Home

Hoe schrijver en presentator Michiel Eijsbouts zijn erectiestoornis leerde omarmen

Lid. Leuter. Piemel. Pikkenbaas. Klabanus. Tampeloeres. Broekslang. Stijve. Paal. Apparaat. Harde. Tamper. Odol. Babyarm. Stormram. Neukstaaf. Paardenpik. Hengstenzwengel. Allemaal woorden voor een penis die zijn werk naar behoren doet.
Maar voor een penis die niet goed stijf wordt, is er maar één:
Een slappe.
Afgelopen zomer kreeg ik zelf te maken met zo’n slappe. Helaas was het mijn eigen penis. Dit is zijn verhaal.

Mijn penis wordt geboren in de lente van 1979. Op de weegschaal van het St. Anna Ziekenhuis in Geldrop gaat hij voor het eerst op de foto. Een klein slurfje boven een opmerkelijk grote balzak. Direct na het fotomomentje trakteert hij de dienstdoende verpleegkundige op een enthousiaste urinedouche, zo wil de familielegende. Ik heb dat altijd als een voorbode gezien van de prominente rol die hij later zou kunnen spelen op het wereldtoneel.

Over zijn jeugdjaren kunnen we kort zijn, letterlijk en figuurlijk. Pas richting mijn 10de levensjaar geeft hij het startschot voor mijn puberteit.

Het gebeurt tijdens onze jaarlijkse zomervakantie aan de Belgische kust. In de aanloop naar de grote dag is er al een zekere onrust merkbaar. Steeds vaker strekt hij zich opeens uit, op schijnbaar willekeurige momenten, om niet meer zomaar te gaan liggen. Op een bloedhete dag is het weer eens zo ver. Terwijl de familie op het strand ligt, speel ik een spelletje Donkey Kong op het stapelbed. Of het de bloedhitte is of mijn volle concentratie op de springende aap weet ik niet, maar hij meldt zich weer. En dit keer is het menens. Een kleine aanraking leidt meteen tot een volle uitbarsting. Mijn lijf wordt overspoeld door een warme gloed en vloed. Op dat moment weet ik: dit is een vriend voor het leven.

Op dit punt in het verhaal moet ik misschien ook even iets over mezelf vertellen.

Ik ben opgegroeid als jongste kind in een landelijk dorp in Zuidoost-Brabant. Iedereen katholiek, dus over seks werd niet gepraat – of niet hardop. Van klasgenoten hoorde je weleens iets over een ‘bokworst’ of ‘dikke tieten’, en als je geluk had vond je onder het viaduct richting Helmond een boekje met vergeelde truckersporno. Op vrijdagavond werd er op RTL Plus in Tutti Frutti gedanst met ontbloot bovenlijf. Dat was de avond dat ik mijn slaapkamerdeur zorgvuldig op slot draaide.

Tegen het eind van mijn tienertijd vertrok ik naar Amsterdam, zogenaamd om te studeren. Wijsbegeerte, want dat klonk zo interessant. In de praktijk zat ik vooral in de kroeg. Daar kwam ik erachter dat er vrouwen bestonden, en dat die ook nog eens leuk waren. Het happy hour (bier 1 gulden) fungeerde als sociaal glijmiddel. Mijn eerste wederzijdse seksuele ervaring beleefde ik op een hoogslaper onder een verlaagd plafond. Het was wel wat krapjes, en na afloop moest ik misschien een klein beetje huilen. Voortaan was ik een man.

Terugkijkend liep ik in die tijd permanent met een doorgeladen pistool op zak. Ik stond ermee op, en vervolgens liep ik ’m een groot deel van de dag achterna. Dat ging wel met vallen en opstaan. Ik ben zeer zeker geen geboren casanova. Eerder een beoefenaar van de PMS-methode: je gooit een Pan Met Spaghetti tegen de muur, en hoopt dat er een sliert blijft plakken. Van een van deze aardige dames kreeg mijn geslachtsdeel zijn naam: Winston. Voluit: Winston Gastaanowitz – een grapje, toen nog.

Want Winston had helemaal geen aansporing nodig om te gaan staan. Hij wou niets liever! Niet alleen bij een eventuele vrouw in natura sprong hij direct stram in de houding, ook elke visuele stimulans deed hem zonder omhalen opzwellen. En anders was er elke ochtend om 10 uur nog het programma Koffietijd, met presentatrices waar mijn ‘antenne’ feilloos op was afgestemd. Na een tijdje was alleen het horen van de leader al voldoende om Winston middels het pavloveffect in beweging te brengen – en dan moest de koffie nog komen.

Zo heb ik samen met Winston over de jaren heel wat avonturen beleefd. Hij deed zijn werk altijd naar behoren, al was hij soms misschien wat onbesuisd. Maar aan die geoliede samenwerking kwam afgelopen zomer een einde. Winston weigerde dienst, en dat voelde alsof ik mijn trouwste vriend kwijtraakte.

Eerst nog even een stukje terug. In 2015 werd ik vader (wederom met een glansrol voor Winston). De relatie met de moeder hield geen stand. Terwijl deze stofwolken neerdaalden, kreeg ik het advies om eens in therapie te gaan. Dat bleek de beste keuze van mijn leven. Middels gesprekken en traumatherapie werden mijn geïnternaliseerde demonen stuk voor stuk vakkundig om zeep geholpen. Ik kwam er eindelijk achter wie ik nou eigenlijk echt ben, dat ik ook nog eens zo mag zijn, en dat ik niet meer van mezelf weg hoef te lopen. Als bijvangst ben ik gestopt met het gebruiken van alcohol.

