"And now ladies and gentlemen, the most naturally gifted player that ever picked up a cue!"
Jarenlang stond Ronnie O'Sullivan in de coulissen glazig naar het uiteinde van zijn keu te kijken, terwijl hij met bovenstaande woorden werd aangekondigd. Zodra zijn naam werd omgeroepen en de klanken van het Oasis-nummer Rock 'n' Roll Star de ruimte vulden, betrad hij onder luid applaus de arena.
Hoe gloedvol de omschrijving ook was, er zat ook iets van kritiek in verscholen. Je wil immers niet als de meest getalenteerde snookerspeler aller tijden de boeken in gaan. Talent krijg je bij je geboorte. Dat is geen prestatie. Het gaat om wat je er vervolgens mee doet.
De tekst is de afgelopen jaren opgepoetst. Tegenwoordig wordt O'Sullivan vlak voor zijn entree simpelweg "the greatest player in history" genoemd. Daarbij staat hij overigens nog steeds wat ongeïnteresseerd om zich heen te kijken.
Komende weken gaat O'Sullivan op jacht naar zijn achtste wereldtitel. Om aan het laatste flintertje twijfel een einde te maken. 'The Rocket' moet momenteel nog Stephen Hendry naast zich dulden. Op 47-jarige leeftijd kan hij de Schotse legende definitief achter zich laten.
Wie weleens naast een snookertafel heeft gestaan, begrijpt hoe moeilijk deze sport is. Andere koek dan poolbiljart, waar je met een dosis geluk en zes bier achter de kiezen lukraak wat ballen in de gaten kan rossen. Snookerspelers dienen over een chirurgische precisie te beschikken. De tafel is namelijk gigantisch en de pockets zijn minuscuul.
Toen O'Sullivan op tienjarige leeftijd een zogenoemde century break maakte, was meteen duidelijk dat er een fenomeen in aantocht was. Honderd achtereenvolgende punten, terwijl het joch nauwelijks boven de tafel uitkwam. Omstanders wisten niet wat ze zagen.
Maar zoals gezegd: snooker is geen makkelijke sport. Alleen talent is niet voldoende. Het duurde nog vijftien jaar voor O'Sullivan zich de beste van de wereld mocht noemen. De weg naar de top was bovendien bezaaid met valkuilen en controverses.
O'Sullivan groeide op in de wereld van peepshows en sekswinkels, die door zijn ouders werden bestierd. Hij was zestien jaar toen zijn vader een levenslange gevangenisstraf kreeg voor moord. O'Sullivan senior had iemand met messteken om het leven gebracht.
De moeder van Ronnie runde de pornoketen een tijdje in haar eentje, tot zij vanwege belastingfraude ook achter de tralies verdween. Het wonderkind stond er vanaf dat moment alleen voor; geen ideale omstandigheden bij het opstarten van een profcarrière.
De demonen in het hoofd van O'Sullivan hielpen evenmin mee. Hij gebruikte als jonge speler buitensporig veel drank en drugs, in een poging de depressies te dresseren. De duistere nachten werden draaglijker, maar het stempel van eeuwig toptalent bleef knagen.
Op 21 april 1997 deed O'Sullivan iets waar snookervolgers tot op de dag van vandaag niet over uitgesproken raken. Hij produceerde een maximum break, de negendarter van het snooker, in een tijdsbestek dat nooit meer verbeterd gaat worden.
Het is doorgaans riskant om te stellen dat een record niet gebroken wordt, maar voor deze 147-score van O'Sullivan kun je dat rustig beweren. Er is namelijk absoluut geen noodzaak om zo'n extreem zeldzame maximum break snel uit te voeren. Als een speler er dertig minuten over doet, gaat het publiek net zo goed uit z'n dak.
O'Sullivan liet die dag zien waarom hij 'The Rocket' wordt genoemd en deed het in vijf minuten en acht seconden. Het is zijn magnum opus. Een toonbeeld van perfecte beheersing.
Maar tot zijn grote ergernis bleef O'Sullivan een wisselvallige speler. Hij kon de wereld slechts bij vlagen laten zien hoe geniaal hij was. Drank en drugs vormden een flinke belemmering. In 1998 moest O'Sullivan zijn Irish Masters-titel inleveren, omdat hij was betrapt op het gebruik van cannabis.
Rond de eeuwwisseling zag O'Sullivan het licht. De drank en drugs werden ingeruild voor een andere verslaving: hardlopen. Zijn prestaties werden constanter en prompt veroverde hij in 2001 zijn eerste wereldtitel.
Niet dat de controverses daarmee naar de achtergrond verdwenen. O'Sullivan jaagt zijn omgeving graag op de kast. Hij is bijvoorbeeld rechtshandig, maar switcht moeiteloos naar links als de situatie erom vraagt. Of gewoon als hij er zin in heeft. Toen een tegenstander dat een keer neerbuigend noemde, reageerde O'Sullivan genadeloos: "Kan ik er wat aan doen dat ik met links beter ben dan hij met rechts?"
Deze in arrogantie verpakte eerlijkheid maakt hem geliefder bij fans dan bij collega's. O'Sullivan heeft geen hoge pet op van de nieuwe generatie snookerspelers. Dat zijn in zijn ogen maar een stelletje amateurs, die hem nauwelijks kunnen uitdagen. En de meeste toernooiorganisatoren vindt hij al helemaal een stelletje prutsers.
O'Sullivan weigerde ooit de laatste bal voor een maximum break te potten, omdat hij het prijzengeld te laag vond. Alsof je een compleet voetbalteam dolt, de keeper nog even tweemaal omspeelt, en de bal vervolgens demonstratief op de doellijn laat liggen. 'The Rocket' werd hiervoor op de vingers getikt, net als de keer dat hij op z'n sokken stond te spelen omdat zijn schoenen een beetje knelden.
Toch is het beter om met je omgeving in de clinch te liggen dan met jezelf. Het ongeëvenaarde talent wordt tegenwoordig gekoppeld aan een bijpassende wilskracht. O'Sullivan is inmiddels zevenvoudig wereldkampioen en hoeft niets meer te bewijzen. Alles wat hij nu nog presteert, is slechts een toegift van the greatest player in history.
Source: Nu.nl sport