Franka (27): ‘Kort na mijn verhuizing uit de drukke Randstad had ik een datingapp geïnstalleerd. Op zijn profielfoto zat hij achter de piano, zijn blik afgewend. Hij keek noch naar de toetsen, noch in de camera, alsof hij naar iets zocht wat alleen hijzelf kon begrijpen. Onze eerste afspraak was in maart 2018, bij de ingang van het bos, op zo’n grijze dag waarop het voorjaar nog heel ver weg lijkt. Hij had mooi donker haar, zijn stem klonk rokerig en diep toen hij zei: wat een walgelijke bril heb je op. Dat hij over mijn roze glitterbril zei wat hij meende, verraste me op een prettige manier. Al mijn hele leven tob ik met omgangsvormen. Dat niemand ooit eerlijk is en dus ook geen eerlijkheid terugverwacht, dat niemand ooit lijkt te zeggen wat-ie bedoelt en er intussen gewoon van blijft uit gaan dat ik vanzelf wel begrijp wat er echt wordt bedoeld, heeft me in een permanente staat van verwarring en zwaarmoedigheid gebracht.
‘Om me heen lijkt iedereen zich te hebben geconformeerd aan een onduidelijke, gezamenlijke wenselijkheid, maar deze jongen zei gewoon wat hij meende. Dat gaf niet alleen een gevoel van erkenning, het scheelde ook veel tijd; plichtplegingen en aftasten waren niet nodig. Al meteen aan het begin van onze wandeling wond hij zich op over een bord op het bospad. ‘Verboden voor voetgangers, behalve met een pas.’ Dat er niks van die zin klopte, was voor hem het zoveelste bewijs dat de wereld voor hem altijd een schrille dissonantie zou blijven. Ik snapte dat, lachte om zijn manier van kijken en helemaal toen bleek dat ‘walgelijk’ zijn woord voor prachtig was, groeide er tussen ons een onmiddellijke intieme verbinding. Bij een over het pad gevallen boom zoenden we. Het pepermuntje dat hij snel ervoor in zijn mond had gestopt, kon de sigarettensmaak niet wegnemen, maar ik kon alleen maar juichen over het geluk iemand ontmoet te hebben die zich op deze aarde net zo verweesd voelde als ik.
‘Wanneer het je ontbreekt aan filters en je alles waarneemt en zegt zoals het is, kun je over depressies en vervreemding praten alsof je het over het weer hebt. Dat was precies wat we deden. Nog voor we elkaar hadden ontmoet, had hij geschreven over zijn plannen een einde aan zijn leven te maken. Hij was autist, ik heb dysthymie of chronische depressie. Zelf had ik mijn ouders ooit plechtig beloofd nooit suïcide te plegen, maar zijn wens was me niet vreemd. Als je bent als wij, is de dood niet afschrikwekkend. Hij had nooit de juiste therapeut of medicatie kunnen of willen vinden. Het maakte hem wanhopig.
‘Vaak haalde ik hem ’s nachts op na mijn werk in de horeca. Dan reden we met de auto het bos in over verboden onverharde paden en midden tussen de bomen zette ik de motor uit. Ik legde mijn benen gestrekt over zijn knieën en hij masseerde mijn voeten. Dan stapten we uit en gingen liggen op de motorkap en hadden seks en keken naar de sterren. Terug in de auto meanderde het gesprek heel vaak als vanzelf weer naar de dood. Via een opmerking over de anderen, met wie we nooit zo’n connectie zeiden te hebben gevoeld als nu met elkaar, de anderen die onbedoeld ons leven tot een doolhof maakten vol verlammende, op het oog gelijke afslagen. Wij begrepen ons. Dus wanneer hij na het vrijen op de warme motorkap weer begon over zijn plannen, probeerde ik het onderwerp niet op iets anders te brengen, maar praatten we er gewoon over. Over de manier waarop hij het zou doen, of het eng zou zijn, waar hij het zou doen, en hoe de omgeving erop zou reageren.
‘Geen moment verwachtte ik dat ik hem op andere gedachten zou kunnen brengen. Die overredingskracht bezat ik simpelweg niet. Dat wisten we allebei. In de drie maanden dat we elkaar hebben gekend stelden we elkaar heel veel vragen. Als geliefden, niet als hulpverlener en patiënt. En ik hoop dat hij dat als prettig heeft ervaren. Als ik hem had kunnen tegenhouden, had ik het gedaan. Maar alleen al die verwachting zou betekenen dat ik hem niet serieus nam. Nu praatte hij vrijuit. Hij was zo bezig met zijn dood, had zo’n moeite met het leven en ik dacht almaar: als hij doodgaat, kan ik dat wel aan, want ik kan goed omgaan met tijdelijkheid en alleen zijn.
‘In het begin beschermde ik mezelf, want straks zou hij er niet meer zijn. Maar ineens, na een paar maanden, kreeg hij een opleving. Hij wilde uit eten en naar de film en zag van alles wat wel mooi was. Hij gaf me complimenten en begon plannen te maken, wilde zelfs solliciteren. Ja, toen dacht ik wel even: stel je voor, stel je voor. Op een middag ging hij naar huis, liep achteruit de gang uit en drukte op het liftknopje in de hoop dat de deur zich onmiddellijk en theatraal zou openen, maar dat gebeurde niet. Het duurde even voor de lift kwam en hij zei: jammer, het was een mooie laatste aftocht geweest. En ik hoorde nauwelijks wat hij zei, want we hadden het zo vaak over laatste keren. Bovendien was ik chagrijnig dat hij al zo vroeg weer wegging.
‘De dag erop stuurde hij vlak voor ik moest werken een locatie op, een plek in het bos waarvan ik dacht dat hij daar die avond naartoe wilde. Tegen negen uur belde zijn vader of ik wist waar zijn zoon was en toen begreep ik het pas. ‘Hij heeft het gedaan’, riep ik en ik hoorde zijn vader schreeuwen. Om me heen probeerden collega’s me gerust te stellen door dingen te zeggen die niet waar waren: straks zie je hem weer, let maar op, niks aan de hand. En weer merkte ik hoe frustrerend het is als iemand niet gewoon zegt wat-ie denkt, hoe verzachtende woorden ontkennende woorden zijn, woorden die niemand ooit geholpen hebben en hem al helemaal niet. Hij werd gevonden in het bos. Ik heb spijt dat ik hem nooit heb gezegd: ik hou van je.’
Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Franka gefingeerd.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden