Wie nu nog niet in staat is om de coronaschuld af te lossen, heeft een structureel bedrijfsprobleem dat ook volgend jaar nog niet is opgelost.
Bij alles wat er viel aan te merken op het Nederlandse coronabeleid, terecht of niet, was er steeds één deel waarover nauwelijks maatschappelijk debat ontstond: de grootscheepse financiële steunoperatie voor de door corona getroffen sectoren.
Toenmalig minister Wouter Koolmees, de voornaamste architect van de regelingen, kon in het voorjaar van 2020 niet voorzien hoe lang die nodig zouden blijven. Zelfs nadat de meeste steun in het najaar van 2021 eigenlijk al was stopgezet, volgde toch nog een nieuwe ronde om Nederland door de volgende de winterlockdown heen te helpen.
Het effect van die twee jaar overheidssteun was ronduit spectaculair. De economische doemscenario’s waar velen voor vreesden bij het uitbreken van de pandemie, kwamen niet uit. Integendeel, het economisch herstel kwam sneller en overtuigender dan verwacht en het Nederlandse bedrijfsleven stond er na de coronacrisis béter voor dan in januari 2021. Gezonde bedrijven snel en gul beschermen tegen omstandigheden die niet onder de normale bedrijfsrisico’s vallen, is een winnend recept gebleken. Het kan zo in het draaiboek voor een volgende gelegenheid.
Eén onvermijdelijk maar ongewenst neveneffect was er al die tijd ook: niet alleen gezonde bedrijven werden overeind gehouden, maar ook bedrijven die in januari 2020 eigenlijk al op het punt van omvallen stonden. Het Centraal Planbureau waarschuwde al in 2021 dat de steun zo snel mogelijk moest stoppen om te voorkomen dat te veel ‘zombiebedrijven’ nog lang konden blijven bestaan. Dat zou het aanpassingsvermogen en de vernieuwingsdrang van de economie ondermijnen.
Ruim drie jaar na het begin van de crisis spitst dat debat zich nog toe op één regeling: het uitstel van belastingbetaling dat bijna een kwart miljoen ondernemers aanvroeg. Samen bouwden zij een schuld op van 16 miljard euro en sinds oktober voert staatssecretaris van Financiën Marnix van Rij de druk op: het terugbetalen moet beginnen.
Veruit de meeste ondernemers zijn daarmee bezig. Zo’n 10 procent heeft al volledig afgelost. De rest mag er nog jaren over doen, want het kabinet heeft ook hiervoor een schappelijke regeling opgetuigd. Het slechte nieuws is dat 66 duizend ondernemers nog niets hebben afgelost en ook geen aanstalten maken. Een deel reageert zelfs op geen enkele manier op de aansporingen. Brancheverenigingen voorzien duizenden faillissementen nu de Belastingdienst het wachten moe is en het geld gaat innen.
Daar zitten zonder twijfel ondernemers tussen met tragische verhalen en goede verklaringen voor hun situatie. Maar die waren er vóór corona ook al. En wie nu niet in staat is om te beginnen met terugbetalen, heeft een structureel bedrijfsprobleem dat ook volgend jaar nog niet is opgelost.
Naarmate de deadline van 1 mei nadert, zal de druk op het kabinet groeien. Nu al dringt een deel van de Tweede Kamer aan op genade. Maar hoe moet dat dan gestalte krijgen? Kwijtschelden zou op grote bezwaren stuiten van ondernemers die wel gewoon hun belasting betaalden. Nogmaals uitstel is het verkeerde signaal naar de bedrijven die wel kúnnen maar nog niet willen betalen: ergens moet de overheid een streep trekken. Even doorbijten dus, voor Van Rij zit er weinig anders op.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant