Juist als de lente uitblijft, wil mijn verlangen naar la dolce vita in Rome weleens opspelen. Naar de lauwe lentebries in plaats van de Noordzeekou, naar flaneren langs de Tiber in plaats van te worden gezandstraald op het strand. Naar lires werpen in de Trevifontein. Naar de vervlogen tijden ook dat de betreurde filmredacteur Peter van Bueren de loftrompet stak over de films die ooit in ‘het Hollywood aan de Tiber’ werden vervaardigd. In de era van Marcello Mastroianni, Federico Fellini, Sophia Loren, Anita Ekberg.
Onvermijdelijk dus dat ik dinsdag afstemde op Avrotros’ Close up, dat Antongiulio Panizzi’s documentaire Anita Ekberg, het meisje in de Trevifontein liet zien. Panizzi (ook bekend van My Way, The Rise and Fall of Silvio Berlusconi) verhaalt daarin over de levensloop van de in Zweden geboren actrice Ekberg (1931-2015) die, na onbeduidende rollen in Amerikaanse films, haar gloriejaren beleefde in Rome. In 1960 brak ze door, vooral dankzij die ene zinsbegoochelende scène in Fellini’s La dolce vita, waarin de schoonheid met geheven jurk door het bruisende water van de Trevifontein waadt.
De scène betekende niet alleen haar doorbraak als sekssymbool – o, die goddelijke rondingen, ach, dat voluptueuze lichaam, die heerlijk wapperende blonde haren – maar vooral ook het einde van serieuze artistieke aspiraties. Mocht zij nog dromen van karakterrollen, dan kon ze die na La dolce vita wel vergeten. Sinds Fellini versmolten, bevroren is een beter woord, persoonlijkheid en actrice tot een en dezelfde seksbom. Ekberg mocht voortaan zichzelf spelen, artistieke uitdaging werd haar niet gegund. Zelf keek ze daar later wrokkig op terug, hoewel Panizzi niet de indruk wekt dat ze bij haar nachtelijke, met champagne overgoten reidansen met de paparazzi hartstochtelijk de cinematografische diepgang heeft gezocht.
Met archiefbeelden en gesproken citaten van (niet-geïntroduceerde en daardoor gezag ontberende) bronnen uit Romeinse film- en societykringen schetst Panizzi Ekbergs carrière. En hij laat, in een poging toen en nu te verbinden, actrice Monica Bellucci scènes uit Ekbergs leven naspelen en kritisch beschouwen. Een moeizame exercitie, die de docu nodeloos uitleggerig en traag maakt.
Wat beklijft is, niet verrassend en toch schokkend, de misogyne, wellustige behandeling die Italië het fenomeen in de jaren zestig bereidde. In de gebezigde woorden resoneren de mannenfantasieën die haar verschijning opriep. Natuurlijk was ze ‘scabreus’. Viel het een verslaggever op dat ‘ze een afslankkuur heeft gedaan, of moet ik zeggen: volslankkuur?’ Had ze ‘genoeg rondingen om een halve provinciestad te verleiden’. In Fellini’s komedie Boccaccio 70 stapt Ekberg uit een filmposter waarin hij gretig inzoomt op haar borstpartij, terwijl een liedje klinkt: ‘Drink meer mè…, drink meer melk.’
Fellini laat Ekberg in de film zeggen: ‘Als ik met mijn heupen beweeg, trillen nonnenkloosters op hun grondvesten.’ Fraai verwoord, maar ook zo’n uitspraak die het verlangen naar het zoete Romeinse leven van destijds tempert.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden