Home

Ze had eindelijk haar familie weer gezien in Turkije. Toen kwam de aardbeving

Voor het eerst in tien jaar had Fatma Agca uit Overijssel haar familieleden weer bezocht in Turkije. Sinds de aardbeving in februari zijn twaalf van hen er niet meer. Zo stond ramadan voor Agca in het teken van rouw.

Het is een zomerochtend en de familie is bij elkaar gekomen op een berg aan de rand van de stad. De witte schalen op de ontbijttafel zijn al leeggegeten als het gezelschap onder een dak van bladeren naar verkoeling zoekt voor de Turkse zon. Op de vakantiefoto wijst Fatma Agca (52) haar lievelingsnicht Zeynep aan. Ze had haar de voorgaande dagen rondgeleid in Antakya, de stad waar Fatma als klein kind kort heeft gewoond.

Het was, vorig jaar juli, de eerste keer in tien jaar dat Fatma Agca terug was in haar geboortestad. De foto’s van de reis koestert ze sinds kort als haar dierbaarste bezit. ‘Ik geloof niet dat het toeval was dat ik er nog net op tijd ben geweest’, zegt ze. Na de aardbeving die in februari het zuidoosten van Turkije en het noorden van Syrië trof, zijn zowel de stad als haar familie zwaar gehavend. Twaalf nichten, neven, achternichten en achterneven zijn er sindsdien niet meer – onder hen ook de 53-jarige Zeynep.

De ramadanmaand stond voor Agca daarom in het teken van rouw. Haar gevoel omschrijft ze het gemakkelijkst in het Turks als yarim kaldim. ‘Het betekent zoiets als: de helft is weg’, zegt ze. ‘Ik ben geamputeerd, zouden we in het Nederlands zeggen.’

Toch heeft het wegvallen van zoveel familieleden de band met de overgebleven tantes, neven en nichten juist versterkt. Gezinnen bellen elkaar tegenwoordig wekelijks en Agca denkt al aan haar volgende bezoek. ‘Ik wil vanaf nu iedere zomer die kant op gaan.’ Haar telefoon komt tevoorschijn en ze zoekt het stilgevallen WhatsApp-gesprek met Zeynep op. In een spraakbericht legt Zeynep, de spil van de familie, met druk gepraat en gelach de route vanaf het busstation naar haar huis uit. ‘Ze had zo’n levendige energie.’

In haar woonkamer in Rijssen gaan de oudroze muren deels schuil achter boekenkasten waarin vooral non-fictieboeken staan met titels als Het lerende brein. Agca doceert onder andere wiskunde op de middelbare school. Haar ‘liefde voor het mysterie van fysiek en mathematiek’ heeft ze overgebracht op de twee jongste van haar drie dochters. Ze studeren neurobiologie en natuurkunde en wonen nog bij haar thuis in de eengezinswoning die uitzicht biedt op een van de vele kerken in het Overijsselse dorp.

De familiegeschiedenis van Agca is een klassiek arbeidsmigratieverhaal. Vader kwam eind jaren zestig naar Rijssen om bij de jutefabriek Ter Horst te werken en nam moeder in zijn kielzog met zich mee om ook te werken. Hun idee was om enkele jaren te sparen voor een eigen taxi en dan weer naar hun geboorteland terug te gaan. Het liep anders. Het gemis van de kinderen bracht hun er uiteindelijk toe Fatma en haar jongere zusje uit Turkije over te laten komen. Eenmaal herenigd, werden hier nog drie kinderen geboren. Van terugkeren kwam het daarna niet meer.

Zo gebeurde het dat Agca’s ouders zich als enige van de familie in Nederland vestigden, terwijl de familie van haar moeder voornamelijk in kustplaats Iskenderun bleef wonen en die van haar vader in Antakya. Het contact bleef altijd goed. ‘Ik herinner me hoe ik vroeger wekelijks brieven postte voor mijn ouders’, zegt Agca. Later bracht de telefoon hun werelden bij elkaar.

Fatma Agca stond maandag 6 februari de eerste uren van het rooster wat onrustig voor de klas op haar school in Deventer. Ze had die ochtend op het radionieuws in het verslag van de aardbeving ‘Hatay’ horen noemen, de provincie van haar familie, en het had haar alert gemaakt. De telefoon had ze daarom bewust op het bureau gelegd en niet zoals normaal in haar tas gestopt.

Zo zag ze rond het middaguur dat ene bericht van haar zus binnenkomen, terwijl ze voor een klas vol kinderen stond. Het huis van haar lievelingsnicht Zeynep was ingestort. Zeynep en haar dochter lagen vermoedelijk onder het puin. Haar 15-jarige zoon was er al onder vandaan gehaald. Hij had het niet gered.

‘Toen ik dat las, wankelde ik letterlijk’, zegt Agca. ‘Het sloeg de grond onder mijn voeten vandaan.’ De weerslag van de ramp drong toen pas echt tot haar door en ze barstte in huilen uit. In overleg stuurde ze haar leerlingen weg en reed naar huis.

