Home

‘Toen ze me belden voor de auditie, dacht ik: ik ga wat met die gasten zingen en dan merk ik het wel’

Nerveus? Híj? Voor zijn auditie, in maart 1980, als mogelijke nieuwe zanger van AC/DC? Aan de telefoon vanuit zijn tuin in Florida lacht Brian Johnson (75) zijn hese, kraaiende schaterlach. Hij lacht aanstekelijk, een beetje zoals hij zingt.

‘Welnee, me son, zo was het helemaal niet! Toen ik gebeld werd of ik naar Londen wilde komen voor die auditie, dacht ik: ik ga een paar liedjes met die gasten zingen en dan merk ik het wel. Ik rekende nergens op. Ik was 32, getrouwd geweest, had schoolgaande kinderen, runde een garagebedrijf, maar woonde tijdelijk bij mijn ouders. De jongens van AC/DC waren jaren jonger dan ik. Ik voelde me een opa, en nog een mislukte opa ook.’

Over de auteur
Menno Pot is sinds 1998 muziekjournalist van de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en langere verhalen over popmuziek.

Hij reed van Newcastle naar Londen, begroette de band (‘we kenden elkaar een beetje, ze wisten wie ik was’), klokte een hem aangereikt flesje Newcastle Brown Ale uit zijn thuisstad leeg en suggereerde om Nutbush City Limits van Ike & Tina Turner te spelen.

‘Daarna stelde ik voor hun eigen Whole Lotta Rosie te doen. Het gevoel was onbeschrijflijk, het ging geweldig, maar toch had ik niet het idee dat ik hun nieuwe zanger zou worden. Na die twee liedjes zei ik: jongens, dat was leuk, maar ik moet weer eens op huis aan. Morgen moet mijn zaak gewoon open en treed ik op met mijn band.’

Het verhaal van de auditie en de opnamen van Johnsons eerste album met de band (de onverwoestbare kaskraker Back in Black van juli 1980) vormen het eindpunt van zijn autobiografie The Lives of Brian, in oktober in het Engels verschenen en nu ook in Nederlandse vertaling te koop, als De levens van Brian.

‘In het boek vertel ik mijn verhaal tót aan het moment dat mijn verhaal het verhaal van de band wordt. Daarna zou het een AC/DC-biografie worden en die moet, vind ik, niet afkomstig zijn van één enkel bandlid dat bovendien pas in 1980 toetrad.’

AC/DC was in 1980 al zeven jaar bezig en was net lekker doorgebroken met het album Highway to Hell (1979). Na twee auditieliedjes met Johnson wisten ze genoeg: deze Brian (op dat moment nog frontman van de rockband Geordie) moest de opvolger worden van Bon Scott, hun zanger en bloedbroeder, die op 19 februari dood was aangetroffen. Acute alcoholvergiftiging. Scott was 33 jaar. Johnson had hem één keer ontmoet, on the road in Engeland, toen de paden van AC/DC en Geordie elkaar kruisten.

Inmiddels is Johnson 43 jaar frontman van AC/DC, nog altijd een van de grootste hardrockbands ter wereld. Hij is de sympathieke, krijsende zanger met de krullebol onder zijn onafscheidelijke platte pet. Een geboren en getogen Geordie boy, kind van de regio Tyneside in Noordoost-Engeland. Na de auditie van maart 1980 trad hij toe tot de band van twee in Schotland geboren Australische broers: Malcolm en Angus Young. Johnson was zes jaar ouder dan de in 2017 overleden Malcolm en is acht jaar ouder dan de nu 67-jarige Angus, AC/DC’s iconische gitarist in schooluniform.

‘Pas veel later realiseerde ik me dat die jongens nog in diepe rouw moeten zijn geweest. Bon Scott, hun vriend, was pas een paar weken dood. Steeds opnieuw zwaaide die deur open en steeds opnieuw verscheen daar niet Bon, maar een zanger die hem wilde opvolgen. Ik heb daar destijds nauwelijks bij stilgestaan.’

Johnson woont al een jaar of dertig in Sarasota (Florida), met Brenda, zijn tweede vrouw. Hij heeft vaak vrienden op bezoek: beetje eten, drinken en zwemmen in de zon.

‘Hoe is het in Amsterdam?’, vraagt hij. ‘Koud en nat zeker? Hier is het heerlijk. Ik doe vandaag twee interviews. Dat vind ik leuk, want je hoort: ik praat nogal graag. Daarna ga ik lekker fietsen. Het enige wat ik hier mis, is Newcastle United, al worden hun wedstrijden hier wel uitgezonden.’

De vraag of hij na drie decennia al een beetje Amerikaan is geworden, levert weer zo’n aanstekelijke bulderlach op.

‘Haha, wat denk je zelf? Als ik mijn mond opendoe, denken ze hier dat ik een Ier of een Schot ben, maar nog vaker verstaan ze me helemaal niet. Het Geordie-accent laat zich niet verdelgen. Luister maar naar Mark Knopfler. Alleen Sting heeft het afgeleerd – die schaamde zich ervoor en nam spraaklessen. Niet doorvertellen dat ik dat heb gezegd, haha.’

