Op zijn lichaam zaten zoveel tatoeages dat hij eruitzag als zo’n volgekrabbelde wc-deur op de middelbare school van vroeger en de krachttermen bleven maar over zijn lippen rollen. Waar had ik het gore lef vandaan gehaald om hem terecht te wijzen?
Het was vrijdagmiddag en we maakten een stiefeltje door Wageningen toen er opeens een Volkswagen Golf met 80 kilometer per uur voorbij kwam scheuren. We liepen vlak bij een basisschool dus ik vond het niet meer dan logisch de bestuurder na te roepen dat hij een malloot was.
De man, die blijkbaar barstensvol kwaad zat, was het daar niet mee eens, keerde zijn auto en begon mij snoevend een rits ziektes toe te wensen.
Ik moest aan dat akkefietje denken toen ik dit weekend een stuk las over docent Rob (73) die door de leiding van zijn school op non-actief was gesteld nadat hij met een groep Oekraïense leerlingen het Nederlandse scheldwoordenlexicon had behandeld.
Na het zien van een sketch waarin Wim de Bie zei ‘bemoei je met je eigen zaken, lange lul’, vroegen de leerlingen om uitleg, waarna meester Rob begon aan een lang referaat waarin woorden als ‘hondelul’ en ‘gratekut’ de revue passeerden. ‘Leerlingen scheldwoorden aanleren is niet de functie van een school’, zei de directie later.
De afgelopen jaren heb ik voor deze krant verslag gedaan vanuit 25 verschillende landen, dus ik weet uit ervaring dat scheldwoorden wel degelijk essentieel zijn bij het leren van een nieuwe taal. Vrijwel niets zegt meer over een volk dan de retoriek van hun woede. Sterker nog: scheld mij verrot en ik zeg u wie u bent.
Zo zitten de shit en asshole roepende Amerikanen nog in de anale fase van hun ontwikkeling, kampen de Grieken, getuige de krachtterm ‘moge je videorecorder in de fik vliegen’, nog altijd met de naweeën van de financiële crisis en vind je de koningen van de vloek op de Balkan. Daar hoorde ik een taxichauffeur ooit een uitdrukking bezigen die eigenlijk niet geschikt is voor de drukpers, maar getuigt van zoveel vocabulaire rijkdom dan ik hem hier toch deel. ‘Ik verkracht de hele gastenlijst van je huwelijk’, beet hij een toeterende medeweggebruiker toe.
De bestuurder van de auto in Wageningen bleek retorisch wat minder begaafd, en toen mijn vriendin besloot de boel te sussen, viel hij zelfs helemaal stil. Hij spuugde enkel nog een schuimend wit commentaar op de grond en reed weg.
‘Je rijdt de verkeerde kant op, lange lul’, wilde ik hem nog naroepen, maar mijn vriendin keek streng mijn kant op, dus ik hield wijselijk mijn mond.
Source: Volkskrant