Veel gedoe over Winnie de Poeh. Waar de beer jarenlang het terrein was van goeiige vrouwen zoals ik, die in de verhalen van A. A. Milne prachtige vergelijkingen met het echte leven zagen, vond iemand het dit jaar nodig om een horrorfilm over Poeh te maken. En nu zijn Poeh en zijn vrienden ook nog eens het onderwerp van een psychologische test die op sociale media de ronde doet.
Kort geleden was er veel ophef over het werk van Roald Dahl, waarin een kind niet meer dik of lelijk mocht heten, maar niemand heeft protest gemaakt tegen het verhorrorren van zoiets liefs als Winnie de Poeh. In Winnie the Pooh, Blood and Honey, heeft Janneman Robinson, het mensenkind in de verhalen, het bos verlaten en veranderen Winnie en zijn vrienden in bloeddorstige roofdieren, uit op wraak. Met alle gevolgen van dien.
Ik zeg ‘met alle gevolgen van dien’ omdat dat altijd in filmbeschrijvingen staat, maar ook omdat ik die film natuurlijk niet ben gaan zien en geen idee heb wat er verder gebeurt. Ik vermoed dat het niet goed afloopt met Janneman.
Na deze verkrachting van een meesterwerk kwam dus ook nog die onlinetest, die vele mensen nu invullen. Bij de test beantwoord je 32 vragen, en dan komt eruit of je een Winnie bent, of bijvoorbeeld een Knorretje. Goedmoediger dan zo’n horrorfilm, maar toch ook weer duister.
Want: je krijgt er meteen een keihard psychologisch label bij. Dus ben je een Tijgertje, dan staat er tussen haakjes bij dat je ADHD hebt, ben je Roe, dan heb je, ja joh, autisme, en ben je Iejoor, dan ben je depressief.
Wat me hieraan tegenstaat, is het diagnosticeren van mensen via dierenfiguurtjes, en dat bombastisch de ‘Pooh Pathology Test’ noemen. En erbij vermelden dat die test door Echte Dokters is ontwikkeld. Wat voor Echte Dokters? Amerikaanse Echte Dokters.
Ik die test invullen. Ik ging ervan uit dat ik Knorretje was, want die heeft een gegeneraliseerde angststoornis, volgens de Echte Dokters. Hoewel ik niet zal beweren dat ik een gegeneraliseerde angststoornis heb, ben ik meer een Knorretje dan, zeg, een Poeh.
Ik werkte me door de stellingen heen – ‘Ik dagdroom voortdurend’, ‘Ik neem zaken te letterlijk.’
Zoals vaker bij het invullen van een slechte psychologische test waarvan je weet waar hij naartoe werkt (ben je een varken met een angststoornis of een kangoeroe met autisme?) vroeg ik me bij het antwoorden vooral af over welk dier elke stelling ging, en wanneer er een stelling over honing kwam.
Die kwam niet.
Ik was een Knorretje. Je wordt altijd wat je al denkt dat je bent. Daar heeft A.A. Milne vast ooit een mooie zin over geschreven in Winnie de Poeh, maar die weet ik niet meer, terwijl ik deze test nooit zal vergeten, en die horrorfilm ook niet, en die heb ik niet eens gezien.
Source: Volkskrant