Rond AC/DC is het al een paar jaar stil, maar als het aan Johnson ligt, gaat het rockcircus weer op tournee. Groot, langs stadions, of juist klein, in clubs, zoals ze van plan waren toen ze begin 2020 in Amsterdam waren om een videoclip op te nemen ter promotie van het elfde AC/DC-studioalbum met Johnson-vocalen: Power Up (2020).

‘In het oefenhok laaide het vuur zo ouderwets op dat we het idee kregen om in kleine zalen te gaan spelen. Maar toen zei onze manager: jongens, we vliegen gauw naar huis, want er is een virus in omloop dat blijkbaar voor problemen zorgt. We moeten hier niet vast komen te zitten.’

In de jaren vóór corona lag AC/DC ook al langdurig stil, omdat Johnson vanaf eind 2015 gehoorproblemen kreeg, die steeds verder verergerden. Hij hoorde op het podium al snel vrijwel niets meer en raakte ongerust toen na een vlucht van Winnipeg naar Vancouver zijn oren niet wilden ‘ploppen’. Er bleek zich vocht te hebben opgehoopt achter zijn trommelvliezen, dat inmiddels keihard was geworden en ogenblikkelijk operatief moest worden verwijderd om te voorkomen dat zijn gehoororgaan onherstelbaar stuk zou gaan. Het herstelde.

‘Ik ben dus nog stééds zanger van AC/DC’, zegt hij. ‘Ik spreek die woorden nog altijd met enige verbazing uit, want ik weet dat ik er niet voor in de wieg ben gelegd en dat ik er ook niet uitzie als een rockzanger. Eigenlijk is dat wat ik met mijn boek wil zeggen: durf te gaan voor wat je werkelijk dierbaar is. Geloof erin, probeer het, want als je het niet probeert, wordt het sowieso niks.’

De levens van Brian gaat over zijn jeugd in het door roet en rook zwartgeblakerde industriegebied dat wordt doorsneden door de rivier de Tyne. Hij verhaalt over zijn, al bij al, gelukkige jeugd, met een strenge ex-militair als vader en een warmbloedige Italiaanse moeder.

‘Mijn vader vocht in Afrika en Italië. Hij was van 1939 tot 1946 vrijwel continu weg van huis, want het Britse leger was klein en gaf weinig verlof. Ik dacht dat ík als rockzanger vaak en lang weg was, maar híj! In zijn brieven schreef hij over kameraden die hij voor zijn ogen een kopschot had zien krijgen. Als vader bleef hij militair: streng, vaak bars. Ik dacht als kind dat ik ‘jij’ heette. Zo sprak hij me aan: hé, jij!

‘Toch was hij precies wat hij moest zijn: een strenge maar betrouwbare vader. Míjn vader. Op mijn 17de verjaardag feliciteerde hij me en drukte me een sleutel in de hand. Ik liep naar buiten en zag mijn eerste auto staan: een prachtige oude Ford Popular. Hij had er 50 pond voor betaald. Ik was door het dolle, maar een knuffel? Hij was meer van de ferme handdruk.

‘In Italië had hij mijn moeder ontmoet: zorgzaam, liefdevol. Ik ben zoals zij. Mijn vader was een stuurse, ogenschijnlijk emotieloze man. Ik ben outgoing, energiek, emotioneel. Zoon van een soldaat, jongen van de gestampte pot, maar met Italiaanse levenslust – that’s me.’

Johnson schrijft in zijn boek over zijn baantjes, zijn bands en zijn ontmaagding: na een optreden van zijn eerste bandje Section 5, met zijn kont in de brandnetels. Dat moet 1964 geweest zijn. Maar ook over de ziel van zijn working class-bakermat: Dunston, County Durham, Gateshead, Newcastle upon Tyne. Fabrieken, mijnen, scheepswerven.

Zeg hem dat hij dat allemaal heel mooi en beeldend heeft opgeschreven en de vriendelijke spraakwaterval zwijgt even. ‘Vind je dat echt? Dank je, me son. Dat vind ik echt fijn om te horen.’

Voor de goede orde: híj en niemand anders is er de schrijver van. Natuurlijk wees de uitgever hem een redacteur toe, maar Johnson schreef elke zin zelf. En dan mogen we het werkwoord ‘schrijven’ nog zeer letterlijk nemen ook: ‘Alles met de hand. In een schrift. Maat, ik kan voor geen meter typen.’

Na vierhonderd pagina’s begrijp je aardig wat het betekent om een Geordie boy te zijn.

‘Veel fabriek en werven zijn gesloten, maar de mentaliteit zit diep. In mijn jeugd gingen jongens op hun 15de van school om te werken in een fabriek of in de haven. Zo was het leven, daar dacht je verder niet over na. Uitzichtloos? In zekere zin, maar als Geordies één sterke traditie kennen, dan is het het vermogen om te lachen om zichzelf en het leven.’

Toch besloot Johnson al op jonge leeftijd dat hij meer wilde. Hij ging een avondopleiding volgen, zodat hij kon verhuizen van de werkplaats naar kantoor. Overhemd. Stropdas. Niet om zeven uur, maar om kwart voor negen beginnen.

‘Mijn vader zei: kwart voor negen!? Dat is halverwege de middag!’

Ondertussen sluimerde de droom. Hij wilde rock-’n-rollzanger worden. Ontsnappen. In hoeveel bands hij in de Source: Volkskrant

Previous

Next