Donderdag overleed de 93-jarige Britse modeontwerper Mary Quant, de uitvinder van de ‘mini-skirt’. Met het heengaan van het Britse icoon zijn de Swinging Sixties definitief verleden tijd.
Toen wijlen Martin Bril een jaar of wat geleden het fenomeen rokjesdag introduceerde, bracht de columnist een onbedoeld eerbetoon uit aan Mary Quant. De donderdag op 93-jarige leeftijd overleden Quant is de uitvinder van de ‘mini-skirt’. Met het heengaan van deze Britse modeontwerper zijn de Swinging Sixties definitief verleden tijd. De door haar ontblote benen symboliseerden het bevrijdende karakter van dit decennium, met name voor de vrouwelijke helft van de bevolking. Quant had haar sexy ontwerp vernoemd naar een ander icoon uit die tijd: de Mini Cooper.
Over de auteur
Patrick van IJzendoorn is correspondent Groot-Brittannië en Ierland voor de Volkskrant. Hij woont sinds 2003 in Londen en schreef meerdere boeken, waaronder over de Brexit.
Het epicentrum van deze bevrijding was King’s Road, de winkelstraat in het indertijd hippe Chelsea. In deze Londense woonwijk maakte een decennium later ook Quant’s pas overleden collega Vivienne Westwood faam. Vanaf de dag dat Quant de deuren van haar boetiek Bazaar had geopend, liep het er storm. Kleurrijke en gewaagde rokjes, jurken, hoeden, maillots, hotpants en vrouwenbroeken vlogen de deur uit, alsmede kettingen, juwelen en cosmetica. ‘Korter, korter,’ was het devies bij de jurkjes. Naast sexy waren blote benen ook praktisch, bijvoorbeeld bij het rennen naar de bus.
Quant’s Bazaar was de plek om te worden gezien, zowel voor secretaresses als hertoginnen. Onder meer Twiggy, Cilla Black en Audrey Hepburn behoorden tot de clientèle. Met haar iconische bobkapsel, verzorgd door de bekende kapper Vidal Sassoon, groeide Quant al snel uit tot een internationale merknaam. Waar Quant zich toelegde op het ontwerpen, zorgde haar aristocratische echtgenoot Alexander Plunket-Greene, een dandy en restauranteigenaar, voor de publiciteit. Quant knipte zijn schaamhaar, geheel in de geest van die jaren, in een hartje.
Een bestaan als modekoningin was niet wat de ouders van Barbara Mary Quant voor ogen hadden. Ze hoopten dat hun op 11 februari 1930 geboren dochter hun voorbeeld zou volgen door in het onderwijs te gaan werken. Maar al snel werd duidelijk dat ze een sterke eigen wil had. Zo weigerde Quant haar eerste naam en wilde ze per se Mary worden genoemd. Na haar eindexamens te hebben gedaan aan de Blackheath High School, een particuliere meisjesschool in de nette Londense wijk Blackheath waar ze opgroeide, studeerde ze kunst en vormgeving op Goldsmiths University.
Na haar studietijd ging Quant, voor wie werken in de mode altijd een meisjesdroom was, in de leer bij de Deens-Amerikaanse hoedenmaker Karl Braagaard in Mayfair, een van de duurste wijken van Londen. Op 25-jarige leeftijd besloot Quant op eigen benen te gaan staan en opende ze Bazaar. Rond dezelfde tijd blies Gabrielle ‘Coco’ Chanel haar Parijse modehuis nieuw leven in. Beiden wilden kleren maken voor vrijgevochten vrouwen. Het verschil was dat Quant, zo schreef Veronica Horwell in The Guardian, dat Quant er plezier aan toevoegde, Engelse frivoliteit.
Reeds in 1966 had ze van koningin Elizabeth een koninklijke onderscheiding gekregen. Tijdens een ceremonie op Buckingham Palace droeg ze, juist en passend, een lichtblauw jurkje. Na de jaren zestig richtte ze zich op het ontwerpen van huishoudelijke artikelen, waaronder kleurrijke dekbedden. In 1988 kreeg Quant het toepasselijke verzoek om een nieuwe Mini te ontwerpen. Ze rustte de stoelen van de ‘Mini Quant’ uit met zwart-witte strepen en rode gordels. Op het stuur zat een madeliefje, haar handelsmerk.
Met haar verbeeldingskracht heeft ze door de decennia duizenden vrouwen ‘quantified’, zoals het in 2019 werd genoemd tijdens een tentoonstelling in het Victoria and Albert Museum. Inmiddels geridderd tot Dame Mary, kreeg ze in 2012 als een van de iconen van de voorbije eeuw van Peter Blake een plekje op de nieuwe op de hoes van het Beatles-album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. ‘The Beatles verzorgden de muziek', zo keek haar cosmetica-medewerker Joy Debenham-Burton jaren later terug op dat levendige tijdperk, ‘en Mary het voorkomen.’
Source: Volkskrant