Mijn laatste biertje dronk ik in de eerste coronaherfst. Die avond zei ik al tegen Winston: nou, gabber, je kunt met de vut. Drank en seks waren voor mij met elkaar verbonden als Bassie en Adriaan. Als ik een vrouw tegenkwam, dan was dat in de kroeg, of op een feestje. De waarschuwing dat alcoholgebruik de ejaculatie kan vertragen beschouwde ik stiekem als een aanbeveling. En de volgende ochtend was hij toch weer op volle oorlogssterkte – al was het altijd maar afwachten of hij dan weer zo’n gretig onthaal vond.

Maar ach, dacht ik, dit overleven we ook wel weer. Winston heeft al eens eerder een decennium geen seks gehad met vrouwen, aan het begin van zijn carrière, en dat ging toch ook prima? De vrees voor een acute tennisarm bij het baasje bleek gelukkig al snel ongegrond: eind goed, al goed.

Maar terwijl de wereld stillag door corona, leek mijn leven juist een beetje op gang te komen. Het laten staan van de drank leidde ertoe dat ik duidelijkere keuzes maakte. Ik fleurde helemaal op in mijn werk, bakende privé mijn grenzen beter af en kreeg meer (terecht) zelfvertrouwen.

Door de lockdown bleek de dating-arena zich opeens vooral online te bevinden. Daar tastte ik voorzichtig de mogelijkheden af om Winston weer eens aan een maatje te helpen. Ik deed mee aan een chatroulette-achtige videospeeddating, maar had uiteindelijk meer succes op nota bene LinkedIn. Toen ik eenmaal op oefenbasis weer in bed belandde, bleek seks ook nuchter te kunnen – een openbaring! Dat ik dat nog mocht meemaken, als pre-middelbare en voorheen gevoelsmatig opgegeven man, was een waar cadeautje van het universum. En dan had ik nog een heel leven voor me. Wie weet lag er zo zelfs nog eens een complete, betekenisvolle, en wederzijds gezonde relatie in het verschiet.

Die mogelijkheid kwam sneller dan verwacht. In de lente van 2022 ging de horeca ook in de grachtengordel weer volledig open, toch mijn natuurlijke habitat. En ook zonder drank bleek het daar prima uit te houden. Op een zonnige lentedag kwam ik aan een terrastafeltje terecht met een mooie, leuke schrijfster. Ik had al eerder gezien dat ze mooi was, en nu bleek ze dus ook nog leuk te zijn.

Oké, er was een zeker leeftijdsverschil, maar niet zoals bij Leonardo DiCaprio en zijn dates, dus dat hoefde geen probleem te worden.

Geholpen door de eerste lentestralen ontrolde zich een voor mij overdonderende romance. Haar jeugdig enthousiasme kuste iets in mij wakker, en niet alleen ín mij. Voor het eerst in mijn leven had ik meermaals nuchter seks met iemand die ik echt leuk vond, en dat voelde ook nog eens helemaal natuurlijk. Ik voelde me als herboren, niet meer verloren, Michiel 2.0. Zó moet het dus, en zo moet het zijn, dacht ik. Hierna sprong de kat op het bed en moest ik op zoek naar mijn allergiepillen.

Helaas kwam aan al dit gevonden geluk een voortijdig einde. We waren weer in mijn bed beland, de schrijfster, Winston en ik, en na het inleidende werk vroeg ze mij of ik Winston weer even zijn beschermende kleding aan wilde trekken, zodat het hoofdprogramma een aanvang kon nemen. Dat wou ik op zich best. Vanaf de jaren tachtig was mij via diverse overheidscampagnes ingepeperd dat je wel helemaal gek zou zijn om geen condoom te gebruiken. Toen ik dat ergens in de jaren nul weer eens een keer ‘vergeten’ was, werd dat beloond met een gevalletje chlamydia. Sindsdien ben ik zeker 100 procent pro-condoom.

Toch voelt het omdoen van zo’n ding voor mij altijd weer alsof ik al in de touwen hang tijdens de gymles, en dan opeens een figuurzaag en een plaat triplex in handen krijg geduwd. En als de handwerkjuf er dan met een stopwatch bij staat, is dat niet echt bevorderlijk voor het klaren van de klus. Door schade en schande wijs geworden heb ik er dan ook een gewoonte van gemaakt om mij even ‘terug te trekken’ in de natte cel. Hierna keer ik dan triomfantelijk toeterend terug in de slaapkamer, met Winston in de startblokken.

Dat ging dit keer even anders.

Met mijn blote mannenbilletjes op de toch altijd wat kille rand van mijn bubbelbad, scheur ik de goudkleurige condoomverpakking open. Ik rol het rubber een stukje af, en sta op het punt om Winston in de houdgreep te nemen, als ik merk dat er iets niet in de haak is. In een reflex ga ik zelf staan, en dan wordt het meteen duidelijk: Winston is niet meer super- maar halfstijf, en hij staat niet op half twee maar op half vijf.

En op dat treurige tijdstip komt er een einde aan de meer dan dertigjarige aaneengesloten regeerperiode van Winston I.

Eerst denk je nog: oké, een slappe. Dat kan iedereen een keer overkomen. En ik heb ook wel wat veel van ’m gevraagd, de laatste tijd. Als we morgen wakker worden, is-ie vast weer helemaal in topvorm. Maar de volgende morgen was het weer huilen, ook zonder pet op. En toen wist ik instinctief: dit is foute boel. Ik heb een slappe.

Al Source: Volkskrant

Previous

Next