De stijging van de rentemarge komt doordat banken rentes voor spaarproducten minder snel verhogen dan tarieven voor hypotheken of andere leningen. Dus de rente op je spaargeld stijgt wel, maar eerst verdient de bank er wat extra aan.
De gemiddelde rentemarge van de grootbanken was in 2022 1,22 procent, tegen 1,17 procent een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB).
Banken verdienen daarmee dus meer geld via lenen en sparen. Ze hingen bij hun jaarcijfers de vlag uit vanwege betere verdiensten aan rentes en verwachtten nog verdere verbetering in 2023. Vooral in de laatste maanden van het afgelopen jaar was er een stijging. Bij de eerste drie kwartalen daalde de gemiddelde marge nog tot onder het niveau van 2021.
Bij dit percentage gaat het om de door banken ontvangen rente (op leningen) min de betaalde rente (op spaargeld) in verhouding tot totale uitstaande gelden bij de bank. Dit percentage stijgt met vertraging, omdat er altijd ook hypotheekrentes in zitten die jaren geleden zijn vastgezet, tegen hogere of juist lagere percentages dan nu aangeboden worden.
Vooral in de tweede helft van 2022 liepen de verdiensten van banken aan rentes op, gelijk met de renteverhogingen door de Europese Centrale Bank (ECB). "Sindsdien zijn rentes op hypotheken en andere leningen sneller gestegen dan spaartarieven en dat verhoogt de marges", zegt econoom Jorien Freriks van De Nederlandsche Bank (DNB). Zij deed in de afgelopen jaren veel onderzoek naar rentemarges en de winstgevendheid van banken.
Dat hypotheekrentes snel stijgen merkt de consument. Die zag tarieven in het afgelopen jaar zag stijgen van 1 naar 4 procent. Spaarrentes liepen in 2022 op van 0 naar 0,25 procent bij grote banken (in maart dit jaar stegen ze naar 0,5 procent en Rabobank kondigde vorige week een verhoging naar 0,75 procent per mei aan).
"Banken herstellen hun verdiensten aan rentes", zegt Freriks. "In de afgelopen jaren legde de langdurig lage en zelfs negatieve ECB-rente druk op de marges. Het was voor banken moeilijk omdat de hypotheekrente bleef dalen, terwijl ze de spaarrente niet onder nul wilden trekken. Nu zien we het omgekeerde gebeuren. Ze hoeven spaartarieven nog niet zo snel te verhogen."
Spaarrentes zijn vaker variabel (ze worden minder vaak voor langere tijd vastgezet) en werken dus sneller door in de financiën van een bank, legt Freriks uit. Zij denkt dat banken de rente op spaarproducten nog niet zo snel verhogen omdat ze voldoende liquiditeit hebben: ze hebben genoeg spaargeld om weer uit te kunnen lenen en hebben dus niet extra spaargeld nodig.
In de afgelopen maand hebben grote banken spaarrentes weer verhoogd naar 0,5 procent, nu ook de ECB in maart weer een extra renteverhoging heeft doorgevoerd. Die toonaangevende rente van de ECB, die banken krijgen voor geld dat ze stallen bij de ECB, ging van juni 2022 tot maart dit jaar zes keer omhoog, van een halve procent onder nul naar 3 procent. Die werkt door in rentes bij banken, voor lenen en sparen.
Verwacht wordt dat de ECB de rente nog verder zal verhogen. Hiermee probeert de centrale bank de inflatie te beperken richting het ideaal van 2 procent. Als geld lenen minder aantrekkelijk wordt, geven we minder uit en neemt de inflatie iets af, is de gedachte.
Freriks verwacht dat ook de rentemarge verder kan oplopen als banken hun spaartarieven niet zo snel hoeven te verhogen. "Al is dat wel moeilijk te voorspellen. Meer factoren spelen mee, bijvoorbeeld de concurrentie tussen banken." Hoe meer concurrentie, hoe gunstiger de rentes worden voor leners en spaarders. Freriks benadrukt dat banken commerciële instellingen zijn die hier eigen keuzes in maken.
Een hogere ECB-rente en dus hogere rentemarge zorgt voor een betere winstgevendheid bij banken. Want met het verschil tussen de rentes van lenen en sparen verdienen banken geld. Maar hogere marktrentes zijn op andere manieren nadelig voor banken, zegt Freriks. "Een hogere rente remt de vraag naar hypotheken en bedrijfskredieten. En die remt ook de economische groei. Mogelijk zijn ze dan minder zeker over terugbetaling van uitgeleend geld."
Source: Nu.nl economisch