‘Mijn collega Remco en ik reden naar treinstation RAI in Amsterdam, waar iemand voor de trein was gesprongen. Ik had zestien jaar in Amsterdam-Noord gewerkt, daar is geen treinstation, dus hier had ik geen ervaring mee.
‘Op het station kwamen honderden verschrikte mensen als lemmingen de trappen af. Niemand zei iets. Wij renden tegen de stroom in naar boven. Op het perron was niemand meer. Midden op de dag stond daar een compleet verlaten intercity, heel luguber. Ik moest denken aan die treinscène uit de film Once Upon a Time in the West. Een eind verderop lag een wit laken op de rails.
‘De conducteur kwam uit de trein en zei dat hij het slachtoffer had toegedekt. Ik liep ernaartoe. Toen ik bijna bij het slachtoffer was, hoorde ik gekreun. Ik dacht: dat kán niet, daar ligt een dode. Ik luisterde goed en godverdorie, ik hoorde het wéér. Ook zag ik het laken bewegen.
‘Ik sprong van het perron de rails op, trok het laken weg en zag daar een man liggen van een jaar of 30 die niet meer compleet was. De trein had zijn benen eraf gereden, maar hij leefde nog. Heel surrealistisch.
‘‘Remco!’, riep ik. ‘Remco, je wapenstok!!’ Want ik had geen wapenstok bij me, en we hebben op de politieschool geleerd dat je met het leertje aan je wapenstok een geamputeerde arm of been kunt afbinden. De man kreunde van de pijn en bewoog steeds heftiger naarmate hij bij bewustzijn kwam. Ik hield hem in bedwang en zei: ‘Niet doen, blijf maar rustig liggen, ik ga je helpen.’ Terwijl ik een been afbond, kwam de ambulance en namen de verpleegkundigen het van me over.
‘De volgende dag ben ik naar het ziekenhuis gegaan, om het voor mezelf af te sluiten. Het komt zelden voor dat een treinspringer zo’n daad overleeft, en ik wilde weten: waaróm? Hij lag daar aan allerlei apparaten. Zijn moeder zat naast het bed en zei: ‘Viktor, de politieagent die als eerste bij je was is hier.’ Haar zoon zat onder de morfine en vroeg aan zijn moeder een stift en papier. Daarop schreef hij, nauwelijks leesbaar: ‘Het spijt me. Lees dit op een mooie dag. Viktor.’
‘Dat was nog voor de internettijd. Jaren later zocht ik hem op Facebook. Hij woonde inmiddels in Zwitserland. Ik schreef hem een klein berichtje: ‘Ik was als eerste bij je op station RAI. Hoe is het met je?’ Binnen tien minuten antwoordde hij: ‘Wie ben je? Ik kan me je niet helemaal herinneren.’ Toen stuurde ik hem een foto van dat briefje en hij reageerde: ‘Jij hebt mijn leven gered.’
‘We hielden contact en ik zocht hem op, hij was inmiddels naar Italië verhuisd. Ik gaf hem zijn briefje, ingelijst en ingepakt. ‘Maar dat heb ik aan jou gegeven’, zei hij, ‘dat was een cadeau aan jou.’ Ik antwoordde dat ik een kopie had, en dat ik deze gift aan hem een mooie afronding voor mezelf vond.
‘Drie geweldige dagen was ik bij hem, het klikte. Hij vertelde dat hij niet dood wilde, maar een eind aan zijn zorgen had willen maken. ‘Ik was depressief’, zei hij, ‘ik zag geen licht aan het eind van de tunnel.’ Inmiddels probeerde hij met boeken en lezingen anderen in uitzichtloze situaties te verhinderen hetzelfde te doen.
‘We werden vrienden en zagen elkaar af en toe als hij in Nederland was. Ik mocht hem graag en ging zelfs met hem op bezoek bij zijn ouders. ‘Grote reus’, noemde hij me: ik ben bijna twee meter lang en hij was natuurlijk klein, zonder benen in een karretje.
‘Door hem ben ik me gaan interesseren voor mensen met psychische problemen en werd ik contactpersoon voor de psychiatrische kliniek Valerius in Amsterdam. Ik geef lezingen aan collega’s over het benaderen van psychiatrische, verwarde personen. Als zo iemand door het lint gaat, moet juist níét de beuk erin, met honden, schilden, tasers en eventueel schieten. Alleen al ons uniform werkt als een rode lap op een stier, leg ik dan uit. Hou het klein, blijf uit het zicht, laat de ggz z’n werk doen en ga zelf niet met verwarde mensen in gesprek, wij zijn daar niet voor opgeleid.
‘In september 2019, uitgerekend op mijn verjaardag, hoorde ik van een collega dat Viktor toch zelfmoord had gepleegd. Godverdomme, wat een kutcadeau. Ik voelde me belazerd, want kort daarvoor stuurde hij nog positieve berichtjes en opgestoken duimpjes naar me, terwijl later bleek dat hij al langer met de voorbereiding bezig was. Daar was ik een tijdje boos om, ik trok het niet. Pas later kwam het verdriet. Het is hem toch gelukt. Ik mis hem zeer.’
Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 voor een gesprek. Chatten kan ook, op www.113.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden