De toekomst van het Nederlandse wielrennen wordt bepaald door de politie, maar die zit niet op die rol te wachten. Neem Jaap Kriekaard, wielerliefhebber, fietser, bestuurslid van de Zeeuwse wielervereniging De Trappers, maar vooral: politieman.
Kriekaard leidt vanuit een commandowagen liefst dertien motoragenten om de Omloop van de Braakman, een zware kasseienkoers rond het Zeeuws-Vlaamse Philippine, veilig te laten verlopen. ‘Landelijk is bepaald dat het er zoveel moeten zijn’, zegt hij zonder prijs te geven of hij dertien politiemotoren te veel vindt. ‘Het probleem is dat er in Nederland te weinig motoragenten zijn met het hoogste certificaat, C2. Dat moet je nu hebben om een koers te mogen begeleiden.’
Over de auteur
Robert Giebels is sportverslaggever en schrijft over wielrennen en Formule 1. Eerder werkte hij op de politieke redactie en was hij correspondent in Azië.
Ambtenaren van Infrastructuur en Waterstaat stellen in een advies aan hun minister Mark Harbers dat ‘het kunnen doorgaan van wielerwedstrijden, staat of valt met de inzet van politie’. Onaangekondigd besloot de politie vorige maand echter de inzet te verbieden van motoragenten met alleen de C1-opleiding. Plots was er veel minder politiebegeleiding beschikbaar voor wielerwedstrijden.
Organisatoren kregen te horen dat ze hun koers ondanks een jaar voorbereiding moesten annuleren of het parcours dienden om te bouwen naar een veredeld criterium – het rondje om de kerk. Vier wielerwedstrijden dreigden dit jaar niet door te gaan.
Wielerbond KNWU deed met succes een noodoproep aan de politiek: toen bleken er toch voldoende C2-motoragenten beschikbaar. ‘Sommige van deze jongens zijn teruggeroepen van verlof’, vertelt Kriekaard. Hij wijst naar zijn motorcollega’s, die kort voor de start van De Braakman staan opgesteld in een lineaalrechte rij. In de cockpit van elke motor hangen twee navigatieschermen. Boven de tank zit een af te draaien papierrol met daarop elk punt van belang op de 177 kilometer lange route.
‘Deze collega’s komen niet van hier, maar uit het hele land’, zegt Kriekaard voordat hij in zijn auto stapt. ‘Ze zijn hier omdat het moet, maar ook omdat ze dit leuk werk vinden.’
Een voor een vertrekken de motoren. ‘Zet hem op, hè’, roept de laatste motoragent naar de anderen. Met exact dezelfde tussenafstand rijdt de colonne uit het zicht en de auto van Kriekaard gaat er achteraan. De 55ste Omloop van de Braakman kan beginnen.
Jaarlijks staan er circa 120 Nederlandse koersen op de wieleragenda. Een groot deel daarvan kan alleen doorgaan als er politiebegeleiding is. Dat kunnen wedstrijden zijn van A naar B, of een forse omloop door de regio. Als die wegvallen doordat er steeds minder motoragenten zijn, die bovendien op meer plekken nodig zijn, krijgt het Nederlands wielrennen in de toekomst een serieuze knauw, zegt KNWU-directeur Maurice Leeser. ‘Wij hebben die koersen nodig om onze wielertalenten op te leiden voor de internationale top.’
Hoe moeten Roubaix-winnaar Dylan van Baarle, oud-geletruidrager Mike Teunissen, Europees kampioen Fabio Jakobsen en topsprinter Dylan Groenewegen anders leren een koers naar hun hand te zetten? ‘In waaiers fietsen, ploegtactiek, omgaan met een veranderlijk parcours en de onvoorspelbaarheid van een koers; dat leer je alleen door veel vlieguren te maken in lange, zware wedstrijden’, zegt Leeser, ‘niet in kleine rondjes.’
Zoals de Omloop der Zevenheuvelen in Berg en Dal, waar de organisatie koos voor een tien keer af te leggen parcours van 15 kilometer. ‘We hoeven daardoor een veel minder groot stuk weg af te zetten waardoor we niet meer afhankelijk zijn van de politie’, zei organisator Joost van Wijngaarden tegen Omroep Gelderland. ‘Ik denk dat dit de toekomst wordt van bijna alle wielerwedstrijden in Nederland; een klein parcours waarbij je de politie niet meer nodig hebt.’
Ook Veenendaal-Veenendaal, vier keer gewonnen door Groenewegen, gaat die kant op. Joop Zoetemelk zegevierde in de eerste editie in 1985 nadat hij er 246 kilometer door Utrecht en Gelderland op had zitten.
Dit jaar is het parcours makkelijk af te sluiten, een vijf keer te nemen ronde van 35 kilometer waarin stadskernen worden gemeden, omdat daar volgens de organisatoren veel politiebegeleiding nodig is. Ze zien ook een ‘leuk voordeel voor het publiek’: het peloton komt meerdere keren voorbij.
‘Natuurlijk kun je ook op zo’n omloop leren fietsen’, zegt Leeser van de KNWU, ‘maar toptalent rijdt uiteindelijk internationaal in lange koersen van A naar B. Die moeten daarom in Nederland ook blijven bestaan.’
Dat is niet alleen goed voor talentontwikkeling, stelt Leeser, maar stimuleert ook de bevolking meer te bewegen. Immers: zien fietsen doet fietsen. ‘Zaterdag rijden 15 duizend liefhebbers de toerversie van de Amstel Gold Race, grotendeels over hetzelfde parcours. De wielersport hoort bij ons cultureel erfgoed en daar horen aansprekende koersen bij in eigen land.’
Zoals de Omloop van de Braakman, waar het tijd is voor de vierde van 32 kasseienstroken die in Parijs-Roubaix zouden doorgaan voor doorsnee – pakweg twee à drie sterren. De eerste politiemotor komt rammelend met hoge snelheid over de keien, gevolgd door een groepje van drie motoren en daarna nog drie agenten solo. Dan volgen Kriekaard in zijn commandoauto en nog eens twee motoragenten. Hun overige vier collega’s rijden achteraan, in de buurt van de bezemwagen.
‘De taken van politiemotoragenten bij een wielerkoers zijn complex en vragen een lange en kostbare training’, schreef minister Harbers in december aan de Tweede Kamer. Motoragenten zetten voor de koers uit, de weg af, regelen al rijdend het verkeer en overtreden verkeersregels zoals de maximumsnelheid, aldus Harbers.
In De Braakman hoeven de motoragenten niet te stoppen. Hun aantocht is het teken voor vrijwilligers om op de weg te gaan staan en de weg af te sluiten door aankomende voertuigen het stopteken te geven. Na de kasseienstrook staat een verkeersregelaar aldus één auto tegen te houden, ogenschijnlijk zijn het bekenden van elkaar.
Het oogt allemaal ruim bemeten, deze politiebegeleiding. Temeer omdat in het weidse landschap van krimpregio Zeeuws-Vlaanderen nauwelijks verkeer is te ontwaren. Bovendien vergt het parcours op papier steeds minder begeleiding: na twee ronden van bijna 50 kilometer, volgen er twee van 30 en tot slot twee van 10 kilometer.
‘Dit is een heel ander gebied dan de Randstad’, zegt Jan Mobach, bestuurslid van Wielercomité Philippine, dat naast De Braakman ook wedstrijden voor nieuwelingen, junioren en beloften organiseert. ‘Toch moeten we voldoen aan dezelfde eisen. Maar dit is een dunbevolkt gebied én de mensen hier zijn veel meer koers-minded.’
Mobach ziet zijn zoon Jarno, in 2016 winnaar van Parijs-Roubaix bij de junioren (Tourwinnaar Tadej Pogacar werd destijds 13de), als eerste van de vierde strook kasseien het asfalt opdraaien. In de scherpe bocht gaat een aantal renners onderuit door het zand dat de voertuigen voor hen hebben achtergelaten.
Wielervader Mobach ziet het aan en schetst een somber toekomstbeeld. ‘Het organiseren van koersen wordt steeds moeilijker door meer regels en minder politie. Wedstrijden voor de jongste renners worden als eerste geschrapt, omdat elke organisatie zo lang mogelijk wil vasthouden aan de elitekoers. Maar die krijgt het ook steeds moeilijker doordat minder talent doorstroomt. Onze grootste vrees is dat er in Nederland uiteindelijk maar één koers overblijft: de Amstel Gold Race.’
Burgermotorrijders zouden deels de begeleiding kunnen overnemen van motoragenten, al is daarvoor een wetswijziging nodig. Een andere manier om de druk op de politie te verminderen, blijkt in Philippine, is maatwerk.
Met zes, misschien vier motoragenten in plaats van dertien kan De Braakman ook toe, schat de Terneuzense wethouder Frank van Hulle, nadat hij de koers met een groene vlag op gang heeft gebracht. De gemeente Terneuzen heeft de noodzakelijke vergunningen afgegeven. Van Hulle: ‘Ik zie overregulering waar wij maatwerk zouden willen leveren. Maar we volgen de landelijke regels.’
Dus worden uit alle windstreken motoragenten opgetrommeld, die dagen nodig hebben om zich de omgeving eigen te maken. ‘Ik ontmoette er een uit Groningen’, vertelt koersdirecteur Edwald Martijn, ‘dat was vijf dagen voor de koers. Hij was de route alvast aan het verkennen. Niet voor hemzelf, maar voor zijn collega’s, want op de dag van de wedstrijd moest hij ergens anders zijn. Dat kan slimmer.’
Er moet wat Martijn betreft snel iets gebeuren, want de groep van, schat hij, 150 á 200 gekwalificeerde motoragenten krimpt. Het voorstel van de koersdirecteur: deel Nederland op in regio’s waar veel en weinig politiebegeleiding nodig is. ‘Hier in Zeeland kunnen we in De Braakman met zes motoren toe, in Zuid-Limburg hebben ze zondag in de Amstel Gold misschien aan vijftig man niet genoeg.’
Gezien de afwezigheid van Mathieu van der Poel lijkt de kans klein dat de Amstel Gold Race zondag voor de negentiende maal een Nederlandse winnaar krijgt. Ook de Belg Wout van Aert ontbreekt. De huizenhoge favoriet is daardoor Tadej Pogacar, de Sloveense winnaar van de Ronde van Vlaanderen. Pogacar deed slechts eenmaal eerder mee, in 2019, het jaar dat Van der Poel als laatste Nederlandse man de koers won.
Bij de vrouwen zijn wel Nederlandse kanshebbers. Annemiek van Vleuten hoopt in haar laatste jaar als profrenster afscheid te nemen met een overwinning: ze was eerder twe Source: Volkskrant