Home

‘De derde generatie Surinamers voelt nu wel de ruimte om op zoek te gaan naar dat deel van hun geschiedenis’

Van babyzwemmen tot cassave-friet: performer Anne-Fay Kops, die nu in het theater staat met Reaspora, gidst ons langs haar culturele favorieten.

De dagen van zangeres, danseres en performer Anne-Fay Kops (34) spelen zich af tussen de glamour van het artiestenleven, met late avonden in een kolkende theaterzaal, en het niet zo glamoureuze leven van een jonge moeder, met babyzwemmen op de zondagochtend en veel vaker dan strikt noodzakelijk bellen met de huisarts voor elk verkoudheidje van haar bijna 1-jarige dochter. Kops vertelt het grinnikend, gekleed in een tuinbroek van spijkerstof en met een zwarte alpinopet op haar helwitte, steile haar.

‘A return, through the door of no return, how are you, white woman?’, neuriet ze even later, zittend aan een houten tafeltje midden in het drukke café van museum Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. In haar nummer White Woman (Akweley) vertelt ze over haar bezoek aan de door of no return in het slavenfort Elmina in Ghana. Ze werd daar als ‘witte vrouw’ met open armen ontvangen.

Voor Kops zelf is haar identiteit niet zo eenduidig: haar voorouders werden in Ghana tot slavernij gedwongen. Ze is de dochter van een Surinaamse moeder en een Nederlandse vader en voelt zich verdwaald tussen twee culturen. Het helpt niet dat ze van huis uit weinig meekrijgt van haar Surinaamse familiegeschiedenis. ‘Mijn moeder verzuchtte vroeger weleens dat ze liever mijn haar zou hebben gehad, maar over het racisme dat ze meemaakte en het koloniale verleden van onze familie praatte ze niet.’

Om dat verleden te leren kennen, volgt Kops samen met haar broer Felix (filmmaker, songtekstschrijver) in 2020 het familiespoor terug langs alle plekken waarnaar hun familie is uitgewaaierd. Ze reizen naar Aruba, Curaçao, Suriname en uiteindelijk Ghana. Op hun reis ontmoeten ze verre familieleden en maken ze muziek met lokale artiesten. Het leidt tot Kops’ debuutalbum Reaspora, vol invloeden uit de gospel, soul, hiphop, elektronica en wereldmuziek. Na een clubtour in 2021 is er nu een theatervoorstelling, Anne-Fays Reaspora, met muziek, maar ook gesproken tekst, oude familiefoto’s en filmbeelden van de reis.

‘Ik voel de pijn van zij die verscheept werden, maar ook de schuld van zij die verscheepten’, zegt ze in haar voorstelling. Ze probeert zich uit te spreken over de worsteling met haar gemengde identiteit en op te komen voor haar zwarte medemens, maar krijgt daarop veel kritiek. Waar bemoeit ze zich als witte vrouw eigenlijk mee? Het brengt haar aan het twijfelen. ‘Neem ik een plek in die niet van mij is? Is dit wel de juiste manier om mijn witte voorrecht in te zetten? Maar gaandeweg leerde ik dat mijn verhaal óók verteld mag worden. Bovendien: me níét uitspreken zou voelen als de ultieme vorm van wit privilege, omdat ik in de luxepositie verkeer om het racisme naast me te kúnnen neerleggen.’

En misschien zijn Kops’ voorouders dat wel met haar eens. ‘Ik had tijdens onze reis een muzikaal eerbetoon aan hen gepland, buiten, op de plantage waar ze vroeger te werk waren gesteld. Al toen ik ’s morgens opstond, kwam de regen met bakken uit de hemel. We gingen op weg, maar het bleef maar regenen. Tien minuten voordat ik op moest, kwam de zon door. Ik krijg weer kippevel nu ik eraan denk. Ik stond daar op dat podium, voelde de wind in mijn rug en wist: dit is goed.’

‘Daniel leerde ik via mijn broer Felix kennen in Accra, waar hij filmposters schildert. Mijn voorstelling is filmisch vormgegeven en het voelde niet meer dan logisch om het beeldmateriaal daarom als een filmposter te benaderen. Daniel schildert mooi realistisch en neemt de tijd om jouw verhaal goed te leren kennen, waardoor het maakproces voelt als een samenwerking. Op zijn schilderij voor Reaspora zie je mij, mijn Chinese en Creoolse overgrootvaders en het huis op plantage Peperpot in Ghana, waar mijn familie vroeger te werk werd gesteld. Onderaan staan de handen met verbroken ketenen, die het einde van de slavernij symboliseren (keti koti). Het is zo mooi geworden dat ik het een plekje heb gegeven in de hal.’

‘Al sinds mijn dochtertje drie maanden oud is, gaan we samen naar babyzwemmen. Het is zo grappig om zondagochtend vroeg, na een nacht waarin we allemaal te weinig hebben geslapen door huilende baby’s, met alle brakke ouders in het water te liggen en In de maneschijn te zingen. Soms heb ik de avond ervoor nog voor een volle zaal gestaan, hilarisch. Alle glamour is meteen het raam uit. Mijn dochtertje vindt het fantastisch en voor haar doe ik alles.

‘Goed, dan gaan we nu onder water’, zei de juf de eerste keer. Ik keek haar stomverbaasd aan. Was ze gek geworden? Maar dat blijkt dus gewoon te kunnen! De hele les lang doen we overdreven enthousiast zodat onze kinderen leren dat water niet eng is. Vermoeiend wel. Naderhand zijn we uitgeput en doen we samen met de kinderen een dutje.’

