Home

NU+ Maarten Ducrot: 'Ik hoop dat ik niet alleen om linkeballen word herinnerd'

Drie dagen na de zege van Mathieu van der Poel in Milaan-San Remo staat de bekendste wielercommentator van Nederland met laarzen aan in zijn eigen paradijs. Aanstaande zondag zit Ducrot nog één keer in een krap hok om uren over wielrennen te praten. Daarna is dit zijn leven: een boerderij in de Bommelerwaard met een halve hectare grond en drie paarden aan huis.

Het lijken twee uitersten. Maar aan de keukentafel legt Ducrot uit dat er veel parallellen zijn tussen paardrijden en een wielerpeloton. Zoals hij de afgelopen negentien jaar in tv-uitzendingen van de NOS heel vaak vertelde waarom hij een peloton als een spiegel van de samenleving ziet.

"De ondertitel van mijn paardrijschool Centaur is niet voor niks: 'Beter mens, beter paard', in die volgorde", zegt Ducrot. "Je kunt een paard pas in balans krijgen als je zélf in balans bent. Zo werkt het overal in de natuur, en dus ook in het wielrennen. Je kunt pas leiding geven - een ander mens beïnvloeden - als je eerst jezelf in de hand hebt. Die volgorde nemen we niet altijd in acht. Ik ook niet."

Dat inzicht kreeg Ducrot toen hij op zijn 48e begon met paardrijden. "Ik dacht: ik draai het contactslot om en dan gaan we rammen. Het paard moet gewoon doen wat ik wil. Maar dat zat toch wat anders. Mijn paard raakte helemaal gestrest en viel meer dan 150 kilo af."

Ducrot besloot les te nemen. Hij ging lezen over paardrijden, bezocht paardenexperts in Australië en paardenclinics in de Verenigde Staten. "Ik kwam erachter dat er ook andere manieren zijn om een paard te leiden. Niet door controle, maar door contact te krijgen met het paard zodat hij zich je vriend voelt."

Op zijn boerderij leert hij klanten nu hoe zij een connectie kunnen maken met hun paard. "Uiteindelijk is dat de zin van het leven: verbonden zijn. Maar in de huidige maatschappij verbreken we die verbinding constant. Door vanuit onze eigen meningenbubbel te schelden op elkaar." Ducrot pauzeert heel even. Terwijl kleinzoon Kees nieuwsgierig toekijkt, zegt hij lachend: "Ik stijg nu wel heel erg op, hè?"

In het voorjaar van 2004 kreeg Ducrot van Mart Smeets de vraag of hij wielercommentator wilde worden. De twee hadden tijdens de profcarrière van Ducrot veel lange gesprekken gevoerd over de sport. De NOS-coryfee dacht dat die conversaties ook prima zouden werken op tv. En dus zat Ducrot negentien jaar geleden bij de Ronde van Vlaanderen voor het eerst in een commentaarhokje.

"Ik heb vanaf het begin geprobeerd om een stem te geven aan de gasten in de arena: de wielrenners. En om maatschappelijke thema's aan te roeren aan de hand van het peloton. Neem een woord dat ik gepikt hebt van Mart: tekentafelwielrennen. Dat bedacht hij toen ik weer een keer zat te schelden over dat alles tegenwoordig bepaald wordt voor de renners, in plaats van dat ze zelf verantwoordelijkheid nemen. Dat is voor mij een metafoor van wat er in de samenleving aan de hand is: de afstand tussen leiders en werknemers of burgers."

"Je kunt je niet voorstellen wat voor impact je hebt als je op die manier context geeft aan een sportwedstrijd. Ik geloof ook dat het weerklank kreeg bij de kijkers. Maar natuurlijk zijn er ook een heleboel mensen die mijn bloed wel kunnen drinken. En ik moet eerlijk zeggen: dat vind ik wel leuk."

Echt?

Lachend: "Dat zie je toch aan me? Hoe meer ik die mensen op hun tenen trap, hoe leuker het is."

"Tegenwoordig zitten we met z'n allen in ons eigen bubbeltje op de tribune naar de sporters te kijken. En dan willen we een journalist hebben die precies zegt wat wíj vinden. Dat doe ik dus never nooit. Ik probeer om de arena heen te lopen, te kijken naar de renners en pas een mening te vormen als ik het hele verhaal heb. Ik ben de NOS héél dankbaar dat ze mij daar altijd in beschermd hebben."

Beschermd tegen wie?

"Tegen alle idioten die van alles van mij vinden. Ik ben strenger voor mezelf dan wie ook. Maar dat betekent niet dat ik moet luisteren naar de mensen op de tribune die het allemaal zo goed weten. Die vinden dat Ducrot niks ziet, niks kan, stom lult. En altijd maar weer begint over het tekentafelwielrennen. Daar begín ik niet over, dat is mijn analyse van wat er aan de hand is. Weerleg het maar."

Moest je eraan moeten wennen dat allerlei mensen iets van jou vonden als commentator?

"Nee, want ik was erop voorbereid. Als ik niet had gewild dat mensen tegen me gingen zeiken, dan had ik niet in dat hokje moeten gaan zitten. En soms maak ik ook een fout. Zoals in de Tour van 2019."