‘Ik smeet mijn tas in de hoek en toen ben ik hier gaan zitten’, zegt ze met een klopje op de bank van rood velours. ‘Ik heb CNN Türk aangezet en ben gaan kijken.’ Het was het begin van tien dagen lang leven ‘tussen hoop en vrees’, zoals ze het zelf omschrijft.

Op haar telefoon laat ze een foto zien van een zee van puin en beton waaruit dikke stalen draden krullen. Wie het niet weet, kan niet vermoeden dat hier pas geleden nog een huis stond. ‘Kun je het je voorstellen?’, zegt Agca. ‘Hier lag ze onder.’ Ze scrolt verder naar een foto van een knap tienermeisje met een oranje hoofddoek, die met een stralende lach de camera in kijkt. Het is de 19-jarige dochter van Zeynep, wier verhaal haar het meest bijbleef.

‘Ze lag onder een betonblok en niemand kon haar helpen’, zegt Agca. Haar vader, die wel onder het puin vandaan was gekomen, kon haar zien en horen. ‘Ze heeft dagenlang gehuild en om water gevraagd.’ Maar de graafmachines die nodig waren om haar te bevrijden, bereikten haar niet.

Via de spontaan opgestarte WhatsAppgroep met familieleden krijgt Agca de lijdensweg van uur tot uur mee. ‘Haar verloofde, die over was gekomen uit een ander deel van Turkije, heeft zelfs nog met zijn handen geprobeerd haar eruit te krijgen.’

Agca scrolt verder en klikt een spraakbericht aan van de vader van het meisje. Er klinkt een gebroken mannenstem vol verdriet. ‘We zijn haar kwijt’, vertaalt Agca zijn woorden, waarna ze volschiet. Het meisje is samen met haar moeder Zeynep in hetzelfde graf begraven.

Na tien dagen kwam het bericht dat ook de laatste twee vermiste familieleden de aardbeving niet hadden overleefd. Toen Agca’s broer daarna een van hun neven aan de lijn had, klonk die zo aangedaan dat ze besloten meteen naar Turkije af te reizen. In een huurauto reed Agca met haar broer en nog een zus van vliegveld Adena naar Antakya. De rit duurde twee keer zo lang als normaal vanwege alle omleidingen die het leger had aangelegd. Vanuit de auto roken ze de indringende geur van de dood die het natuurgeweld achterliet. Halfopen verhuiswagens reden hun tegemoet, vol meubilair dat de aardschokken had overleefd.

Ze gingen naar het familiehuis dat net buiten Antakya ligt en waar de overlevenden zich hadden verzameld. Ze troffen een gebroken familie aan. In huis lag hun 85 jaar oude tante op bed. ‘Ze kon niet meer lopen’, zegt Agca. ‘Ze bleef zich maar hardop afvragen waarom zij het wel had overleefd en haar kinderen en kleinkinderen niet.’ Buiten bivakkeerde de rest van de familie in tenten. ‘Een neef die afgelopen zomer nog donkerblonde krullen had, was in één klap helemaal vergrijsd’, zegt Agca. Sommigen praatten honderduit, terwijl anderen slechts voor zich uit staarden.

‘Het was ontzettend zwaar om daar te zijn’, herinnert ze zich. ‘We hielden ons sterk voor hen, ook toen we dat zelf allang niet meer waren.’ Het was desondanks moeilijk om weer weg te gaan. ‘In Antakya voelde ik me, gek genoeg, veilig. Daar waren mensen die hetzelfde leed als ik ervaarden.’

Eenmaal terug in Nederland, toen de adrenaline van de eerste weken wegviel, begon voor haar ‘de ellende’ pas echt. ‘Het lastige was dat alles in Nederland gewoon was doorgegaan’, zegt Agca. ‘Hartstikke logisch, maar wij kwamen net uit een andere wereld.’ Ondanks de overweldigende hoeveelheid steun die ze kreeg, vond ze dat contrast heel lastig. Ze werkt daarom nu nog op arbeidstherapeutische basis.

Agca sluit bijna de vastenmaand af, die voor haar dit jaar in het teken van de aardbeving stond. De voor moslims traditionele maand van bezinning riep bij haar vragen op over wat belangrijk is in het leven. ‘Ik heb zoveel steun en liefde ontvangen van de mensen om ons heen. Dat geeft me vertrouwen.’

Hoewel ze in haar eigen leven meerdere moeilijke perioden doormaakte, heeft niets haar zo geraakt als dit, zegt ze. ‘Het voelt alsof we innerlijk ouder zijn geworden’, zegt ze, ook over haar broer en zussen. ‘Mijn familie daar had ook hun werk en hun plannen, net als wij.’ Dat zoiets onvoorspelbaars als een natuurramp daar plots een einde aan maakt, plaatst het leven voor haar in nieuw perspectief.

‘Werk heeft altijd vooropgestaan’, zegt ze. ‘Ik heb altijd voltijds gewerkt, ook toen mijn kinderen klein waren. Sinds de aardbeving staat mijn werk op de tweede plek.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next