Kinderen met ernstige, complexe psychische problemen worden in de jeugdzorg slecht voor hun problemen behandeld. Diverse rapporten zijn hier al over geschreven. De Algemene Rekenkamer gaf in 2020 aan dat het voor zorgaanbieders financieel aantrekkelijker was om zich vooral te richten op kinderen met lichte problemen en de kinderen met zware problemen op wachtlijsten te plaatsen of naar andere zorginstellingen door te schuiven. De zogeheten commissie Sint stelde daarom in 2021 voor grenzen te stellen aan het collectief financieren van lichte zorg, zodat er meer ruimte zou komen voor zware zorg.
Over de auteur
Harrie Verbon is emeritus-hoogleraar aan Tilburg University. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Maar er is hier een probleem: wij denken misschien te weten dat het behandelen van een kind tegen angst voor honden – dat gebeurt echt – tot de lichte zorg gerekend kan worden, maar dat is nergens opgeschreven. De Jeugdwet kent namelijk het onderscheid tussen lichte en zware zorg niet. De commissie Sint stelde dan ook voor dat een commissie van experts zou moeten bepalen welke hulpvormen tot de lichte zorg gerekend moeten worden en niet meer collectief gefinancierd kunnen worden. Paarden-knuffelen, ezelcoaches en danstherapie werden daarbij als therapieën gesuggereerd, die ouders wel zelf voor hun rekening zouden kunnen nemen.
Onlangs berichtte staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Maarten van Ooijen dat hij een maatschappelijke discussie wil beginnen over deze ‘grenzeloze groei’ van lichte zorg. Wat Van Ooijen met zo’n maatschappelijke discussie wil bereiken is onduidelijk. Hij zal vooral weerstand van behandelaren oproepen. Die zullen moord en brand schreeuwen. Daar kan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over meepraten. In een interview met deze krant vertelde de vertrekkende bestuursvoorzitter van de NZa dat behandelaren in de ggz niet mee willen werken aan onderscheiden van lichte en zware zorg. Zij vechten zelfs bij de rechter de verplichting aan om gegevens daarover aan de NZa over te dragen.
De argumenten van die behandelaren lijken vooral tot doel te hebben de uitgesproken bedoelingen van de NZa in een vals licht te zetten. Dit lot treft inmiddels ook de staatssecretaris, zoals blijkt uit berichten op sociale media als LinkedIn. Daar beweren behandelaren dat Van Ooijen alle jeugdzorg af wil schaffen. Als die behandelaren hun zin krijgen – geen onderscheid tussen lichte en zware zorg, alle zorg wordt vergoed – zullen de gemeentelijke uitgaven aan jeugdzorg alleen nog maar verder stijgen. Daar kan gemeente Amsterdam over meepraten, waar de kosten van de jeugdzorg inmiddels al opgelopen van 150 miljoen euro in 2015 naar meer dan 330 miljoen euro in 2021.
Daarom is het des te verwonderlijker dat Marjolein Moorman, wethouder Jeugdzorg in Amsterdam, zich ook in dit gezelschap van tegensputterende behandelaren mengt. In de krant van 12 april spreken zij en Arno Popma de vrees uit dat de boodschap van de staatssecretaris – namelijk dat ouders minder snel bij hun gemeente om lichte jeugdzorg moeten vragen – ouders zou kunnen afschrikken wier kind al maanden op een wachtlijst staat. In feite is dat een tendentieuze suggestie van Moorman en Popma. Het doel is immers uitdrukkelijk om ruimte te maken voor de zware zorg, zodat het kind op de wachtlijst geholpen kan worden.
Lichte zorg, zo vond weer een ander rapport van het bureau AEF, wordt steeds meer gebruikt door huishoudens met hogere inkomens. Dat is in Amsterdam niet anders, zo lezen we bij Moorman en Popma, want in Amsterdam-Zuid (hoge inkomens) ligt het jeugdhulpgebruik vele malen hoger dan in Amsterdam-Zuid-Oost (lage inkomens). Is dat dan niet reden genoeg om bijvoorbeeld het gebruik van een lichte zorgvorm als danstherapie in Amsterdam-Zuid te ontmoedigen? Nee hoor, aldus Moorman en Popma, dat is ‘te makkelijk en te eenzijdig’. Laat de kinderen van de rijken maar dansen op kosten van de gemeente. Als er maar voor gezorgd wordt dat ook de kinderen uit Amsterdam-Zuid-Oost toegang tot de jeugdzorg krijgen.
Kortom, op een debat over wat lichte en wat zware jeugdzorg is, zit de wethouder Jeugdzorg in Amsterdam niet te wachten. De kostenstijging van de jeugdzorg zal in Amsterdam daarom nog wel even doorgaan. Het kan niet anders of er zal dan ergens anders op de begroting bezuinigd moeten worden. De burgers zullen dat merken wanneer er nog meer bezuinigingen op de Amsterdamse bibliotheken afkomen. Alsof dat goed is voor de jeugd.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden