Het lijkt alweer lang geleden, maar drie jaar geleden zat ik in de Twentse tuin van mijn ouders heimelijk te genieten van een fantastisch voorjaar en de gedwongen doorbraak van thuiswerken. Ik was zeker niet de enige die tijdens corona een enorme herwaardering kreeg voor mijn geboortestreek. Voor veel generatiegenoten vielen opeens alle verlokkingen van de stad weg, terwijl het gebrek aan ruimte en een tuin zich opeens liet voelen; wat dóén we eigenlijk in die vieze, drukke stad?! Mensen spraken over de renaissance van het platteland, en consultants fantaseerden over eigen bakkerswinkeltjes in dorpen waar alle middenstand allang was weggetrokken.
Drie jaar later is er van de ontluikende liefde tussen yup en platteland weinig over, zo besefte ik tijdens een gesprek met Twentse studenten. Ik vroeg de ouderejaarsstudenten van de Universiteit Twente en Hogeschool Saxion wie na zijn of haar studie in Twente wilde blijven. Er ging niet één hand omhoog. Nu is het heus niet nieuw dat studenten na hun studie naar de Randstad willen, maar ik hoorde wel andere argumenten dan voorheen. Om de banenmarkt ging het niet; in Twente zijn banen in overvloed, en mooie ook. Bovendien zijn de kosten van het levensonderhoud lager, en houd je dus aanzienlijk meer over. Waarom dan toch per se naar die volle en vieze Randstad?
In een zaal vol mannen, durfden twee jonge vrouwen een zonneklaar antwoord te geven; in Twente hadden ze niet het gevoel dat er veel waarde werd gehecht aan diversiteit en progressiviteit. Ze wilden heus niet zeggen dat het hier allemaal domme boeren waren, maar ze voelden zich eigenlijk alleen thuis op de campus van de Universiteit. Daarbuiten voelde de wereld conservatief en weinig uitnodigend. De twee uur durende reis naar Amsterdam voelde voor hen langer dan ooit door de groeiende culturele afstand.
Wanneer jonge, goed opgeleide mensen het gevoel hebben dat een rechts-populistische minderheid de sfeer bepaalt en geen ruimte laat voor hun progressieve ideeën, dan is dat een enorm probleem. Het kan resulteren in een zichzelf versterkend effect van leegloop, economische achteruitgang en verdere verrechtsing, met een schrikbeeld van een achterblijvende en steeds homogener wordende bevolking.
Het Oosten en Noorden schieten zichzelf dus hopeloos in de voet met de massale vereenzelviging met de boeren. Men zou zich op Europees niveau prima als een voorstad van Amsterdam kunnen presenteren, maar speelt liever Tennessee. De progressieve en ondernemende krachten in de regio zouden zich moeten verenigen, en om te beginnen eens al die vlaggen uit de grond trekken. Het is bekend dat verzet tegen de boerendictatuur sociale zelfmoord betekent in kleinere gemeenschappen, maar op deze manier doorgaan is economische zelfmoord voor de regio, dus man up.
Want waarom zouden ‘de hoge heren’ in Den Haag investeren in betere verbindingen met de regio, als zij voortdurend horen dat men daar liever heeft dat de randstedeling blijft waar hij is, en de regiobewoners zelf de regio nooit uit komen? Denkt men werkelijk dat talentvolle en jonge mensen vrolijk worden van intimiderend en primitief vlagvertoon langs de wegen? Waar is die nuchterheid waarmee men altijd zo dweept?
Het Oosten zou alleen op de kaart rechts moeten zijn, en de IJssel mag geen Berlijnse Muur worden. Zorgen over gentrificatie en cynisme rondom yuppen zijn heus terecht, maar het andere uiterste is jezelf als exclusieve en agressieve monocultuur te presenteren. Wanneer ‘doe maar gewoon’, ‘doe maar gewoon rechts’ betekent, verliest een regio onvermijdelijk alle relevantie. En dat zou onmeunig zonde zijn voor beeldschone en bedrijvige regio’s als Twente.
Source: Volkskrant