‘Mijn dochtertje kreeg bij haar geboorte van haar oma’s sieraden met beschermende ograi­kralen. De Surinaamse cultuur is er een van bijgeloof. Mij spreekt vooral de symboliek aan: een boei verwijst naar het slavernijverleden, een mattenklopper staat symbool voor het wegslaan van het kwaad. Mijn favoriete ketting komt uit het sieradenkistje van mijn moeder en heeft een hanger van Chinese jade, maar ook een West-Afrikaanse platte knoop. Zo draag ik mijn Chinese én mijn Creoolse familiegeschiedenis met me mee. We weten niet precies hoe mijn moeder eraan komt, dat maakte me nieuwsgierig en zo begon Reaspora. Onze familiesieraden geven me een gevoel van verbondenheid, ik draag ze met trots. En al ben je nog zo nuchter, een ograi­kraal kan nooit kwaad, toch?’

‘In zijn doorlopende levenswerk Societies portretteert Stacii de levens van minderheidsgroepen in verschillende landen. Vóór hij die mensen fotografeert, gaat hij eerst een tijdje in hun wijk wonen. Hij leert hen kennen en bouwt echt een band op. Dat levert eerlijke, beschouwende foto’s op. Want wie bepaalt wat ‘goed’ of ‘slecht’ is als je opgroeit in een sloppenwijk of een gang? Met zijn foto’s toont Stacii dat iedereen mens is, net als jij en ik, met eigen dromen en zorgen om de kinderen.’

‘Op de dansacademie was mijn lichaam nooit goed genoeg. Ik had te grote dijen, te volle billen. De angst om niet goed genoeg te blijken, sijpelt door naar andere gebieden in je leven. Na jaren in koren en als achtergrondzanger wilde ik al langer solo gaan, maar ik vond mezelf steeds niet goed genoeg. Dalton is een fantastische choreograaf en, toffer nog, een gamechanger: hij zet zich in voor een gezonde danswereld, met fatsoenlijke betaling en een grotere diversiteit aan lichamen. Bij hem wordt niemand gevraagd te dansen voor ‘exposure’, of bestempeld als ‘te dik’. Hij heeft lef en zet zich in voor de gemeenschap, in plaats van alleen voor zichzelf.’

‘Gino is een van de beste muzikanten van Nederland. Hij speelt alles, van bas tot drums en gitaar, en weet precies wat een liedje nodig heeft. Hij heeft me leren vertrouwen op mijn eigen oren en niet te snel mee te gaan met de mening van anderen. Niemand anders benadert muziek zoals hij. ‘De baslijn is als een boom in de herfst, de gitaar dwarrelt daar omheen’, legde hij uit bij het mixen van mijn nummer Hear You Now. ‘De strijkers komen op zoals de zon door de bomen schijnt.’ Zo’n visualisatie, daar wordt het eindresultaat beter van. Ook fijn: Gino laat zich niet opjagen. Ik heb veel op hem staan wachten, haha. Op muzikaal, maar ook op menselijk niveau, heb ik veel van hem geleerd.’

‘Een grote, lange zaal met daarin een paar houten transportkisten: dat was mijn eerste kennismaking met Ai Weiwei. De deksels lagen eraf, binnenin zag ik ijzeren staven. Eerst dacht ik nog: het zal wel, maar toen las ik het bordje over dit werk, Straight. De staven bleken uit de brokstukken van Chinese scholen te komen, die waren ingestort door een aardbeving. Duizenden kinderen waren daar omgekomen doordat de overheid nalatig was geweest in het onderhoud. Voor mijn ogen transformeerden die kisten in doodskisten. Met een paar kisten en wat puin zet Weiwei zo een indringende en hartverscheurende aanklacht neer. Mijn werk is minder activistisch dan het zijne, maar dat hoeft ook niet, vind ik. De kracht van kunst is dat die de wereld van de kijker groter maakt door hem iets te tonen wat hij eerder nog niet zag, in welke vorm dan ook.’

‘Ik krijg geregeld briefjes van mediums in mijn brievenbus. Zo grappig. Ik maak er soms collages van. Kijk dan wat een keiharde ondernemersspirit: ‘100 procent resultaat’ en ‘hulp, ook bij wanhopige gevallen’. Ik overweeg elke keer om er eens gebruik van te maken. Het viel me ook op dat ze allemaal ongeveer hetzelfde ontwerp hebben. Zouden ze allemaal door één persoon zijn gemaakt?’

‘Ik vind altijd parels op de zaterdagmarkt: toffe outfits voor videoclips of liveshows, zoals een kleurrijk pakje dat rechtstreeks uit de jaren tachtig leek te komen, alsof het al die tijd ingepakt op zolder had gelegen. En dat voor belachelijk weinig geld! Ook de sfeer op de markt vind ik fantastisch. De hele wereld loopt er, lijkt het wel. Ik kan er uren struinen: wat eten, leuke kleding zoeken, mensen kijken.’

‘De Surinaamse keuken is de beste van de wereld. Papa Aswa is een Surinaams restaurant in de Bijlmer, waar klassieke gerechten worden benaderd op een haute-cuisinemanier. Streetfood heeft zijn charme, maar hun versie van cassave-friet is de lekkerste die ik o Source: Volkskrant

Previous

Next