Home

Je weet niet wat je mist, tot je het hebt

Er was zogezegd geen toekomst voor de radio, de geluidsfilm, de telefoon en de mobiele telefoon. Telkens weer bleek het tegendeel waar te zijn.

Vijftig jaar geleden zette Marty Cooper in New York op straat een baksteen met toetsen tegen zijn oor, en wachtte tot zijn aartsrivaal bij Bell Laboratories opnam. Triomfantelijk riep de ingenieur van Motorola dat hij belde ‘met een persoonlijke, draagbare mobiele telefoon’. Aan de andere kant bleef het stil, en niet omdat de voorloper van de smartphone niet werkte.

Over de auteur
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken. In Van Kapitaal Belang duikt hij in boeiende en opmerkelijke economische gebeurtenissen.

Tegenover de BBC verklaarde Cooper vorige week dat Bell Laboratories sowieso op het verkeerde spoor zat door zich te richten op de ontwikkeling van een telefoon voor in de auto. ‘Kun je dat geloven? Door de koperen draad zaten we al meer dan honderd jaar gevangen in onze huizen en kantoren - en nu gingen ze ons in onze auto’s opsluiten!’ Daar vertelde hij ook vermakelijk over in een video van Bloomberg van enkele jaren geleden:

Toch zou het nog elf jaar duren voordat de eerste commerciële mobiele telefoon op de markt kwam. Omgerekend in prijzen van vandaag kostte de Motorola Dynatax 8000X zo’n 11 duizend euro. Je moest hem tien uur lang opladen om er een half uur mee te kunnen bellen, en hij woog vier keer zoveel als een iPhone 14.

Vandaag de dag zijn draagbare telefoons niet meer weg te denken uit ons leven. Het is daarom gemakkelijk te vergeten dat ze bij hun introductie in Nederland een oplossing leken op zoek naar een probleem. Legendarisch zijn de getuigenissen die Frans Bromet in 1998 verzamelde toen hij Nederlanders vroeg of ze er zin in hadden om voortdurend bereikbaar te zijn. Enkele van de opmerkelijkste bezwaren:

* ‘Ik ben niet zo belangrijk dat ik altijd bereikbaar moet zijn.’

* ‘Als ik ergens strand is er ook altijd ergens wel een telefooncel, of een boerderij met een boer met een telefoon.’

* ‘Ik heb al een antwoordapparaat, dus thuis ben ik altijd al bereikbaar.’

* ‘Als mensen mij bereiken willen, kunnen ze dat met een brief doen.’

Het was niet de eerste keer dat de inschatting over het mogelijk succes van telefonie volledig verkeerd uitpakte. In 1865 schreef de Amerikaanse krant Boston Post over een groep uitvinders die werkten aan een toestel waarmee mensen met elkaar konden spreken over enorme afstanden. ‘Goed geïnformeerde mensen weten dat het onmogelijk is om een stem over kabels te sturen, en dat zelfs als het mogelijk zou zijn, het geen enkel praktisch nut zou hebben.’

Elf jaar later belde de uitvinder Alexander Graham Bell naar zijn assistent die in een andere kamer zat. ‘Mr. Watson, come here, I want to see you.’ Het tijdperk van de telefoon was aangebroken.

De geschiedenis zit vol met verkeerde inschattingen. Kijk alleen al naar de communicatiesector. ‘De radio heeft geen toekomst’, verklaarde Lord Kelvin in 1897. De glazen bol van de briljante Britse natuurkundige en uitvinder was wel heel troebel. Twee jaar eerder zei hij dat ‘vliegmachines die zwaarder zijn dan lucht onmogelijk zijn’, en in 1900 verzekerde hij zijn wetenschappelijke collega's dat ‘röntgenstralen een hoax’ waren.

De Amerikaanse radiopionier Lee DeForest schreef in 1926 in het tijdschrift Radio News zijn twijfels op over de levensvatbaarheid van televisie. ‘Alhoewel televisie theoretisch en technisch mogelijk is, beschouw ik het commercieel en financieel onmogelijk.’

Toch kwam de televisie er in de jaren veertig, maar ook toen was nog niet iedereen overtuigd. Filmproducent en medeoprichter van 20th Century Fox, Darryl Zanuck, beweerde bijvoorbeeld in 1946 dat het geen blijvertje zou zijn, ‘omdat mensen het snel beu zullen zijn om elke avond naar een triplexdoos te staren’. Tegen 1955 had de helft van de Amerikaanse gezinnen thuis een kijkdoos.

Ook bij filmproducenten zijn er beroemde missers te vinden. ‘Wie wil er in godsnaam naar acteurs luisteren?’, vroeg Harry Warner in 1927 als reactie op het idee om geluid toe te voegen aan rolprenten. Toch zou filmstudio Warner Bros, die Harry mede had opgericht, datzelfde jaar een revolutie teweegbrengen met de eerste geluidsfilm ooit: The Jazz Singer.

De missers stapelden zich op tot lang daarna. Toen Apple in 2007 met de iPhone kwam, wuifde de toenmalige ceo van Microsoft Steve Ballmer die innovatie lachend weg en hij voorspelde dat die mobiele telefoon geen significant marktaandeel zou behalen.

Het was een dure misser van Ballmer en Microsoft, dat in een wanhoopspoging om terrein in te lopen zes jaar later de Finse mobieltjesmaker Nokia inlijfde. Het werd een gigantische flop, waar Microsoft 7,5 miljard dollar (7 miljard euro) voor moest afschrijven.

‘Als ik de afgelopen tien jaar over zou kunnen doen, zouden we vandaag een sterkere positie hebben in de mobiele telefoonmarkt’, verklaarde Ballmer in 2014. Precies, maar zo'n tijdmachine zou natuurlijk erg populair zijn bij alle foute voorspellers.

Source: Volkskrant

Previous

Next