Op 21 april 1944 – komende vrijdag 79 jaar geleden – publiceerden de Britten en Amerikanen ‘een gemeenschappelijke verklaring van experts voor de instelling van een Internationaal Monetair Fonds’. Doel was een naoorlogse financiële ordening, omdat de monetaire chaos van de jaren dertig een van de oorzaken was geweest voor de Tweede Wereldoorlog.
Aartsvaders waren de Britse econoom John Maynard Keynes en de Amerikaanse econoom Harry Dexter White. Hoewel de eerste veel bekender is geworden dan de laatste, was White de dominante partij. Hij regelde dat alle valuta werden gekoppeld aan de dollar die weer was gekoppeld aan het goud. Dat systeem hield tot begin jaren zeventig stand. Daarna werd het IMF redder in de nood. Landen die geen leningen meer konden krijgen en daardoor een bankroet boven het hoofd hing, konden een beroep doen op de kredietfaciliteiten van het IMF.
Het was een idealistische gedachte. Het IMF en de tegelijkertijd opgerichte Wereldbank (langlopende kredieten aan arme landen) waren de financiële helers voor de hele wereld.
Maar ook nadat Rusland en China lid werden, bleef het vooral een westerse, neokoloniale instelling. Wie als Afrikaans, Aziatisch of Latijns-Amerikaans land een beroep deed op de fondsen, kreeg meestal een delegatie van witte economen op bezoek die drastische bezuinigingen, privatiseringen en schuldsaneringen afdwong in ruil voor zachte leningen.
Als herenakkoord werd vastgelegd dat de directeur van het IMF een Europeaan moest zijn en de president van de Wereldbank een Amerikaan. En de VS hadden een soort van veto. Zij hielden 17 procent van de stemmen in een instituut waar veel besluiten met een meerderheid van 85 procent moeten worden goedgekeurd.
‘Net als veel na-oorlogse instituten behartigde het in naam van de hele wereldgemeenschap de Amerikaanse belangen’, schreef The Economist onlangs. Die had uitgerekend dat het IMF sinds het begin van de covid-pandemie 1.000 miljard dollar aan nieuw kapitaal had aangetrokken, maar slechts 51 miljard had uitgeleend. Oorzaak is dat de oude procedures niet meer werken in een multipolaire wereld. Veel ontwikkelingslanden staan diep in het krijt bij China, dat lak heeft aan de procedures van een organisatie waarin het niets te vertellen heeft.
Er is daardoor een soort van patstelling ontstaan. Als China schuldreductie weigert, geeft het IMF geen kredieten uit angst dat het geld direct naar China zal worden overgemaakt. Daarnaast komen landen steeds vaker afspraken (over hervormingen en aflossingen) met het IMF niet meer na, waardoor die ook steeds achterdochtiger wordt.
Een beroep op het IMF in tijd van nood heeft geen zin meer, zo hebben onlangs onder meer Sri Lanka, Suriname, Ethiopië, Malawi en Zambia ondervonden. Natuurlijk blijven de direct betrokkenen, zoals de Surinaamse IMF-onderhandelaar Karel Eckhorst die afgelopen zaterdag in deze krant werd geïnterviewd, hopen op de reddende hand van het IMF. Maar die wacht af.
Het IMF dreigt daardoor net als wereldhandelsorganisatie WTO, die al tien jaar op een oor ligt, nog voor de 80ste verjaardag een patiënt in coma te zijn. Net niet dood, maar doelloos actief.
Source: Volkskrant