‘Voor mij als commandant is het pijnlijk om te zien hoe we met onze levens betalen voor het gebrek aan munitie.’ De vaststelling van kolonel Pavlo Palisa, commandant van de 93ste gemechaniseerde brigade die een steeds kleiner deel van Bachmoet verdedigt, is niet nieuw. Oekraïense frontsoldaten zeggen dit al maanden.
Het ontbreekt zijn soldaten in de vuurlinie aan artilleriegranaten, tankgranaten en raketgranaten, zegt de kolonel tegen The New York Times. ‘We helpen onze andere eenheden om tijd te winnen, munitie en wapens te krijgen, en om zich voor te bereiden op het tegenoffensief.’
De structurele tekorten zijn deze week opnieuw bevestigd – hoe kan het ook anders? – in een stroom gelekte geheime Amerikaanse documenten. Het meest brisante en zorgwekkende nieuws daaruit is dat de voorraden SA-10- en SA-11-raketten, waarop Oekraïne voor bijna 90 procent vertrouwt om doelen boven de 6.000 meter uit te schakelen, snel opraken. Definitief. Andere systemen ‘kunnen het volume van Russische aanvallen niet aan’ en de tekorten zijn moeilijk te vullen met westerse luchtverdedigingssystemen.
Hierdoor dreigt Rusland luchtoverwicht te krijgen, wat heel slecht nieuws is voor Oekraïense steden en hun bevolking en voor het langverwachte ‘voorjaarsoffensief’. Hoogleraar oorlogsstudies aan de Universiteit van Leiden Frans Osinga wijst erop dat de westerse Patriot-luchtafweersystemen wel binnen beginnen te stromen, maar dat dit gaat om een beperkt aantal, met een beperkte voorraad munitie.
Osinga: ‘Hoe ze hun schaarse luchtverdedigingsmiddelen moesten inzetten – vooral aan het front, of rond de grote steden – was altijd al een dilemma voor de Oekraïners. Met het opraken van de sovjetraketten die Oekraïne nog had, is de angst nu dat de Russen eindelijk hun luchtoverwicht kunnen gaan uitbuiten.’
Geen wonder dat president Zelensky al maanden onafgebroken vraagt om luchtverdedigingsmiddelen en om moderne westerse jachtvliegtuigen. Maar die krijgt hij niet – ondanks allerlei vage politieke uitlatingen, ook in Nederland, dat ‘niets wordt uitgesloten’. Hetzelfde geldt voor de ATACMS-langeafstandsraketten waarmee Oekraïne de Russische militaire bases en aanvoerlijnen op de Krim zou kunnen aanvallen. De VS gaan die wel aan Marokko verkopen, maar Kyiv krijgt ze niet.
De oorzaken van het structurele karakter van de Oekraïense tekorten aan het front zijn divers. Westerse landen hebben sinds het begin van de oorlog een enorme inspanning gedaan, maar deze is op allerlei manieren begrensd. Het is een combinatie van wegbezuinigde Europese krijgsmachten, het ontbreken van bestaande productiecapaciteit, en politieke beperkingen in Europa en de Verenigde Staten.
Daarbij speelt ook de noodzaak om de westerse bondgenoten verenigd te houden een voorname rol. Dat dit geen eenvoudige klus is, bleek deze week in Den Haag, waar de Franse president nog eens ontkende dat Europese bondgenoten ‘vazallen’ van Amerika zijn (wat zelfs in Frankrijk weinig serieuze experts beweren), terwijl bezoekende Litouwse parlementariërs waarschuwden dat we ‘een paar jaar’ hebben om onze defensie op orde te krijgen ‘voordat Rusland zich herstelt’.
Charlotte van Baak, hoofd van de Oost-Europa-afdeling op Buitenlandse Zaken, wees er donderdag tijdens een Clingendael-bijeenkomst op dat ‘landen bewegen met verschillende tempo’s’ en dat dit dilemma’s met zich meebrengt: ‘We hebben landen nodig die de andere aanmoedigen, maar de hele groep moet wel volgen. Zo is de beweging vooruit soms die van de laagste gemene deler.’
De bekende Amerikaanse commentator David Ignatius vat het zo samen: het westerse ‘arsenaal van de democratie (een term die president Roosevelt in december 1940 gebruikte, red.) volstaat bij lange na niet om de noden van Oekraïne te lenigen’. Hij ziet dat de regering-Biden ‘soms risicomijdender is dan nodig lijkt’. Dat zegt ook Žygimantas Pavilionis, voorzitter van de buitenlandcommissie van het Litouwse parlement, die onlangs in Washington was. ‘De regering-Biden wil geen verdeeldheid. Ze vertellen me: vorm een coalitie.’
Wie alle plussen en minnen optelt, en ziet hoe elke urgentie sinds de januari-bijeenkomst van de Ramsteingroep is verdwenen, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat dit voorlopig het uiterste is wat het Westen kan doen en bereid is te doen om Oekraïne te helpen. Overste George Dimitriu, senior onderzoeker bij Clingendael, karakteriseert het niveau van westerse steun nog steeds als ‘genoeg om te overleven, niet genoeg om te winnen’. Dit wordt al een halfjaar gezegd, wat de indruk wekt dat er niet meer in zit.
De gevolgen laten zich raden. Dimitriu heeft ‘bescheiden’ verwachtingen van een Oekraïens offensief. ‘Oekraïne vroeg om zeshonderd tanks, westerse landen hebben minder dan de helft geleverd. De brigades die worden voorbereid, hebben onvoldoende zware gevechtskracht.’ Met de blijvende munitietekorten, militairen die relatief kort zijn opgeleid om ingewikkelde offensieve manoeuvres uit te voeren en een wirwar van westerse wapensystemen, ziet Dimitriu dat het ‘echt moeilijk’ gaat worden om tot diep achter de Russische defensie door te dringen.
Dat is het dus, waarmee Oekraïne de komende maanden een offensief wordt ingestuurd. Twaalf brigades, kort getraind, onvoldoende uitgerust en met een grotere luchtdreiging dan ze tot dusver gewend waren. Het verschil met de stellige politieke retoriek die westerse leiders hebben geuit, behoeft nauwelijks toelichting.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden