De stap van de ring naar de set is de huidige wereldkampioen kickboksen Rico Verhoeven goed bevallen, zo laat hij weten aan wie het maar horen wil. Onlangs in de Volkskrant: ‘Acteren? Ik droomde daar al als jochie van 14 van. Toen zag ik alle films van Bruce Lee en Jean-Claude van Damme. Later dacht ik: als mijn droom om kickbokskampioen te worden uitkomt, waarom gebruik ik dat dan niet als opstapje naar een volgende droom?’
Dat opstapje heeft nu geleid tot een hoofdrol in de internationale actiefilm Black Lotus, voornamelijk gesitueerd in Amsterdam. Denk aan bivakmutsen, spervuur, vuistgevechten, krakende botten, tikkende tijdbommen, ontploffingen, slippende auto’s, louche nachtclubs en de verdere complicaties die je als eenmansleger op straat zoal tegenkomt – en heus niet alleen als het noodzakelijk is voor de plot.
Rico Verhoeven (1989) moet als spierbundel Matteo Donner het ontvoerde dochtertje van zijn mentor bij de special forces, John, redden. Het meisje, Angie, is gekidnapt door een Amsterdams drugskartel. Voor Matteo een erezaak, want juist door een stommiteit van zijn kant liet mentor John bij een militaire operatie het leven. Het schuldgevoel hierover is Matteo nooit kwijtgeraakt. Precies de reden waarom we Verhoeven in de meer verstilde scènes gepijnigd voor zich uit zien staren.
Dan komt het aan op geraffineerd langs de camera kijken. Een verkrampte grimas plus knarsetanden hoort er op verzoek van de Bulgaarse regisseur Todor Chapkanov ook bij. Het is misschien geen method acting, maar Verhoevens recente acteerlessen kwamen goed van pas.
Te veel saaie dialogen, te weinig actie in Rico Verhoeven-film ‘Black Lotus’ ★★☆☆☆
Een sportheld die de sprong naar het witte doek waagt; Rico Verhoeven is niet de eerste. Vele geslaagde, half geslaagde en volstrekt mislukte pogingen zijn eerder gedaan. Er kunnen twee belangrijke redenen voor zijn dat zo veel sporters opduiken in films. De sporter in kwestie hoopt op een tweede carrière als straks zijn loopbaan voorbij is. En de filmproducent duimt dat de topsporter diens grote schare fans naar de bioscoop zal lokken: kassa! Een en ander geldt trouwens ook voor popsterren die gaan acteren, maar dat is een ander verhaal.
Doorgaans worden sporters gecast als held in een actiefilm, maar wat onderscheidt zo’n held van de doorsnee-actieheld? Dat brengt ons als vanzelf bij de Wet van Stallone. Sylvester Stallone – mister Rambo en mister Rocky ineen – mag zijn eigen recept in interviews graag prijsgeven: ‘Al die nieuwe actiehelden van tegenwoordig, zoals Jason Statham en de rest. Ze stappen een ruimte binnen en daar zitten tien bad guys. In een vloek en een zucht leggen ze die om. Niet mijn stijl. Ik kom op. Ik ga neer. Ik sta op. Ik ga nog een keer neer. Ik sta op. Ik ga neer en neer en neer, en dan sta ik op. Dát is pas een held.’
Handzaam model. We mogen wel zeggen dat Rico Verhoeven de Wet van Stallone in Black Lotus goed heeft begrepen. Eerst lijden, dan pas de glorie. Maar hoe brachten zijn acterende sportcollega’s het er in de loop der jaren van af? Vijf beroemde voorbeelden.
Vijfvoudig Olympisch zwemkampioen Johnny Weissmuller (1904-1984) werd als Tarzan de stamvader van alle actiehelden na hem. En de jonge Jan Wolkers was zijn grootste fan, zoals we lezen in diens essaybundel Tarzan in Arles (1991): ‘Want waren Tarzan en Jane niet de eerste mensen die zonder zonden in het paradijs op het witte doek leefden, en kronkelde de slang des verderfs uit dat oude scheppingsverhaal, met de verrotte appel van de beschaving verlokkend voor zich uit, niet in de gedaante van op elpenbeen beluste expeditie na expeditie langs duistere sluipwegen dat paradijs op aarde binnen?’
En wie stak daar telkens weer een stokje voor? Weissmuller. ‘Tarzan says no!’
Kon hij acteren? Matig. Was dat erg? Welnee.
Het ging om zijn atletische good looks en vooral om die ene bovenmenselijke kreet van de koning van het oerwoud: ‘Ah-oe-ah-oe-ah!!!’ Ook was Tarzan goed met dieren en de natuur, als een milieuactivist avant la lettre. Weissmuller speelde Tarzan van 1932 tot 1948 in twaalf speelfilms. Wolkers: ‘Vele valse profeten zijn opgestaan in de loop der tijden, velen hebben tevergeefs geprobeerd om die simpele halfgod gestalte te geven.’
Helaas liep het slecht met Tarzan af. Toen Weissmuller te dik en te oud was om te slingeren aan de lianen werd hij in 1948 door Hollywood getransformeerd tot Jungle Jim – een reisgids voor middleclass Amerikaanse dames die ook eens het oerwoud in wilden. Zestien films lang, en vanaf dat moment was Wolkers, zo noteert hij ontstemd, er wel klaar mee.
Heel Brazilië huilde toen Edson Arantes do Nascimento, beter bekend als voetbalgod Pelé, op 29 december 2022 op 82-jarige leeftijd overleed. Om zijn acteerprestaties zal het verdriet niet zijn geweest. Toch speelde hij in elf films, en niet alleen in documentaires. Beroemdste voorbeeld is Escape to Victory (1981), de oorlogsfilm van regisseur John Huston die zich afspeelt in een Duits krijgsgevangenenkamp.
Het verhaal – half fictie, half losjes gebaseerd op een soort van feiten – brengt in 1942 een hapsnapelftal van geallieerden op de been dat het in Parijs tegen een team van goed getrainde Duitse militairen moet opnemen. Die zien de match vooral als uitgekiende propaganda. De geallieerden willen in de rust ontsnappen, maar als ze in een oogwenk met 1-4 achter komen te staan begint het eergevoel op te spelen.
Inmiddels hebben we Pelé in de film leren kennen als de fijnbesnaarde korporaal Luis Fernandez uit Trinidad die het liefst een boek leest. Doorgaans zit hij wat stilletjes in de hoek, soms dolt hij met de andere spelers in wie we moeiteloos grote namen als Michael Caine, Bobby Moore, Paul van Himst en Osvaldo Ardiles herkennen.
De Duitsers – heel gemeen, het zijn nazi’s per slot – schoffelen iedereen onderuit, ze hebben de scheidsrechter omgekocht. Illustratief is dat een gekende mannetjesputter als de Nederlandse middenvelder Co Prins als Pieter van Beck per brancard van het veld wordt gedragen. Ook Pelé wordt getorpedeerd en krijgt daarmee zijn eerste acteermoment. Zelden hebben we zulke grote ogen zo verdrietig zien kijken als hij – met wat lijkt op een gebroken pols – van het veld af moet.
Vervolgens wordt het alles of niets. Sylvester Stallone is de Amerikaanse doelman kapitein Robert Hatch die zich keurig houdt aan zijn eigen Wet van Stallone. Hij gaat door de tegendoelpunten vier keer neer, maar uiteindelijk pakt hij de beslissende strafschop.
Pelé, ondertussen, benut zijn tweede acteermoment. Hij verbijt de pijn, keert terug, en scoort met een fenomenale omhaal de 4-4. Zelden hebben we zulke grote ogen zo blij zien stralen. Het Franse publiek bestormt uitzinnig het veld, en binnen dit pandemonium weet het geallieerde voetbalteam alsnog te ontsnappen. Feelgood van het zuiverste water.
Het is een kleine, maar beslissende rol die Lucia Rijker (1967) in Million Dollar Baby (2004; Clint Eastwood) speelt. Als de straatwijze Duitse bokser Billie ‘The Blue Bear’ Osterman zorgt ze er eigenhandig voor dat deze sportfilm verschuift naar een euthanasiedrama. Door een laffe uithaal na de gong – een zogeheten sucker punch – slaat ze hoofdpersoon Maggie (Hilary Swank) onderuit, die ongelukkig op het al klaargezette krukje in de ring valt. Maggie breekt haar nek en raakt verlamd.
Geen fijn personage voor de Amsterdamse kickbokskampioen Lucia Rijker, maar ze noemden deze warrior tijdens haar carrière natuurlijk al niet voor niets Lady Tyson. Onverslaanbaar, op eigen kracht, maar voor de film doen ze er nog een gemeen schepje bovenop. Ze kan zo boos kijken dat je als gewone sterveling al snel een straatje om loopt.
Mede door haar aandeel én de bokstrainingen die ze Hilary Swank gaf, won de film alle grote prijzen bij de Oscars: beste film, beste regie, beste vrouwelijke hoofdrol en beste bijrol, voor Morgan Freeman. Er zijn weinig sporters die dat Rijker kunnen nazeggen.
In 1962 had judoka Anton Geesink al zijn speelfilmdebuut gemaakt als rechercheur in de policier Rififi in Amsterdam (regie: John Korporaal), maar in 1965 reisde Anton Geesink (1934-2010) af naar de fameuze Cinecittà-studio’s in Rome. Daar zou hij als Samson de hoofdrol spelen in het tweeluik I grandi condottieri (regie: Marcello Baldi en Francisco Pérez-Dolz) – Engelse titel: Great Leaders of the Bible. Via de diepste krochten van het internet is de nagesynchroniseerde dvd nog steeds leverbaar, en wat een feest is het die te zien.
De olympische judokampioen van Tokio 1964 draagt in deze oudtestamentische vertelling een woeste baard, heeft lange, donkere manen en een afgetrainde torso – een Hulk in de woestijn. Bij een veldslag doodt hij achteloos duizend Filistijnen. Waarschijnlijk waren de Italiaanse regisseurs bekend met een alom bekend gegeven in Geesinks geboortestad: geef een Utrechter een breekijzer in handen en hij geraakt in een roes. Slopen zit de Utrechter in het bloed.
D Source: Volkskrant