werkte de minister van Wonen, Hugo de Jonge, het voorstel lange tijd tegen. Het verbieden van tijdelijke verhuur, zo redeneerde hij, zou het aanbod van woningen verlagen, en dat kon Nederland zich gezien de krapte op de woningmarkt niet permitteren. Uiteindelijk ging De Jonge overstag, maar de logica van Blok heeft, hoewel zijn beleid grotendeels is mislukt, het ministerie kennelijk nog niet verlaten.

Sinds de jaren negentig is de overheid als een manager gaan denken. Dat wreekt zich ook hier. De woningmarkt wordt gezien als een gewone markt, waar de prijs en huurvoorwaarden worden bepaald door vraag en aanbod. Maar de woningmarkt is geen gewone markt. Niemand heeft immers de keuze om geen woning te hebben. Een woning moet daarom een recht zijn, het huurrecht moet zekerheid bieden.

CDA en VVD zagen op het allerlaatste moment beren op de weg. Wat nu als je een huis erft en het vanwege de ongunstige situatie op de woningmarkt nog niet wil verkopen? Of wat als je gaat scheiden en gedwongen wordt de woning met veel verlies te verkopen? Of wat als je woning eenvoudigweg onverkoopbaar is? Of wat als je tijdelijk naar het buitenland gaat? Het gevaar is dat al deze woningen leeg blijven staan. Want verhuren, aan iemand die voor altijd mag blijven, kan tot een stevige waardedaling leiden.

In het geval van erfgenamen is medelijden niet nodig. Niemand heeft het recht om een woning op een gunstig moment te verkopen. De overheid hoeft dat zeker niet mogelijk te maken. In het geval van gedwongen verkopen door echtscheiding, onverkoopbare woningen en verhuizingen naar het buitenland is enige coulance op zijn plaats. Het moet voor CDA en VVD niet moeilijk zijn een amendement in te dienen dat voor deze situaties een uitzondering maakt. Eventuele leegstand kan op andere manieren worden bestreden. Desnoods wordt het kraakverbod, dat in 2010 werd ingevoerd, afgeschaft of verzacht.

Source: Volkskrant

Previous

Next