Toen was er veel ophef omdat je tijdens de negentiende rit zei dat je het belachelijk vond dat de koers werd stilgelegd. Terwijl de wegen door noodweer onveilig waren geworden. Daar heb je achteraf je excuses voor aangeboden.

"Mensen misten de ironie in mijn woorden. Maar ik had natuurlijk geen grappen over deze situatie moeten maken. Toen duidelijk werd dat de wegen echt onbegaanbaar waren, had ik gas terug moeten nemen."

"Maar ik heb na die etappe mailtjes gekregen, echt onvoorstelbaar. Dat ik de renners de dood in wilde jagen. Wat ik wel grappig vind: als een koers nu gestopt wordt vanwege noodweer, zijn er altijd mensen die zeggen: Ducrot vindt natuurlijk dat ze hadden moeten doorrijden. Daar kan ik erg om lachen."

Maar toch: als je jouw naam googelt, staat hoog in de resultatenlijst een column met de kop: 'Ik hield een middag alle onzin bij die Maarten Ducrot uitkraamt.' Het lijkt me heel menselijk om dat soort kritiek vervelend te vinden.

"Ik vind dat totaal niet vervelend. Wat voor iemand ben je als je jezelf wilt profileren op internet door te vertellen wat voor onzin iemand ánders uitkraamt? Hoe klein ben je dan? Ik vind dat gewoon een beetje sneu. Of ben ik nou gek?"

"Er bestaat ook een site waarop al mijn bekende uitspraken staan. En die is heel positief. En ik moet eerlijk zeggen: op sommige van die uitspraken ben ik ook best trots. Zoals die keer dat ik zei dat Fabian Cancellara een brommer had ingeslikt. Of: de staafmixer gaat door het peloton. Dat vind ik supergoede bedenksels."

Veel kijkers zullen jou herinneren om die uitspraken. Kom je op straat weleens iemand tegen die "linkeballen" naar je roept?

"Dat is nota bene een woord van Gerrie Knetemann, dat heb ik helemaal niet zelf bedacht."

"Ik neem de complimenten met alle liefde in ontvangst, maar tegelijkertijd voel ik dezelfde afstand als met mensen die een blog schrijven over mijn onzin. Ik hoor het liefst gewoon argumenten, dan hebben we een gesprek. Dat is altijd super."

Zou je ook graag in gesprek gaan met de schrijver van de column over jouw onzin?

Lachend: "Nou, ik sta niet te popelen. Ik vind het al een hele eer dat hij mij gebruikt heeft om zichzelf een stijf pikje aan te meten. Zet dat er maar in."

André van den Ende, de schrijver van de column op Wieler Revue over de onzin die Maarten Ducrot uitkraamt, kan wel lachen om de woorden van de NOS-commentator. "Dit hoort bij het wielrennen, dat je wat van elkaar vindt. Ik vind zijn reactie prima."

"Ik sta nog steeds achter wat ik in die column heb geschreven, maar hij moet wel duidelijk met een knipoog gelezen worden. Ik heb het stijlfiguur van de overdrijving gebruikt. Feit is wel dat ik geen fan ben van Ducrot de wielercommentator, daarom kijk ik altijd naar de Belgische tv. Het is zoals ik aan het einde van mijn column schrijf: Maarten, het ga je goed, maar wij zijn niet voor elkaar gemaakt."

In de twee uur aan de keukentafel praat Ducrot enthousiast over een gesprek dat hij bij de Omloop Het Nieuwsblad had over de nieuwste generatie tubeless banden in het peloton. Hij is lyrisch over de "geniale" Van der Poel, die dwars door al het tekentafelwielrennen heen fietst. En hij windt zich op over Kristian Sbaragli, die in de Ronde van Catalonië op volle snelheid omkeek en zo een massale valpartij in het peloton veroorzaakte. Aan niks is te merken dat hij bijna oud-commentator is.

Waarom stop je?

"Niet omdat ik niet meer geïnspireerd ben door het wielrennen. Maar de ruimte om mijn verhalen te vertellen wordt steeds kleiner. Vroeger ging ik voor Parijs-Roubaix drie dagen naar Frankrijk om met allerlei renners en ploegleiders te praten. Dan had ik een verhaal, had ik inspiratie om mijn werk te doen. Dat vind ik zo gruwelijk belangrijk."

"Ik heb het zo georganiseerd dat ik nog steeds af en toe ergens naartoe mag om informatie te tanken. Vorig jaar stuurde de NOS me naar Denemarken, rond de start van de Tour. Ik heb geen commentaar gegeven, maar een week lang rondgelopen. Dat was goud. Maar de laatste jaren zaten we tijdens wedstrijden meestal in Hilversum."

Wordt commentaar geven daar minder leuk van?

"Het gaat erom dat het tegen mijn principes is. Als je niet bij de koers bent, heb je geen recht van spreken. Dan voer je een act op. Dat gevoel krijg ik de laatste jaren steeds vaker."

Wat ga je missen?

"Het was zó ongelooflijk fijn om in een weekend naar pakweg Spanje te reizen voor een aankomst bergop op de Angliru. En dan vooral het dáár zijn. Het is heel vaak voorgekomen dat collega Herbert Dijkstra en ik tegen elkaar zeiden: 'Dat we dit mogen meemaken'."

Ho Source: Nu.nl sport