Wat een opgewekte, bijna vrolijke manier om dood te gaan! Dat is de eerste gedachte na het zien van de voorstelling Happy Days van Het Nationale Theater. Erik Whien regisseerde Becketts stuk uit 1961, met Antoinette Jelgersma in de hoofdrol. Van meet af aan speelt ze met een heldere, bijna meisjesachtig-dartele stem, alsof ze die dag met het goede been uit bed is gestapt en dat van plan is zo te houden ook. Totdat ze aan het eind van het stuk ten onder gaat. Zo’n vrolijke Winnie zag ik nog niet eerder.
Een klassiek toneelstuk kenmerkt zich doordat er bij elke opvoering ervan weer een nieuwe betekenis kan worden ontdekt. Dat is zo in in Tsjechovs Kersentuin, in Wie is er bang voor Virginia Woolf? en zeker ook in Happy Days. In deze versie is het dus die opgewektheid, maar tegelijk vraag ik me af: waarom deed het me zo weinig? Waarom voelde ik geen enkele dreiging, geen doodsangst? Waarom kwam het, om het maar eens populair te zeggen, niet echt binnen? Happy Days is een gevecht in woorden tussen levenslust en doodsstrijd, maar de strijd ontbreekt hier.
Winnie is een vrouw in een berg zand. In het eerste deel zit ze tot haar middel vast, in het tweede deel zien we enkel nog haar hoofd – haar lichaam is als het ware aan het verdwijnen. Intussen praat ze in korte, abstracte zinnen, alsof ze een afscheidsbrief aan zichzelf voorleest. In het begin houdt ze zich vast aan de dagelijkse rituelen: tandenpoetsen, haar tas met spulletjes controleren. Later worden die rituelen steeds onbereikbaarder. In haar tas zit ook een revolver, het attribuut voor een aangekondigde dood.
Door de bezwerende cadans in de tekst vol herhalingen ontstaat een soort trance van taal die naar het eind toe steeds wanhopiger zou moeten worden. Jelgersma praat voortdurend op dezelfde toonhoogte, die van de vrolijkheid dus, pas tegen het eind komt daar meer variatie in. Wat ze wel blootlegt, is het element van seksualiteit: in het afscheid nemen van het lichaam zit ook het afscheid nemen van begeerd worden. ‘Was ik beminnelijk?’’ vraagt ze aan haar man Willie (René van ’t Hof), die achter haar wat ritueel rondscharrelt. En ze wil een kus van hem. Ook mooi is hoe ze, als in een flits, teruggaat naar het begin: de moederschoot, naar de wassen pop die ze koesterde, het meisje dat vrouw werd.
In Nederland wordt Happy Days met enige regelmaat gespeeld, in een nogal uiteenlopende vormgeving. Van de klassieke hoop zand waarin Andrea Domburg in 1962 in de allereerste Nederlandse opvoering zat tot de betonnen brokstukken van Fiona Shaw, in de opzienbarende voorstelling van The National Theatre of Great Britain (Holland Festival 2008). Marlies Heuer en regisseur Thibaud Depleut kozen een verlaten weiland bij Goes als toplocatie voor een adembenemend muzikale versie van het stuk. En even gedurfd als betekenisvol was de regie van Katie Mitchell die actrice Julia Wieninger niet in verschroeide aarde vastzette, maar in haar eigen keukentje, terwijl het water steeds hoger kwam te staan om haar uiteindelijk te verzwelgen. Het was de ultieme verbeelding van de naderende klimaatramp, want ook en vooral daarover gaat Happy Days. Misschien zijn Winnie en Willie wel de laatste mensen op aarde.
Voor deze Haagse Happy Days ontwierp Juul Dekker een soort elastische lattenbodem waar Winnie doorheen lijkt gezakt. Het is ongetwijfeld een kwestie van smaak, maar ik vond dat enorme matras nogal overheersend en er ging ook totaal geen beklemming vanuit. Van het fraaie lichtplan wel, dat van fel zonlicht naar sombere duisternis ging.
‘Geen verbetering. Geen verslechtering. Geen verandering. Geen pijn.’ Het is de vermeende status quo waarin Winnie zich bevindt. Misschien is het daarom dat er in haar gemoed dit keer zo weinig verandert. Aan het eind wordt het matras omhoog getakeld, met een verrassend eindbeeld tot gevolg. Het is tevens de illustratie van een van Becketts betekenisvolste zinnen: ‘Er blijft altijd iets over van alles. Iets blijft over van alles.’’
Erik Whien komt de eer toe het werk van Samuel Beckett opnieuw in het Nederlandse theater te hebben geïntroduceerd. Happy Days is na Wachten op Godot, Krapp’s Laatste Band en Eindspel zijn vierde Beckett-regie. Allemaal kenmerken ze zich door hun toegankelijkheid en gebrek aan plechtigheid; Eindspel was misschien wel de mooiste, met glansrollen van Hans Croiset en René van ’t Hof.
Met de rol van Winnie neemt Antoinette Jelgersma (67) vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd afscheid als vaste actrice van het Nationale Theater, waaraan ze sinds 1997 verbonden is. In de aflopen jaren excelleerde ze daar in voorstellingen als Genesis, Over Dieren, Midzomernachtsdroom, The Nation en Leedvermaak.
Happy Days
Theater
★★★☆☆
Van Samuel Beckett door Het Nationale Theater, regie Erik Whien
15/4 Theater aan het Spui Den Haag; tournee.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden